RHAPSODY

rustiek Mo’orea

Ik stop bananen, stokbrood, broodbeleg, water, veel water en een zakje nootjes in de rugzak dat John op zijn rug zal meenemen. In mijn waterdichte tas gaat een halve liter water, fototoestel en een mobieltje. Even daarvoor heb ik mijn gezicht en andere blote lichaamsdelen ingesmeerd met zonnebrandcrème. Petje en zonnebril staan op en een mondkapje zit in mijn tas. “Klaar?” vraag ik aan John tevens om aan te geven dat we wat mij betreft weg kunnen. Net voor achten verlaten we Rhapsody voor een wandeltocht. Twee dagen geleden was de drie dennen uitkijkpunt ons doel. Nu het uitzicht ‘les trois cocotiers’. Dat nog iets verder en hoger ligt. Moet lukken we hebben de gehele dag te tijd. Mijn spieren zijn nog opgewarmd van de vorige keer. De uitdaging is niet alleen hoger en verder maar ook sneller. Vandaag lopen we niet met zijn tweetjes maar met zes. Vier mannen van 2 andere boten. Lucipara2 en J. Henri. Twee Nederlandse voor ons bekendheden van de vertrekkersdag 4,5 jaar geleden en twee Amerikaanse avonturiers. “En daarbij, als t echt niet gaat, kunnen we altijd nog op onszelf verder.” Vrijwel tegelijkertijd bedenk ik dat dat mijn eer te na is. De twee weken in Tahiti, winkel in winkel uit, supermarkt hier en watersportzaak daar, heeft ons luie palmbomen met witte strand en azuurblauwe luie zweetleven een boost gegeven. Deze tocht moet hoe dan ook lukken. Mijn stramme spieren, opgelopen twee dagen eerder, hebben daar een geheel andere mening over. De eerste paar kilometer is als een vals plat. Langzaam maar gestaag stijgend over een betonnen weg. Mijn spieren stribbelen bij elke stap tegen, trekken zich pijnlijk samen terwijl ik dat niet wil. “Dit gaat een lange lange tocht worden,” zucht ik zachtjes. Zodra we op het pad zijn van de route is de pijn verdwenen. In een rap tempo zetten we de tocht voort. Waar de mannen 1 stap zetten, doe ik er twee. Waar zij droog over de stenen naar de overkant van een watertje lopen, kom ik telkens een steen tekort en loop met een natte voet verder. Ik werp vluchtige blikken om mij heen.  Ananasvelden in de vallei glooien als een deken over de de heuvels. De omliggende bergen schieten de laatste meters kaarsrecht de hoogte in. Algauw verlaten we de ananassen en lopen we op paadjes afgezet met een randje stenen. Ooit eeuwen geleden hier aangelegd. Ooit betreden door mensen die naar hun huizen, tempels en ceremoniepleinen gingen. Snel kijk ik links en rechts. Mooie ronde stenen al of niet zelf uitgehakt vormen fraaie vloeren met af en toe een rechtopstaande steen erin verwerkt. Ik heb heb het al gezien maar het blijft bijzonder en mysterieus. Gelukkig heb ik de vorige keer al

foto’s gemaakt want als ik mijn pas maar iets vertraag, ontstaat er vrijwel direct een gapend gat tussen mij en mijn voorgangers. Het gebied waar we lopen is zeer afwisselend. Ik voel me af en toe net Alice in Wonderland. We lopen door bossen met bomen van 1,5 m dikke doorsnede. Of bomen met wortels die kleine rechtopstaande muurtjes vormen waardoor ik droog aan de overkant van het stroompje kom. Lange bamboebossen komen voorbij. Planten met reuzenbladeren. En varens van wel 4m hoog met stengels van een diameter van 6cm. En sterk. Regelmatig moet ik mezelf corrigeren om in evenwicht blijven op de oneffen stenige ondergrond. Ik zoek houvast bij elk mogelijk stevig object om mijn evenwicht te bewaren. Die varen is regelmatig mijn redding. Ben er op hardhandige wijze ook achter gekomen dat oude droge stengels zo sterk zijn als papier.

Niets meer dan een hol omhulsel dat knakt bij de geringste aanraking. Menig keer ben ik uitgegleden tijdens tochten. Na zo’n 7km hebben we het langste stuk gehad, De laatste 3 km zijn het steilst. Het paadje is smal. Als de beplanting weg zou zijn, zou ik kunnen zien hoe steil de berg is en de afgrond niet ver bij mijn voeten vandaan is. Gelukkig houden de vele wortels de grond vast ondanks de hevige regenbuien . Tot ik een een stuk van een meter nader waar ik tussen wortels door naar beneden kan kijken. Een los wiebelig stammetje dient als overbrugging van het obstakel. Ik treuzel. Ik twijfel. Ik aarzel. Het is niet meer dan 2 stappen. Een stap op het stammetje en bij de tweede sta ik alweer op vaste grond. Hoop ik. Drie man voor mij is het gelukt. “Dan houdt dat bruggetje een vrouw van iets meer dan 50kg ook nog wel.” Stoer sta ik mezelf moed in te praten. Ik haal diep adem en blaas die uit als ik weer vaste ondergrond onder mijn voeten voel. In een rap tempo werk ik mijzelf daarna omhoog naar de top en voeg me bij de anderen. Ik grinnik beamend als een van de anderen oppert dat het wiebelige stammetje toch wel ‘a challenge’ was.

Het uitzicht is magnifiek. We staan zo hoog dat we verschillende kanten van het eiland kunnen bekijken. Cooksbay waar onze boot ligt siert de achtergrond op onze foto. De weg terug is nauwelijks een pad te noemen. Op het bord met alle wandelpaden wordt het beschreven als rustiek. Regelmatig lopen we door een drooggevallen stroompje. En moeten we ons best doen om het pad te volgen en niet een eigen route bedenken door het bos. Af en toe ligt de grond bezaaid met afgevallen oranje rode bloemen. Of grote bladeren die blauw verkleuren als ze vergaan. John heeft een oud paar schoenen aan. Deze zijn beter dan zijn nieuwere schoenen. Na onze vorige wandeltocht hebben we die onderweg gerepareerd met veiligheidsspelden om de zool aan de schoen vast te maken. Dit paar laat ook van alles los. Beetje bij beetje valt er wat af of komt de zool losser te zitten. Maar we hebben het gered. Zo’n 6 uur later en na een welverdiend ambachtelijk ijsje lzijn we terug op de boot. Mijn schoenen zijn uit om voorlopig niet meer aan te gaan. Moe maar voldaan liggen mijn benen hoog. Snacks, boek, drankje bij de hand en een flinke blaar onder mijn teen.

Rustiek Mo’orea. Ik dacht altijd dat dat het rustig, kalm betekende maar niets is minder waar.rus·tiek (bijvoeglijk naamwoord) 1landelijk, eenvoudig 2in zijn natuurlijke toestand gelaten. Het betekent in het geval van hiken niet onderhouden. Dat betekent dat ik de komende weken tijdens elke wandeling die ik maak, kruipend, klauterend, glijdend, vallend, klimmend, mijzelf met touwen omhoog trekkend, beken volgend, krassen op mijn benen een pad makend door scherpe varens, door water wadend, bukkend, verdwalend, verzwikkend en vooral zwetend een weg baan over het eiland.

Een tocht van 1,5uur worden er 3 omdat mapsme de route vereenvoudigd en de vele bochten niet meet. Maar het is het zo waard.

Mo’orea lonkte vanaf verschillende plekken in Tahiti. Vanaf Point Venus. Vanaf Papeete en van af de ankerplek inTaina. Dan verscholen onder een dikke lag wolken. Dan weer scherp aftekenend tegen een blauwe hemel en altijd gehuld in mooie zonsondergangen. Nu we er zelf zijn, is de magie niet verdwenen. Bergen die tot de verbeelding spreken. Mythische verhalen doen de ronde. Elke berg heeft zo zijn eigen verhaal.

In de weken dat we er verblijven ontdekken we steeds meer van haar natuurlijke schoonheid. Bloemen in allerlei kleuren en vormen die ik zelf niet zou kunnen bedenken.

