
Dit is zo’n dag. Een dag waarvan we van tevoren niet weten hoe die zal gaan verlopen. Vaak vult de dag zich met dagelijkse beslommeringen. De was, boodschappen, klusjes. Soms wordt zo’n dag een feestje. Vandaag is het zo’n feestjesdag.
Onze koelkast raakt alweer leeg en we zijn benieuwd naar het plaatsje Tello. We halen ons anker op en verlaten de beschutte ankerplaats in de mangroves. Een goed half uur later zoeken we naar een stukje ankergrond dat ondiep genoeg, vlak, beschut achter de kade en niet te dicht op de boot Danceme is. Na enig gedraai vinden we een plekje dat het allemaal heeft. Het anker plonst in het heldere water op zoek naar dat kleine stukje zand op de bodem. Na een bak koffie zijn we er zeker van dat Rhapsody blijft liggen en roeien we naar de kant.

Via een gangetje langs de achterkant van huizen bereiken we de hoofdstraat. Het valt meteen op dat we terug in de tijd zijn. De blitse scooters op de andere eilanden zijn hier oude brommertjes met een knalpot. Ik heb het vermoeden dat de tuktuks hier in de jaren ’50 ook al bestonden. Steeds opnieuw opgelapt en rijden maar weer. Rijen kleine toko’s met een ratjetoe aan waar vullen de straat.

Groentezaakjes met verlepte kool, wortels met zwarte vlekken, half rottende uien en voornamelijk rode sjalotjes, knoflook, rode pepers en andere kruiden. Op de grond zitten een aantal dames met hun uitgestalde waar om zich heen in de hoop dat we iets van hen afnemen.



We lopen overal langs om te kijken waar wij het beste spul vandaan kunnen halen. Het is echter nog vroeg. We kopen vooralsnog niks. We verkennen eerst het dorp en willen vooral de benen strekken. Het klinkt overal hallo. Onophoudelijk zeggen we gedag terug en lachen vrolijk op elke foto die gemaakt wordt. We lopen het dorp een beetje uit. In de verte klinkt muziek. We lopen nieuwsgierig die richting uit. Het duurt niet lang of we zien jongelui in traditionele kledij op straat staan. Zodra ze ons zien zorgt dat voor flinke opwinding. “Foto’s maken?” “Ja natuurlijk. Heel graag.”

En vooral met hun eigen mobieltjes en met ons erop. En een foto is niet genoeg. Na de fotoshoot vraag ik wat ze gaan doen. “Dansen.” Ze zeggen dat we mogen we kijken als ik daar naar vraag. Geen enkel probleem. Om ons heen lopen dames in schitterende kleding. Sarongs in verschillende patronen met kleurige keurige kanten bloesjes. Wij vallen enorm op. Iedereen draait hun hoofd om zodat ze ons kunnen bekijken. Allemaal vrolijk lachend zodra we het immens grote gebouw naderen. Een man komt naar ons toe, pakt ons bij de arm en neemt ons mee. Hij sluist ons langs allerlei mensen naar binnen. Ik voel me bloot in mijn korte broek. Gelukkig heb ik vanmorgen een blouse met lange mouwen aangetrokken. Niemand lijkt zich daaraan te storen. Vooraan mogen we plaats nemen. Het is blijkbaar een feestdag in het dorp.






De sfeer is opgetogen. Blij en vrolijk. De meiden waar we naast zitten zijn oprecht verrast door onze aanwezigheid. Ze giechelen, kirren en lachen achter hun handen. Vele foto’s worden van ons gemaakt. Ik maak ze ook. Van hun gezicht. Van hun oorbellen. Van hun met plakband vastgeplakte schoenen. We zijn aanwezig bij het festival Maena Paskah. Ik begrijp dat dit het paasfeest moet zijn. Vreemde datum want Pasen was vorig weekend. Er zijn toespraken. Natuurlijk. Vier zangers zetten een lied in. Een feestje voor de aanwezigen. Men klapt en zingt uit volle borst mee. Een hoog gehalte ‘This is the day’ liedjes in het Indonesisch. Dan wordt het serieus. We zijn in een kerkdienst beland. Ik kijk om me heen. Tijdens de preek zit vrijwel iedereen met zijn mobieltje in zijn hand



Ik tel de aanwezige groepen. Herkenbaar aan hun kleding. Zeker een stuk of tien. “Het wordt een lange dag,” sein ik John alvast maar in. Na de preek prevel ik, ook al is lang geleden, vrijwel automatisch het Onze Vader mee. Zo’n herkenbaar universeel murmel deuntje. Na de dienst treden twee groepen jonge meisjes op voor een goed doel. Ook ik gooi een briefje in de kartonnen doos. John kijkt me aan. Ik herken die ogen. “Ik-begin-trek te krijgen,” vertellen ze me. Het is al bijna twaalf uur. Ondertussen worden er doosjes uitgedeeld. Ieder aanwezige krijgt een lunchbox.



Ook wij. Ik open de doos. Babi Rendang, rijst, groente en stukje watermeloen. Het smaakt ons goed. Naast ons worden halve varkenskoppen geserveerd aan de ere gasten. Ook dat is traditie op de Niaseilanden. Een week geleden zagen we de kaken hangen in het koningshuis. Vandaag liggen ze op een bord voor ons. Ook wij zijn blijkbaar eregasten want we mogen van de varkenskoppen proeven. Het vlees van de wangen is mals en smaakvol. Het 1cm dikke huid met vet laat ik liggen. Voor de echte liefhebber.
Na de lunch moet ik naar de wc. Tijdens het lopen wordt ik blij begroet. Na wat vragen weet ik waar ik naar toe moet. Bij het gebouw van de wc zie ik voor de drempel diverse schoenen staan. Automatisch doe ik mijn slippers ook uit. Terwijl ik met één voet over de drempel ga, besef ik dat ik op weg ben naar de wc. Zo’n wc hier is niet meer dan een gat in de grond. Een kleinere versie van het Franse campingtoilet. Ik zet mijn voet neer. Nu nog op de droge tegels. Straks zet ik mijn blote voeten op de rand van het toilet. Ik gruwel bij het idee. Lang kan ik daar niet bij stil staan. Mijn aanwezigheid is opgemerkt door jonge meiden die op de grond hun lunchbox leeg eten. Ze stoppen abrupt en zetten het op een gillen alsof ze wereldster zien. Ik lach en ben het hele gedoe met vieze voeten alweer vergeten. Het gebouw is een keuken. Achterin zijn wc’s Een dame stapt op blote voeten uit het hokje. Heel gewoon dus. Ik stap naar binnen. Meteen sta ik in een plas water op de vloer. In de hoek staat een grote emmer met de steelpannetje om door te spoelen. Ik kijk naar het gat en de plek waar ik geacht wordt mijn voeten te plaatsen. Het ziet er schoon uit. Schoner dan menig ander toilet. Mijn aarzeling om er op te gaan staan wordt al minder. Ik sta toch al met mijn voeten in het water. Ik spoel door met het pannetje. Keurig spoel ik alles af. Ook mijn voeten. Ik ontkom er niet aan om opnieuw in de plas met water te gaan staan. Niet aan denken wat het allemaal nog meer zou kunnen zijn. Ik spoel mijn hand af met stromende water uit het kraantje en vul daarmee de grote emmer bij. Opgelucht sta ik naar buiten. Niet vergeten mijn voeten te wassen vanavond voordat ik in de boot stap.
Ik wil naar buiten lopen terug naar de grote zaal. Het is me uiteindelijk gelukt. Vraag me niet hoe. Foto’s, foto’s, foto’s en nog eens foto’s zijn er gemaakt. Steeds mijn hand anders geplaatst. In V-vorm, bij mijn gezicht als half hartje en met duim om hoog teken. Ook de jongens laten deze kans niet aan zich voorbij gaan. Ook zij nemen foto´s. Ze vinden het geweldig als ik een deuntje op hun trommel speel. Wat een dag. In de middag zien we de verschillende groepen zingen en dansen. We blijven tot het einde. ‘Onze groep’ is het laatst aan de beurt. Ze zingen als de beste en laten het interessante dansje zien op en hun vastgeplakte schoenen. Zij zijn de showgroep. De anderen deden mee aan een wedstrijd. Zodra zij hun optreden beëindigen barst het feest los.

Alle danseressen komen de dansvloer op. Ik ook. Ik denk dat we wel een kwartier of langer op hetzelfde liedje hebben gedanst. Tot groot plezier van iedereen en van onszelf. Het liedje dat gezongen wordt, zou zomaar ‘dit is de dag’ geweest kunnen. Iedereen bedankt ons en maakt nog snel een paar foto’s.

Ik denk dat het half vijf is wanneer we, met de dansers terug lopen naar het dorp. “Even naar het dorp om groente te kopen,” dachten we vanmorgen. Het is iets anders verlopen.
We vinden de ankerplek niet zo geschikt voor de nacht. Te dicht op de boten. Te onregelmatig en te onbeschut. Dus varen we in een half uur mèt groente terug naar onze rustige plekkie.

Onderweg krijg ik een Whatsapp berichtje; “ Can you send me the pictures.” Het is Vivi, een van de meidengroep. Ze wil ook de laatste foto’s die we gemaakt hebben. Korte berichtjes volgen in het Engels en Bahasa Indonesië. “Saya suka Nias,” schrijf ik. “Always welcome in Nias,” schrijf ze terug. “Wat een dag,” denk ik en leg mijn mobiel neer.
“Dit had ik vanmorgen niet kunnen bedenken toen ik mijn veters aan het strikken was.”
-John-


Haha. Wat een pracht quote . Perfecte dag; vol verrassingen. Wat een celebrities zijn jullie dan en wat fantastisch om mee te kunnen en vooral ook mogen doen!
Geweldig hoe zo,n dag kan lopen
gewoon aan toegeven,
dan heb je een top dag
en de prachtige kleuren vd kleding
is zo bijzonder,
en een warm gevoel er aan over houden
Is zo mooi
Super dat jullie dat weer hebben mee gemaakt!
Wat een bofkonten zijn jullie weer. Fantastisch om zo’n dansfeest onverwachts mee te mogen maken/ vieren.
Prachtige oorbellen.