RHAPSODY

down under

Sandy Straight heet het water waar wij door heen varen. Ik kijk om me heen.“Overal is water,” opper ik. “Geen zandstraat te zien.” Niets dan water van wal tot wal. Het is aantrekkelijk om de hoeken af te snijden in de meanderende delta. Schijn bedriegt. Alleen binnen de betonning is het water diep genoeg voor ons. Ik kijk op de dieptemeter. “Voorlopig water genoeg,”zucht ik opgelucht. Sinds het verlaten van Nederland hebben we bar weinig te maken gehad met droogvallend water. Hier in Australië is het heel gewoon aan de oostkust. Wachten totdat het tij genoeg diep water levert om verder te gaan. Zomaar vertrekken op elk gewenst ogenblik is er niet bij. Het getij bepaalt. Enig rekenwerk is dan ook aan ons vertrek vooraf gegaan om op het hoogste punt van hoogwater op het ondiepste gedeelte van het vaarwater te zijn. Dat is waar het omdraait. Bij het eiland K’dari stroomt de vloed namelijk van twee kanten om het eiland heen om ergens halverwege te kenteren. Daar is het ook het ondiepst. Zaak is om precies op dat punt te zijn om het voordeel van de de vloedstroom twee keer op te pikken én nog veel belangrijker; zoveel mogelijk water onder de kiel te hebben. Buurboten zijn zenuwachtiger dan wij omdat zij zo’n gebied niet kennen. Wij kunnen putten uit ervaringen uit het verleden, soms door schade en schande wijs geworden, in het Nederlandse getijdenwater. We hoeven het hier niet alleen te doen. De kustwacht denkt met ons mee. Een simpel telefoontje levert veel informatie op. Ze berekenen precies bij onze diepgang uit wanneer we van onze ankerplek moeten vertrekken. Een hele geruststelling dat onze eigen berekening klopt met die van hen. We kunnen het nog. Het stuk tussen de rode betonning nr 22 en 24 is het kantelpunt. De dieptemeter loopt af naar 2.3m en loopt weer op. Bij nr 20 is het gevaar van bodembumpen geweken. Al gauw stroomt het water weer met ons mee . Het eerste obstakel is daarmee genomen. In ons kielzog vaart Avenger, onze nieuw gemaakte Spaanse vrienden. We ankeren bij Elbowpoint en drinken samen een biertje op onze beiden eerste succesvolle overwonnen hindernis.

De tweede obstakel is de zeedrempel. Dat is een drempel bij de monding tussen K’dari en South Spit van het vaste land. We zijn onder weg naar het zuiden. Going down under in Down Under zeg maar. Ons ultieme doel is oud en nieuw in Sydney. The Wide Bay Bar zoals de zeedrempel heet, is het veiligst met opkomend water en een maximale oceaandeining van 1 tot 1,5m. We roepen de volgende kustwachtstation op om alle gegevens te krijgen om op het best mogelijke tijdstip het gat uit te varen. Waarom moeilijk doen als een ander het zo makkelijk voor je uitrekent. De drempel zelf is nog niet eens het ergste gedeelte. Het stuk om daar te komen wordt gekscherend Mad Mile genoemd. Een mijl van kolkend onrustig water bij een verkeerde timing. Als een dienst uit het spoorboekje geven ze opnieuw aan wanneer we vanaf onze ankerplek moeten vertrekken. Net na zonsopkomst lichten we het anker. We zijn niet de enigen. Van verschillende plekken zien we boten vertrekken. Het water voor ons is blak. De omstandigheden zijn goed; weinig wind, goed zicht en inkomend water. Op de plotter verschijnen virtuele AIS-bakens om ons er door heen te leiden. Van een ‘Mad Mile’ is gelukkig geen sprake. Zonder problemen zeilen we het zeegat uit. Ik roep de kustwacht op. “Thank you!” meld ik netjes als we veilig over de bar zijn. De man noemt een volgende haven om ons te melden. “No need, niet nodig,” zeg ik omdat we naar de Goldcoast gaan. “No, no,” roept hij nog maar begrijpen wat hij daarna zegt, komt bij mij niet aan. Om 6 uur ’s avonds gaat de telefoon. Verbaasd neem ik hem op. “Are you okay?” Het is de kustwacht van Mooloolaba. Waar we zijn en of het allemaal wel goed gaat aan boord. Ik heb niet meteen door wat er aan de hand is. We staan ingelogd in het systeem van de rescue-teams omdat we ons blijkbaar bij de kustwacht van Tin Can Bay aangemeld hebben. Gedurende de hele reis naar de Goldcoast volgen ze ons. Elke tussengelegen kustwachtstation verwacht een belletje. Zo niet dan bellen ze zelf. Veilig idee dat wel maar we zijn de halve wereldbol over gegaan zonder. Even wennen en op tijd bellen dus. Zeilen hier in Australië is sowieso anders. We zijn nu al bijna 2 dagen op zee en we blijven zicht op de kust houden.

Wanneer de dag allang wakker is, moet de wereld haar ogen nog uitwrijven. Het is heiig. Geen zuchtje wind. Als een spookbeeld doemen wolkenkrabbers op aan de horizon. Het Goldcoast fortuin. De Seaway, de zee-ingang is breed en kalm als we met inkomend tij naar binnenvaren. “Yep, it is perfect calm,” zei kustwacht toen ik hem naar de omstandigheden vroeg. Stuurboord uit gaan we het binnenwater op.

’t Is vroeg maar nu al varen pompeuze motorboten met een hoge snelheid voorbij. Dan drie maal bakboord uit om de beschutte ankerbaai in te gaan. Het ligt al vol. We wurmen ons in een gaatje tussen andere vaarobjecten. Oude exemplaren met vaste bewoners. Sommige boten staan in schril contrast met de omgeving.

De Goldcoast zelf is het vakantieoord van Australië. Zo genoemd naar de rijken die hier in de jaren 60 een duur lux huis konden veroorloven. “Inmiddels moet je nu nog rijker zijn,” vermoed ik. Die prachtige villa’s zijn inmiddels ingebouwd. Hoge wolkenkrabbers van de dure hotelketens vechten om het beste plekje aan zee. De een nog hoger dan de ander. Surfersparadijs is niet meer onze idyllische kampeerplek van 20 jaar geleden. De kust is nu helemaal volgebouwd.

Snelle jetski’s, gigantische motorboten, drijvende restaurants, luxe zeiljachten strijden allemaal om een plekkie op het water met daartussen, je gelooft het niet, dolfijnen. In de lucht cirkelen elk kwartier helikopters om van bovenaf de mooie delta te aanschouwen.

Of voor de avonturiers kun je ook aan een parachute achter een boot hangen. De strandjes liggen vol met zonaanbidders gekleed in niemendalletjes. Het enorme zandstrand aan de oceaankant surfen surfers.

We kijken naar een wereld alsof we naar een film kijken. Onwerkelijk onecht waaraan wij niet deelnemen en slechts toeschouwers zijn. We verbazen ons over heel veel dingen. Een beetje down, under deze omstandigheden.

Tussen onze ankerplek en de oceaan is een duingebied. Daar het is stil. Ongerept. Ver weg van de verspilling, van de hectiek, van de herrie, van kom kopen en van de show. Down to earth. Een verademing.

We spotten nieuwe vogels en ruiken nieuwe geuren van bomen en struiken. Op de achtergrond het kalmerende ruisen van de zee.

Na een paar dagen jetset vinden we het wel weer prima om verder down under te gaan. Sydney roept.

‘At some point in life, the world’s beauty becomes enough.’
-Toni Morisson-

3 gedachtes aan “down under

  1. Lientje

    Weer nieuwe termen en technieken geleerd. Dat op tijd bellen heeft iets van ‘puber/zelfstandigheid’ alsof je even thuis moet laten weten dat alles oké is, terwijl je selllluff best weet wat goed is haha; dus fijn vangnet maar je eigen koers is al met zoveel ervaring ‘doorvaren’. En prachtig om in alle luxe toch je stilte te kunnen vinden. Liefs

  2. Ina

    Wat een dichterlijk mooi schrijven schuilt er in het het geschrevene van de schrijfster.
    “Wanneer de dag al lang wakker is, moet de wereld haar ogen nog uitwrijven”.
    En veiligheid voor alles.
    Lieve groet