Ananassen zo mooi en zo lekker.

Prachtige baaien, de een nog mooier dan de andere. We ondervinden de gebruiken van het eiland. De watertappunt is een ontmoetingsplek waar liters en liters water getapt wordt en de laatste nieuwtjes gedeeld worden. De bus rijdt zolang de ferry naar Tahiti vaart. Het kostte ons drie voorbij rijdende bussen voordat we door hadden hoe het werkte. Je kunt alleen instappen richting de ferry en overal uitstappen vanaf de ferry. Hoewel het een eiland is rijdt de bus geen rondje maar stopt bijna halverwege en keert om. Wij zien op die manier vrijwel het hele eiland na een lange wandeling. Ankeren mag vrijwel overal maar na een week moet je je verplaatsen naar een andere mooie plek. Kleine eettentjes gaan in het weekend open. En aan het einde van de middag verkoopt en dame voor haar huis langs de kant weg verse nog warme firi firi. Groente wordt op verzoek vers van het land gehaald. En vis, geregen een lange stok, kun je krijgen langs de kant van de weg als de visser terugkeert met een vangst.

Mo’orea houdt niet op als het land overgaat in zee. Een rif heeft zich er om heen gevormd. De tijd heeft in de atollen van de Tuamotu de bergen laten verdwijnen. Bezweken onder hun eigen gewicht. De Society eilanden zijn betrekkelijk jong. De bergen staan nog fier overeind. Terwijl het rif groter en groter wordt. Helaas is het gebied over bevist en is veel koraal dood. Gelukkig zijn er nog wel wat pareltjes over en mensen die levend koraal opnieuw uitzetten. Als we achter het rif in 3m onvoorstelbaar blauw water ankeren zwemmen regelmatig roggen en eaglerays om ons heen. Vanaf onze kuip zien we in de verte walvissen opspringen uit het water. We krijgen de tip van Askari om nogmaals te gaan snorkelen bij de pas. John is eerder geweest en kwam zeer teleurgesteld terug. Een enkele vis, een schildpad en dood koraal. Andrew en Carolyn zijn enthousiast en houden vol. Nemo, een clownfish zou er te vinden zijn. We proberen het nog eens en we worden beloond. Tussen een anemoon zien we de schattige clownsfish. Wegduikend om stiekem weer te kijken of we er nog zijn.

De pas zelf zit nu vol met scholen vissen. Wat een verschil met de vorige keer. Dan duikt John naar beneden met de camera in de aanslag. Ik volg zijn handelingen en zoek naarstig wat hij ziet. Ik zie niets bijzonders. Dood koraal. En dan beweegt er een rotsachtig gedrocht. Uitsteeksels overal in een geel groene kleur. Een octopus. Wat er daarna voor mijn ogen afspeelt is een waar wonder. In minder dan een seconde is het gedaante veranderd van vorm en kleur als een caleidoscoop. Het drapeert zich zelf over stenen en rotsen. Wringt zijn tentakels overal in en tussendoor. Zwierig zweeft het door het water en ontvouwt zich als een parachute over een steen. Kruipt behendig over de ongelijke bodem. Deze octopus laat zich door ons niet afschrikken. Telkens opnieuw zien we hoe het dier zich op mirakelse wijze zich aanpast aan de omgeving. Dit is te bizar. Te vreemd. Te wonderlijk. Ik heb heel wat gezien maar de schoonheid van dit dier overtreft alles. Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt dit dier nog als lekkernij te zien.

Mo’orea kleurt rood wit blauw als vele Nederlandse boten hier samenkomen. Gezelligheid, lekkernijen en verhalen worden gedeeld in onze eigen moerstaal.

Mo’orea een van de mooiste plekken waar we geweest zijn.

 

 

‘There is no other place like this place anywhere near this place,

so this must be the place.’

3 gedachtes aan “rustiek Mo’orea

  1. Carla

    Wat fantastisch zeg. Super dat jullie zo dicht bij de onderwaterwereld mogen zijn. Zo kunnen wij heerlijk meegenieten van jullie mooie avonturen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *