RHAPSODY

te midden van dit alles

De wind versnelt van de mooie 15 naar 19 knopen. Er lijkt geen eind aan die versnelling te komen. Met een snelheid van 24 knopen raast het ons voorbij. De wind heeft blijkbaar haast. Alsof ze eerst getreuzeld heeft en nog niet weg wilde gaan. Nu realiseert ze zich dat ze tijd in te halen heeft. In haar haast sleurt ze ons aan onze zeilen mee. De golven nemen toe. Opgehitst door de wind. Schuimbekkend, ‘white horses’ zouden de Engelsen zeggen, volgen ze de wind in een rap tempo. Een deining uit het zuiden zoekt binnen de baan van de windgolven haar weg. Dwars er door heen. Als een stoomtrein die niet aan snelheid inboet. Het dendert maar door. Het let niet op andere deelnemers in de zee. Had je daar maar niet moeten zijn. De windgolven en deining kruisen en botsen regelmatig. Opstuwende golven en een flinke partij opspattend water over ons dek als gevolg. En te midden van dat alles zeilen wij. Een klein voortbewegend eilandje in de altijd roerige Indische oceaan.

 

Dubbel gereefd grootzeil. Een uitgeboomde genua. Slechts een klein stukje doek van ons voorzeil is uitgerold. Precies groot genoeg om de wind te vangen. Klein maar zelfs met dit formaat halen we flinke snelheden. We leggen, in vierentwintig uur tijd, behoorlijke afstanden af. De stroming lijkt eindelijk ook iets mee te staan. Dat helpt. Surfend van de golven maken we af en toe 12 knopen vaart. De zeemijlen tikken weg. Voorzichtig denken we aan een dag van aankomst. Met een slag om de arm reken ik uit hoeveel dagen we nog te gaan hebben naar Victoria in de Seychellen. Met deze snelheid nog acht. Rhapsody geeft om dit alles niets. Ze scheert en scheurt door en van de golven. Het deert John ook niets. “Beter deze wind dan klapperende zeilen en amper vooruitgang zoals gister.”

 

En ik? Rationeel heeft John gelijk. We maken goede vorderingen. Qua gevoel ga ik een grens over. ’t Is net zo iets als ik een toren via een blind trappenhuis beklim. Plots overkomt me dan het gevoel ik dat ik bij de volgende traptrede te hoog ga. Toch zet ik dan door om te zien of het inderdaad te hoog is. Nu heb ik dat gevoel ook. Het gevoel geen controle te hebben. Dat we te snel gaan. Dat de krachten te groot zijn. Dat ik het niet in de hand heb.  Bij elke klap van een golf krijgt de boot een zwieper. Als ik buiten ben, zie ik hoe deining en golven bij elkaar komen en hoge heuvels vormen. Soms klappen ze hard tegen de boot stuk. Soms gaan ze luid sissend aan ons voorbij. Ik kan dat niet stoppen. Ik heb daar geen controle over. Ik moet me overgeven aan de elementen. Ik weet het maar het lukt me niet. Ik heb het gevoel dat ik niets kan doen. Slapen lukt me niet. Ik lijd. Bij elke gooi schrik ik. Bij elke klap ben ik wakker.

Ik zoek de beste slaapplek uit in de boot uit. Veel keuze heb ik niet. De lange bank aan stuurboord met het slingerzeiltje of de lange bank aan bakboordzijde. Dat laatste is aan de hoge kant. Ik moet me dan stevig vastklemmen om er niet vanaf te glijden. Onophoudelijk laat de oceaan flink van zich horen. Het suist. Het gorgelt. Het klapt. Het raast. Het brult. Onder me en naast me. Soms boven me als een golf stukslaat op het dek. Ik kan er echt niet van slapen. Hoe ik ook probeer. Overal water. Enkel een dun wandje vormt de scheiding tussen veilig en onveilig. Ik zit aan de veilige kant. Ik weet het. Toch kan ik de slaap niet vatten. Zelfs niet met mijn oordoppen in. Na een korte rustige periode zijn de golven nu weer woester en onberekenbaarder. Ik vervloek ze. Kwaad stampend kom ik mijn kooi uit. Ik stap naar de andere kant. Daar is het net zo onrustig. Natuurlijk. Hoe kon ik anders denken. Ik schuif en ik rol in mijn eigen vel. Alles in me vecht tegen deze situatie. “Waarom doe ik dit ook al weer?” Alles aan boord is een hele onderneming. Niets is gemakkelijk. Ik glij van de wc af als we onverwachts veel schuiner gaan. Simpel brood smeren. Vergeet het maar. Koken? Het kost twee keer zoveel tijd. Regelmatig stoot ik mij hoofd door een plotselinge duikeling van de boot. “Waarom doe ik dit?” Dan herinner ik me een zin van Freddy Mercury, eerder keihard meegezongen, in het lied Made in heaven; “Stormy weather is made in heaven. It’s meant to be this way. It’s written in the stars.”

John haalt het voorzeil helemaal weg zodat het zeil niet meer rukt aan de schoten. Het wordt beduidend stiller. We behouden onze snelheid. Mijn zoektocht naar een goede plek is gestopt. Ik heb het gevonden. Op de vloer. Uiteindelijk lig ik op de vloer in het midden van de boot op een dun kussen. Mijn hoofd vlakbij John. Hij zit daar en houdt de wacht. Hij legt een arm om me heen. Ik pak zijn hand. Ik zoek geruststelling. “Het gaat goed komen, hè.” vraag ik. “Het is al goed.” zegt John kalm. Ik voel me getroost en doe mijn ogen dicht. Wanneer ik wakker word, is het half zeven en al licht. Mijn beurt van de wacht had allang begonnen moeten zijn. John heeft me laten slapen. De schat.

Vandaag doe ik het anders Vanaf dit moment omarm ik de omstandigheden. Aan de wind kan ik toch niets veranderen. Aan de golven ook niet. Het komt zoals het komt. Te midden van dat alles kunnen we alleen leren er mee om te gaan. Koers veranderen en de stand van zeilen aanpassen. Dus ik om arm de omstandigheden en maak er gebruik van. Tenslotte brengt het ons naar de eindbestemming; de Seychellen. Iets wat John al lang deed.

“Stormy weather is made in heaven.”

– Queen –

 

logboek:17 juni 2025

09º 24′ 317S 082º51’30 E

Afstand 1654

koers 265º

snelheid gemiddeld 6.6knoop

golfhoogte 3,5m

 

3 gedachtes aan “te midden van dit alles

  1. Trots & liefdevol Eline

    Het kan me zo intens raken; het eindeloze “gevecht” van mens tegen en met zichzelf. En de natuur die aangeeft haar eigen koers te varen en te vertrouwen. Vertrouwen dat het al goed is ! ❤️.

  2. Jaap

    John is echt een rustgevend baken, heb ik het idee. Ik kan mij die angst van jou op het relatief kleine schip op die woeste oceaan goed voorstellen.

  3. Ina

    Wat kun je wind en golven toch goed beschrijven. Hierin ook je angsten ervoor. En altijd jullie liefde voor elkaar