RHAPSODY

naïef

Het maatje van de schipper geeft de motor een enorme slinger. Onder luid geronk komt de boot in beweging. “Sorry, de motor maakt veel lawaai,” zegt schipper en gids Balong. Hij overdrijft niet. De motor ploft, spuugt en knettert als een gek. Zelfs als het luik teruggeplaatst is, is het een oorverdovende stoorzender. Een normaal gesprek is niet mogelijk. We zijn met onze snorkelspullen ingestapt vanaf Rhapsody. De boot is een voormalige vissersboot. Zo’n 12 meter lang en amper 1,50m breed. Het snijdt door het vlakke ochtendwater. Hoewel de maan het water doet oplichten, is het donker. Vier uur in de ochtend is het en we zijn op weg met Balong op zoek naar hiu paus. Ofwel walvishaaien. Op vissersboten en bagans na zijn we de enige die op het water te vinden zijn. Na een uur in de herrie, houden we stil bij zo’n bagan.

Eindelijk kan ik het van dichtbij bekijken. Vernuftig is een vlonder zonder planken met kabels aan een tweetal masten bevestigd. Daaronder hangt een groot visnet. Met een liftsysteem laten ze het net ’s avonds onderwater zakken. Felle lampen doen het verdere werk. Ze lokken vis en inktvisjes het net in. Bij eerste gloren wordt dat net omhoog gehesen zoals nu. De vissers zijn druk in de weer om hun vangst van de nacht binnen te halen. Fantastisch om te zien hoe men behendig over die smalle balkjes loopt. Stap voor stap maken ze het zware net los en brengen het naar eén zijde van de vlonder. Zodra het net is opgerold en opgehaald is, zou het moeten gaan gebeuren. De walvishaai zal aan de wateroppervlakte verschijnen. De walvishaaien zijn gewend en verwend geraakt aan het visafval dat de vissers na het schoonmaken overboord gooien. Althans zo begon het. Vissers ontdekten bij toeval hun aantrekkingskracht voor de walvishaaien èn daardoor ook reizigers. Het visafval wordt tegenwoordig aangevuld om zo de walvishaaien langer bij zich te houden.

We zijn de enige boot. Totdat de tweede komt. De een na de andere boot verschijnt en zijn we niet de enigen meer. Ik vraag me af hoe het zal zijn om straks in het water te liggen naast zo’n reuze haai of is het nou een walvis. Walvishaaien zijn, ondanks hun grootte en naam bijzonder vriendelijk en benaderbaar. Helaas bij deze vissers verschijnt geen walvishaai. Dus verkassen we naar de bagan die wel een haai heeft. Natuurlijk wij niet alleen. Alle andere boten gaan ook. In de verte verschijnen drie grote charterboten met vele toeristen en die varen nu ook onze richting uit.

Eenmaal vastgeknoopt met een lange lijn aan de bagan, is Balong onze gids verdwenen. We kijken elkaar aan. “Wat nu?” Om ons heen zien we mensen het water in duikelen. John haalt zijn schouders op en springt. Dus spring ik maar achter hem het water in. Achter de bagan is een prachtig dier. Een grote bek. Overduidelijk een walvis. Een grote staart. Overduidelijk een haai. Alle uiterlijkheden lijken op een haai behalve zijn gigantische tandeloze bek. Een prachtige tekening op zijn huid. Ik bewonder het in stilte onder water. Als ik mijn hoofd boven het water uitsteek hoor ik gegil, geroep en geschreeuw. Ik probeer me van dat alles af te sluiten. Het is ongelooflijk druk.

Onderwater is een muur van bewegende benen achter de walvishaai te zien. Het dier is gezenderd. “Zou die wel echt zijn?” Ik moet denken aan een artikel over een robothaai in een Chinese dierentuin. Even grinnik ik. Maar wanneer ik een klap van een barbietroela op mijn hoofd krijg, vind ik het genoeg. Ik zwem bij het dier weg. Ik hang aan een lijntje van de bagan. Ver van het tumult. Ver van de mensenmassa. “Dit kan echt niet,” denk ik en toch lig ik er ook. De walvishaai lijkt zich er niets van aan te trekken. Het lijkt te sabbelen als een baby aan een speen. Het verroert zich niet. Het voer verdwijnt direct in zijn grote muil. Hoewel het dier fantastisch mooi is, gaan we ontgoocheld terug naar de boot van onze gids. Balong is nog steeds nergens te bekennen. Dit voelt zo niet goed. “Zijn we zo verwend en gewend geraakt aan al het moois dat we tijdens onze reis en vrijwel in ons eentje gezien hebben.” Ze hebben het wel eens over een cultuurschok. Dit was er eentje. Voor mij dan. Naïef was ik. Ongelooflijk naïef. We hebben heel wat mijlen gezeild om hier te komen. De binnenzee van Sumbawa was ruw en winderig. Niet eenvoudig om tegenin te kruisen. Het lukte pas na een tweede poging. Onze ankerplek was verlaten en onbewoond. Op een enkele visser na. Het kwam niet in mijn hoofd op dat dit een super toeristische attractie zou zijn. Ik vermoedde alleen maar zeilers te zien. En zelfs die waren er niet. Zo naïef, zo niet van deze wereld, om ervan uit te gaan dat deze plek alleen voor mensen met een eigen boot te vinden was. Deze vorm van ‘massa’toerisme ben ik niet gewend. Ik vind het afschuwelijk. Gekkenwerk. “De walvishaai is vrij om te gaan. Als hij hier niet wilt zijn, zou het wegzwemmen, “zegt John.

Als Balong terugkomt, zijn de meeste boten verdwenen. De walvishaai ook. We wachten met een paar kleine boten. We hopen met een kleine groep, een man of 8 op een herkansing. Het dier heeft blijkbaar zijn buik ervan vol. Vooral van het voedsel. Het komt niet meer terug. Ontdaan gaan we terug naar Rhapsody. Deels omdat we onder indruk van het dier zijn. Zo groot en zo mooi. Merendeels ontgoocheld. Ik ben te verbouwereerd om er iets van te zeggen en stap aan boord van Rhapsody. Later app ik Balong. Ik weet niet precies hoe ik het gesprek startte. Oja, ik vraag om foto’s die hij zou maken. Het gesprek eindigt dat zowel hij als wij het graag anders hadden gezien. Hij geeft nu pas uitleg van zijn afwezigheid. Hij was al die tijd druk bezig. Al die tijd dat wij hem misten, was hij mensen aan het wegsturen. Hij had oog voor het welzijn van het dier. Mijn humeur klaart op. Het doet me goed dat hij bezorgd was om het dier. Hij besluit om ons morgen opnieuw mee te nemen in de hoop op minder bezoekers. We twijfelen. “Moeten we dit onszelf en het dier nogmaals aandoen.” Maar, vergeef me, we gaan overstag.

De volgende morgen zijn we opnieuw vroeg op. Zitten we weer in het donker in een bootje te luisteren naar de verschrikkelijke herrie van de motor. We varen naar een eerste bagan. We zijn de enige. Opnieuw is het mooi om te zien hoe de vissers werken. Dan plots, zien we een grote vin. We glijden zachtjes en vol verwachting het water in. Hoe we ook om ons heen kijken, er is geen walvishaai te zien. We wachten nog een tijd. Hopelijk komt het terug. De vissers lokken het door met emmers op het het water te slaan. Niets. Na overleg met Balong gaan we naar een andere bagan. Daar zijn opnieuw veel boten. Kleinere boten en met veel minder gasten aan boord, dat wel. Ik spring achter John aan het water in en zwem achter hem aan. Ik verwacht weinig en dan word je meestal het meest verrast. Voor mij zwemt een enorm beest. Meters langer dan die van gister. Deze zwemt rond en zonder een zender. Zijn staart is net zo lang als ik groot ben. Rakelings zwaait het voor me langs. Ik hou mijn buik en mijn adem in. Wat een mooi dier. De strepen. De stippen. De grootte. De piepkleine ogen aan de zijkant van zijn kop. Overduidelijk een haai. Plots keert de walvishaai en komt recht op mij af. Ik zie enkel nog een gigantisch grote open bek. Overduidelijk een walvis. Ik schrik me een ongeluk als het op me af blijft komen. Dat gapende gat voor me is groot genoeg om me te verzwelgen. Ik zwem als een gek achteruit. Ik kijk boven water en dan lijkt het ver weg. Kijk ik onderwater, zit die vlak voor mijn neus. Ik wil het uit alle macht ontwijken. Dat is niet nodig. Gracieus zwemt de walvishaai, zonder verblikken of verblozen, in een enkele slag van zijn staart de andere kant op.

Wij hebben de tijd. Terwijl verschillende boten weer vertrekken, hebben we het water en de haai vrijwel voor onszelf. Dan zijn er plots twee. Twee immens grote dieren die op het voedsel azen en om elkaar heen draaien. Dat voedsel strooien de vissers vanaf de bagan met emmers tegelijk in het water. Ik hoef mijn mond maar open te doen en ik heb ook mijn ontbijtje binnen. Diep onder de indruk zitten John en ik stil later naast elkaar. Het is echt bijzonder om zo dichtbij geweest te zijn.

Op de terugweg genietend van ons ontbijtje spreek ik de wens uit dat men wijs en respectvol naar de dieren toe deze activiteit voortzet. Balong is er ooit mee begonnen. Met succes heeft hij het met anderen gedeeld. Nu gaat deze attractie, naar mijn mening, ten onder aan zijn eigen succes en ten koste van de walvishaai. Maar indrukwekkend was het zeker.

“It is well for the heart to be naïve and for the mind not to be.

-Ana Tole France-

5 gedachtes aan “naïef

  1. Marinka

    Wat een mooie dieren en hoe indrukwekkend om zo dichtbij te zijn geweest.
    En hoe verdrietig dat die dieren verworden tot attracties voor toeristen die na hun fullmoonparty gezellig willen zwemmen…

  2. Eline

    Wow; wat mega imposant! Wel echt indrukwekkende foto’s. Het voelt altijd zo dubbel; dit moois wil je zien en ervaren en eigenlijk wil je het niet delen omdat het dan verloren gaat… dank je wel voor het delen en zo fijn dat Balong het opneemt voor de dieren. Ik wil ook graag een beetje naief blijven…

  3. Susan

    Geweldige en indrukwekkende dieren, die walvishaaien. Ik heb ooit bij Belize met ze mogen meezwemmen.
    Jammer dat het tegenwoordig zo toeristisch is. Fijn dat jullie nog zo’n toffe herkansing hadden met minder drukte en gedoe….

Laat een antwoord achter aan Marinka Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *