RHAPSODY

eerste mijlen op de Stille Oceaan

Ik loop in de supermarkt. Alleen. Ik struin de schappen met knutselspullen af. Er ligt van alles. Papier in rood, groen, geel en nog veel kleuren. Lijm. Stiften. Van alles. Ik zoek naar goudpapier. Mijn oog valt op glitters. Er liggen stapels glitterknutselrubber. In allerlei kleuren behalve goud. Ik twijfel, laat het liggen, besluit dan om voor de koperkleurige versie te gaan. Een betere optie zal ik waarschijnlijk niet krijgen. Ik reken af bij de kassa en bedenk hoe ik het verborgen kan houden voor John.

Op onze duizendste reisdag staan we in het kantoortje van de Port Captain. Twee officiële Panama Maritimepapieren vul ik in met hulp van de man achter de balie. Hij lacht terwijl hij op een blaadje spiekt wat men bij al die vragen bedoelt. John zet vervolgens als de kapitein zijn handtekening onderaan het papier. We mogen plaatsnemen. In de ruimte naast ons hoor ik getik op een toetsenbord. “Barco Rhapsody,” klinkt in de voor mij onzichtbare ruimte. Een printer ratelt. Een paar minuten later krijgen we een mooie Zarpe van een trotse douanebeambte. Het bewijs dat we uitgeklaard zijn. “Inlijsten,” zegt hij als hij ziet dat ik onder de indruk ben. “Bien viaja.” Ik bedank hem voor zijn goede wensen. Een stempel in ons paspoort bij immigratie halen, is het enige dat ons nog rest. De behandeling die we hier krijgen is het tegenovergestelde van daarnet. Waren de medewerkers bij de douane heerlijk ontwapenend en Engels sprekend zo idioot bot zijn de Spaanssprekende dames van de immigratie. Maar eenmaal wijs geworden in dit land, laat ik me niet van de wijs brengen, doe braaf wat ze vragen en heb daarna twee gestempelde paspoorten. Een raar gevoel overvalt me.  Panama is na vandaag verleden tijd. Erg? Als ik heel eerlijk ben, niet echt. Na vijf maanden is het tijd om te vertrekken. Toch voelt het weer als een gemis om een omgeving, een uitzicht, een tijdelijke thuisomgeving letterlijk achter me te laten. De sprong in het diepe naar het onbekende blijft een onzekere uitdaging.

De Skyline van Panamacity vervaagt golf na golf.  De zee bedeelt ons vandaag rijkelijk. John vangt onderweg na eerst een heel klein visje,een prachtige bonito. De opdoemende Perlas Eilanden ontvangen ons uitnodigend. Het is onze laatste ankerplaats voor ons vertrek naar Ecuador. De afgelopen tijd heb ik regelmatig de windvoorspellingen bekeken. John heeft zich bekwaamd in het binnenhalen van de weerkaartjes van dit gebied. Ik heb zelfs hulp gevraagd van ons leermeester van het weer voor vertrekkers. Niet alles wat op de weerkaartjes staat, is ons bekend. In dit gebied krijgen we te maken met de ITCZ. De zone waar de noordelijke en de zuidelijke passaatwinden elkaar treffen. Het is een gebied met windstiltes, de doldrums, en flinke onweersbuien. Deze zone is tussen Panama, Galapagos en Ecuador niet zo heel duidelijk. Het is voornamelijk een groot gebied met windstiltes.  Verhalen van anderen klinken niet veelbelovend. Langdurig gebruik van de motor en ons zeilpak kan uit de kast. Naast die windstilte is de stroomrichting van de oceaan naar het noorden. Dus tegen. Wind tegen stroom geeft stijle golven. Al met al lijkt onze eerste pacific zeilervaring niet de gemakkelijkste te zijn.  De voorspelling voor de wind van de komende dagen daarentegen ziet er heel goed uit. 20 tot 25 knopen schuin van achter tot bijna de aanloop van onze eindbestemming. En dat dagen achter elkaar. We rekenen op hardere windstoten maar met onze koers goed te doen. Dat is beter dan ronddobberen omdat er geen zuchtje wind staat. Deze kans laten we niet lopen. Het besluit staat vast. Met deze wind vertrekken we. Twee dagen hebben we nodig om het onderwater schip schoon te maken, vier warme maaltijden te prepareren, alles zeevast op te bergen, nooduitrusting klaar te maken en veiligheidsmiddelen aan de reling te hangen. We nemen afscheid van Noomi, zij gaan naar Paaseiland en verwelkomen Bella. Zij gaan met ons mee naar Ecuador.

Zondagochtend 10.00u. John trekt het anker uit het zand. Het gereefde grootzeil staat ongeduldig en enthousiast te klapperen. Ik sta met een verhoogt adrenalinegehalte achter het roer. Alles in mij lijkt tegen te stribbelen. “Weet je het nou wel zeker. Dit is de Pacific. Dè grote oceaan die de wereldbol aan deze zijde helemaal blauw kleurt.” Ik kan de grootte niet vatten. Wel onze afstand in dagen uitgedrukt. We zullen 5 tot 10dagen onderweg zijn. Het vele leeswerk in allerlei boeken is klaar. Surfen op internetsites is genoeg geweest. Ervaringen van andere zeilers heeft me wijzer gemaakt. De zeilboeken geven aan dat dit de periode is om naar Ecuador te gaan. Het is tijd om de theorie in de praktijk te brengen.

Terwijl John slaapt, pak ik mijn glitterrubber. Ik pak ons afscheidsboek erbij. Daar staat een plaatje in dat ik als voorbeeld kan gebruiken. Ik teken de benodigde attributen. In mijn gedachte ga ik de hele boot door. Ik zoek naar iets wat ik nog nodig heb om het geheel te complimenteren. Ik knip de figuren uit en hou met 1 oog John in de gaten. Dit moet nog even een verrassing zijn. Restjes knipafval ruim ik goed op. Tenminste dat dacht ik want John ziet later de kleinste stukjes liggen. “Wat ben je aan het doen terwijl ik slaap?” Ik verzin een smoes dat ik lekker bezig ben om de tijd te doden en toon trots mijn eerste haakwerk. “Als we in Nieuw Zeeland aankomen, wil een sjaal af hebben,” en dit leidt hem af van zijn eerste vraag.

De zeiltocht Panama- Ecuador gaat erg voorspoedig. Door de wind uit de juiste richting en de verrassend sterke stroming met ons mee, leggen we zonder al teveel moeite mooie dag afstanden van155Nm af. We nemen niet eens de moeite om overdag een rif uit het zeil te halen omdat we al zo hard gaan. Tot woensdagavond gaan we met gemiddeld 6,5Kn vooruit.

Ik sta met een laken gedrapeerd over mijn lichaam voor de spiegel. Op mijn hoofd heb ik een kussensloop van een KLMkussentje op mijn hoofd. (bedankt Mark) Daarbovenop staat een kroon. In mijn hand de drietand. “Mmm, dat lijkt er wel wat op”. Alleen nog losse stroken knippen in de sloop en vannacht John langer laten slapen. Met een glimlach berg ik alles weer op.

Woensdagavond 22:15 wordt  de windmachine abrupt uitgezet en gaan we alleen nog maar op de stroming vooruit. Dat was het dan, wat het zeilen betreft. De zeilen klapperen op het ritme van de golven Met de SSB radio haalt John de laatste wind voorspelling op. Die voorspelt voor de komende dagen weinig tot geen wind. Een poging om met een gereefd zeil verder te gaan, werkt niet, de zeilen blijven vervelend klapperen. De wind zakt in naar 2 tot 4 knopen. Rhapsody heeft niet veel wind nodig om vooruit te komen maar dit is niet te doen.“Wat doen we?” vraagt John. “Een paar dagen dobberen of de motor aan.” Met nog maar 80Nm te gaan was de keus snel gemaakt. Ik druk de startknop van de motor in. John zet de hendel vooruit.  Gas hoeven we amper te geven want met de stroming die nog steeds mee is, gaan we vlot richting Ecuador.

Ik luister naar een tweede podcastaflevering  van “Spijkers met koppen’ een twee uur durend radioprogramma. Ondertussen hou ik ook de coördinaten in de gaten. Half 5 is normaal gesproken onze wisseltijd van de wacht maar nu wil ik het langer volhouden. BlØF verzorgt de muziek in het programma. Dat houdt me zeker wakker en ik onderdruk mijn drang om keihard mee te zingen. Ik ben er helemaal klaar voor. De fotocamera ligt voor het grijpen. Mijn outfit heb ik aan en het aftellen is begonnen. 00˚00’001 S! Yes.  We zijn de evenaar gepasseerd. Ik loop naar John toe ,wil hem wakker maken met een zoen en een goede rum. Ik sta bijna bij hem als hij abrupt wakker wordt en omhoog schiet. “You crossed the Equator,”roep ik zwoel.  Half slaapdronken ontvangt John zijn kus van de vrouw van Neptunus!  Ontgroend en de evenaar op eigen kiel gepasseerd!

’s Morgens, met nog 10NM te gaan, zetten we de motor uit en dobberen op de stroming. Zeeën van tijd. Hoogwater is pas aan het einde van de middag. De zon schijnt weer volop na de stevige bui  van vanmorgen vroeg.  ‘s Middags steekt er een lichte bries op. Het voorzeil rollen we uit en langzaam maar zeker komen we bij de wachtplaats voor Bahia de Caraquez. “Puerto Amistad, Puerto Amistad, here sailingvessel Rhapsody.” Ik roep de havenmeester op dat we inderdaad vanmiddag rond 17.00u op de wachtplaats zullen zijn. We wachten op een loods. Op de site van de marina staat namelijk nadrukkelijk aangegeven om  het niet op eigen houtje te proberen. Het klinkt ongelooflijk luxe dat we een loods krijgen en waarschijnlijk overbodig. Eerst krijg ik geen antwoord. Na een tijdje maak ik contact. De loods die ons zal helpen met binnenvaren, zal rond 17.15 uur bij ons aan boord stappen.

