“Vogels!” Ik zit meteen rechtop. Het zijn de eersten na zes dagen zeilen in een lege wereld. Hoog in de lucht cirkelen fregatvogels. Wat verderop naast me vliegen in een treintje een tiental witte vogels. Ik sta op. Ik tuur over de buiskap heen. “Land.” In de vroege uren van de dag naderen we het eiland Ascension. Nu nog een vage vlek aan de horizon. Een uur later is de hoogste bergtop duidelijk te onderscheiden. Om ons heen vliegt een bruine gent. Nieuwsgierig en hopend op een visje in ons kielzog. Het eiland Ascension wordt groter en groter. Mijn verbazing ook. Grote antennes, windmolens en een radarkoepel ontsieren het eiland. Rood en zwart verschroeide kegelvormige heuvels. Het is me meteen duidelijk. Hier aankomen is eerder een landing op mars dan op een subtropisch eilandje.

Het begint al vooraf. Zomaar op de bonnefooi ernaar toe zeilen is uitgesloten. We mogen alleen komen als we een visum aangevraagd hebben. Daarnaast een goede ziektekostenverzekering in geval van nood. Zonder een afgesproken accommodatie komen we het eiland niet op. Rhapsody als accommodatie volstaat gelukkig. Ascension is namelijk geen toeristenbestemming. Of beter gezegd niet meer. Tijdens Covid-tijd waren toeristen uit den boze. Daarna en met de huidige geopolitieke ontwikkelingen hebben ze dat zo gelaten. Zowel een Engels als een Amerikaans legerbasis is hier gestationeerd. Je mag hier alleen wonen als je ook werk hebt. Geen werk? Geen plaats meer voor jou. Dat zeilers nog wel voet aan land mogen zetten, is misschien wel een van oudsher recht. Tijdens een lange zeilreis is het een aangename tussenstop. Om uit te rusten, om vers voedsel en water in te slaan. Algauw zullen we ontdekken dat dit kleine eilandje tussen de continenten van Zuid Amerika en Afrika niet zomaar een eiland midden op de oceaan is.

Via ‘groundcontrol’ van Ascension havencontrole krijgen we de coördinaten voor een veilige landingsplek door. Normaal kiezen we die zelf. Nu volgen we de protocollen nauwgezet op. Behoedzaam varen we om de meterslange brandstofslang heen die in het water zweeft. Ruimteschepen kunnen zo aankoppelen en brandstof vergaren zonder te landen. Een enorm lang zandstrand ligt voor ons. Daarachter vulkaanlandschap met verschillende bruinrode kegels, grijszwarte heuvels en een groene in nevelen gehuld. We verlaten het moederschip Rhapsody en met onze opblaas ‘marslander’ tuffen we naar de pier van Georgetown. De landing is een precisie klus. Het vraagt om perfecte berekeningen. De pier is hoog. Via het bestijgen van een betonnen trap kunnen we bovenkomen. Daar aanleggen is er niet bij. De deining zou ons plastic marslanderbootje langs de scherpe randen van beton en rotsen desastreus open rijten. Bovendien zouden we in de weg liggen voor de laadbootjes van het grote vrachtruimteschip.


John knoopt, na aanwijzingen van groundcontrol, ons bootje vast aan een lange lijn die tussen twee boeien ligt. Daarna stappen we over in een veerboot-shuttle. Daarmee moeten we onszelf naar het landingsplateautje trekken voor de final touchdown. Het klinkt leuk maar in de praktijk ligt het iets gecompliceerder. Op vlak water geen probleem. Maar er staat een deining. Door de zuigende werking worden we meegezogen en weer terug getrokken. We gaan daarbij op en neer. Op, betekent natte voeten en neer, droge voeten. De marslander ligt vastgekoppeld. We trekken ons naar de shuttle toe. Ik stap over. Dat is niet zonder gevaar. In deze wateren zwemmen grijze marsmannetjeshaaien en slaan toe bij elk verkeerd afgelopen missie. Ik vergeet tijdens het overstappen contact te houden met de marslander. John ligt meteen weer twee meter terug. Opnieuw dus. Als John ook veilig is overgestapt, vragen we ons af hoe we ons naar de kant kunnen trekken.
“Houston we got a problem,” roept John de ether in. Gelukkig zijn er ruimtevaarders aan het werk op het ruimtestation. Ze schieten de onervaren astronauten snel te hulp. Ik heb mijn speciale ruimtekleding aan; waterschoenen. De kans dat de zee het opstapplateautje overspoelt is groot. Na getouwtrek van de mannen op de kant, komen we dichterbij. Eentje is afgedaald en zwengelt een touw naar me toe. Ik grijp het. “A small step,” zegt de man nog. “A small step for you but a big step for me,” wil ik terug zeggen. Geconcentreerd wacht ik de juiste timing af. Onder geen beding wil ik eindigen in de eindeloze blauwe wereld onder me. Als de deining weer omhoog komt, stap ik gauw over. “The eagle has landed!” Een perfecte touchdown door John daarna. Op naar groundcontrol, de havenmeester en immigratie voor het nodige papierwerk. Georgetown is eigenaardig anders. We moeten wennen aan deze buitenaardse wereld. Het is heet, droog en stoffig. Zwart en rood vulkaanas vormen straten tussen de barakachtige gebouwen. Ik kijk naar boven. Geen beschermende koepel. We zijn toch echt op aarde en niet op Mars geland.

De dame van het havenkantoor. Stuurt ons elke dag de voorspelling van de deining. De deining bepaalt namelijk of we naar de kant kunnen gaan. Oei, schrijft ze erbij, de komende dagen wordt het ruig. Jullie kunnen niet naar de kant. Wees voorzichtig en voorbereid om elk moment te vertrekken. Dat klinkt niet zo best. Gelukkig hebben we onze paspoorten zowel in en als uit gestempeld. Men kent het hier. Subiet vertrekken als dat nodig is.

Het gaat geleidelijk die verhoging van de deining. Rhapsody volgt het ritme. Binnen valt het allemaal wel mee. Totdat ik maar eens buiten ga kijken. In de verte barsten golven woest uiteen op de rotsen. Echt meters hoog spat het water op. Ver achter de gemoorde boten zie ik een lange hoge breker ontstaan. Ik schrik enorm en de angst slaat toe. “Wat doet dat water hier als het bij ons is.” Ik observeer het naderende water. Rhapsody wordt opgetild en plots meegevoerd. Daarna komt ze weer op haar plekje te liggen. Niets meer dan een verhoging. Het anker houdt subliem. Ik hou het een tijdje in de gaten. Geen brekers hier bij ons terwijl de deining wel hoger wordt. Toch vind ik het niks. “John je moet buiten kijken.” “Hoezo?” “Kijk zelf maar.”John werpt een blik naar buiten. “Oké, laten we het bootje en motortje opruimen. Als we moeten vertrekken dan kunnen we dat.” John houdt de zee een tijdje in de gaten en vindt dat het veilig genoeg is. Ik kijk regelmatig naar buiten en maak foto’s. De voorspellingen geven aan dat het niet erger gaat worden dan dit. Zo zitten we dagen aan boord. De deining is inmiddels afgenomen maar op zondag gaat het veerbootje het water niet in. We vermaken ons met van alles en nog wat en vooral met niks. Spelletjes, schrijven, lezen, film kijken dat soort dingen. Onze nieuwsgierigheid naar het eiland is groter dan de lust om weer te vertrekken.

De deining is eindelijk uit gedeind. We kunnen naar de kant. We regelen direct een auto bij de dame van immigratie voor de volgende dag. Vandaag willen we vooral lopen. Onze stijve benen moeten nodig uitgelaten worden. We sjokken wat door het dorp en per toeval komen we de dame tegen die eerder ons informatie over het eiland had gegeven. “Zijn jullie al in het museum geweest?” “Nee.” Het museum is alleen op zaterdag open en toen zaten we vast op de boot. “Misschien wil ze het wel even open doen,” zegt ze vervolgens. Een half uur later lopen we rond in het kleine en volle museum. We zijn dan niet op Mars geland maar ver zitten we er niet naast. Alles draaide en draait nog steeds om communicatie in en door de ruimte.

Ascension is eeuwenlang een veilige haven geweest voor passerende schepen. Naast proviand inslaan, diende het als postbus om berichten door te geven. In 1501 ontdekt. In 1503 kreeg het zijn naam. Ascension ofwel hemelvaart. “Zou de Portugese naamgever geweten hebben hoeveel waarheid in die naam zou zitten?” Begin 19e eeuw namen de Engelsen het in bezit als strategisch punt tegen de Franse rebellen. Het heeft daarna vrijwel elke ontwikkeling op communicatie gebied doorgemaakt. In de tweede wereldoorlog kregen de Amerikanen een legerbasis om vijandelijke schepen en berichten te onderscheppen. Een telegraafpost streek neer. Enorme stalencommunicatiekabels verbond Zuid Amerika en Afrika via Ascension met elkaar. Al heel wat jaren heeft de BBC hier een radiostation. Allemaal om de signalen en boodschappen door te sturen. Het vliegveld is groots aangelegd om een spaceshuttle te kunnen laten landen. Het GPS-systeem heeft hier een van de vijf grondstations. Zelfs NASA had hier een space-centrum. Tijdens de Apollo-missie diende het als relay en stuurden ze de berichten vanuit de ruimte door naar Houston. Het is hier waar men de beroemde woorden van Armstrong het eerst gehoord heeft.
We bezoeken het NASA-station aan de oostkant van het eiland. Het is inmiddels ontmanteld. Een paar oude gebouwen en sokkels waar ooit enorme schotels hebben gestaan, is het enige wat nog rest. Nog steeds is NASA actief. Nu struinen ze de ruimte af en monitoren o.a. het ruimteafval. Geheime berichten die over de wereld uitgezonden worden mogelijk ook. En toch mogen wij hier zomaar zijn.







Green mountain met het nevelwoud is de enig bergtop die groen is. Helemaal origineel is het niet. Bij wijze van experiment heeft men begin twintigste eeuw een bos aangelegd van exotische vruchten en bamboe. Voor voedsel en om extra water te genereren. Langzaam breidt het ten koste van veel endemische planten zoals varens uit. We struikelen over de guaves en wilde schapen op het groene pad. Het is een heerlijke oase op het verdere asgrauwe eiland.



De uitzichten zijn geweldig en vooral bijzonder. Al die grote schotels, hoge radioantennes en radarkoepels in de verte doen futuristisch aan. Ik vind sowieso dat het landschap van nature al buitenaards gevormd is. Vreemde gesteentes, structuren, creaties en kleuren.





Rare geluiden als rinkelende tegels onder onze voeten. Scherpe randen en mul zwart zand. Mos dat zijn best doet om te overleven. Macabere namen als Devil’s horse riding school of Devils Ashpit maken het onheilspellend en tevens interessant mooi. Eindeloze postbuswandelingen compleet met stempel brengen je overal.
Ascension heeft overigens een overvloed aan natuurlijke wonderen. Helaas zijn we niet voor alles in het juiste seizoen aangekomen. Nestelende zeeschildpadden, migrerende landkrabben, broedende vogelkolonies, een uitbundig onderwaterleven en goudgele zandstranden met inktzwarte lavarotsen.



We leveren de auto weer in. Van het laatste contante geld kopen we in plaats van benzine een ijsje. Het tankstation is namelijk maar twee keer per week een aantal uur open. Het zat blijkbaar verwerkt in de huurprijs. Het eiland zit vol met dat soort weetjes en gewoontes.
Het wordt tijd om te gaan. Als we in de haven komen, loopt een havenmedewerker op ons af. “Je moet haar bedanken. Ze heeft je bijbootje gered.” Hij wijst naar een dame even verderop. Op de een of andere manier is het losgeraakt en afgedreven. Wat een geluk dat zij daar op dat moment met een boot op zee was. “Ik heb het extra goed vastgeknoopt,” zegt ze nog. Dat heeft ze zeker. Ik ben een kwartier bezig om al die knopen los te maken en dat met haaien in de buurt. Èn dat is geen sciencefiction verhaal. John heeft namelijk eerder een groot exemplaar gespot.
‘oceanus non dissociat’
the ocean shall not seperate
– motto van de telegraafwerkers op Ascension Island –




Wat een bijzonder eiland. En spannend om de grote stap te maken om aan land te komen. Prachtige beelden
Weer mooie ervaring, zo’n buitenaardse ervaring
Je blijft verbazen door je creatieve schrijfstijl. Dat maakt het spannend en inleefbaar, thanks.