“Mas o menos?” “Mas, meer,” zeg ik tegen Ariosto.  Ariosto is net vanuit een vissersbootje aan boord gekomen. Een goedlachse Ecuadoraan. Hij vraagt in het Spaans en met wat handgebaren naar de diepgang van de Rhapsody. Twee meter gaven we als antwoord. “Twee meter? Precies twee meter of wat minder?” Zijn gezicht betrekt. Bedenkelijk kijkt hij voor zich uit. Met zijn vingers geeft hij aan dat er weinig speling tussen de boot en de bodem zal zijn, maar hij blijft erbij vriendelijk lachen. Ik ga er van uit dat hij het spannender wil maken dan het is.  “Er staat maar 2,5m meer water dus hebben we maar weinig over,” zegt hij nogmaals. “We gaan het proberen, vaar maar langzaam die kant op,” en met zijn hand geeft hij de richting aan. “Om 18 uur staat het water op zijn hoogst dan moet het wel lukken,” vervolgt hij. Inmiddels ben ik doordrongen van het feit dat hij deze onderneming heel serieus neemt. Op de plotter kunnen we zien waar zich de rotsen en ondiepten zich bevinden. Hij stuurt ons een richting op die we zelf niet uitgekozen zouden hebben. Maar hij is de loods en op de hoogte van de ondieptes. We komen steeds dichterbij het strand waar de eerste brekers ontstaan. We gaan zelfs door de branding heen. De golven af surfend, zie ik het strand steeds dichterbij komen. Net voordat ik me echt zenuwachtig maak, gebaart Ariosto aan om verder parallel aan het strand te gaan varen. Het is precisiewerk die handgebaren van hem. John kan niet anders dan zijn aanwijzingen opvolgen zonder een enkele referentiepunt. De golven komen nu van opzij aanrollen. Rhapsody gaat behoorlijk heen en weer. Niet alleen heen en weer maar ook op en neer. De golven volgen elkaar snel op. Het gaat zo snel dat de dieptemeter moeite heeft om de juiste diepte aan te geven. Ariosto maant om nog langzamer te varen. Ik kijk met kloppend hard.  Drie meter, 2,3m dan 2,1 en weer meer dan genoeg water. John is druk bezig om de slingerende Rhapsody op koers te houden. Dat valt met de lage snelheid helemaal niet mee.  Ik vraag aan Ariosto of we veilig zijn. Maar hij hoort mij niet en tuurt geconcentreerd naar voren. Ik houd verder mijn mond, wil hem niet afleiden. Dan zie ik opnieuw op de dieptemeter dat er niet veel water meer onder de kiel staat. Een golf rolt doelgericht onze kant op, tilt Rhapsody op en laat haar zakken. John geeft wat gas bij want zonder voortstuwing kan hij niet sturen. “Voelde ik wat? Voelde ik dat Rhapsody even afremde?” Het gezicht van Ariosto ontspant. Lachend vertelt hij dat we de grond zachtjes aangeraakt hebben maar dat het helemaal niks voorstelde. Ook John beaamt dat hij de grond heeft gevoeld. Wel een paar keer vertelt de loods met handgebaren hoe we zachtjes de grond raakte. Hij is zichtbaar opgelucht en belt naar het havenkantoor dat hij ons veilig door de nauwe doorgang heeft geloodst. We hoeven nog maar een klein stukje de rivier op te varen en we komen bij de moorings aan. Met het laatste beetje licht van vandaag, valt het anker het rivierwater in. Pas de volgende morgen kunnen we aan de moorings vastgelegd worden omdat op dit moment de stroming te sterk is. “Als ik van tevoren geweten had hoe we hier naar binnen moesten varen, waren we hier nooit geweest,”opper ik drinkend uit een blikje welkomsbier. Na een lekkere maaltijd, klaargemaakt door John, zet ik thee. Zelf kom ik daar niet meer aan toe. Uitgeput val ik op de bank als een blok in slaap.  “Geen land meer mee te bezeilen,”zegt John de volgende ochtend wanneer ik mijn ogen weer open doe.

The best way out, is always through.

-Hellen Keller-

3 gedachtes aan “eerste mijlen op de Stille Oceaan

  1. Elly Strik

    Spannend verhaal! Het lijkt me lastig om het navigeren uit handen te geven, maar gelukkig ging het goed. Een B37 kan wat hebben .
    Groeten van B37 Kobbe en goede vaart!

  2. Harr

    gefeliciteerd met de crossing van de evenaar, leuk gedaan. Wat een blije gezichten op die foto’s. Kan zo een loods dat allemaal op gevoel?
    Dank voor je verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *