RHAPSODY

sandlovers

Het is donker. Het is koud. Het is druilerig. Fijne druppels mist zetten zich als kleine diamantjes vast aan mijn haren. Het is vroeg. Zo’n zeven uur in de ochtend. Toch zijn we buiten de boot te vinden. Andere ochtenden staat de kachel aan en zitten we warm aangekleed aan ons ontbijtje. Vandaag trotseren we koude elementen van het Namibische zeeklimaat in Walvisbaai. De liefde voor het zand gaat ver. We gaan op zoek naar iets dat ik voor onmogelijk hield. Klein grut dat leeft in het zand van de woestijnduinen. ‘The tiny 5.’ De echte sandlovers.

Als ik om me heen kijk, zie ik niets dan zand. Opgehoopt zand met wat groen erop. “These are hotels and restaurants,” legt Sakkie, onze gids, enthousiast uit. Vooral zilvervisjes staat er op het menu van de hotelgasten, naast gedroogde blaadjes van de dollarplant en aangewaaide graszaadjes uit het binnenland. Het groen kan hier dankzij de mist overleven. Het is het enige water dat er vrijwel dagelijks voorhanden is. Zo’n 260 dagen, van de 365, start met mist van zee. Ik probeer door de ogen van de gids te kijken en ik zie al meer. Hij heeft net verschillende sporen in het zand getekend waar we naar op zoek moeten. Sporen van vogels en de jakhals zijn overduidelijk en gemakkelijk. De sporen die hij uitvergroot getekend heeft, zijn in werkelijkheid uiterst klein. “Het zal lastig zijn ze te vinden. Een enkel zuchtje wind wist het spoor uit.” Daarnaast is het koud en daar houden ze niet van. De kou houdt de dieren onder de grond. Hopelijk komt de zon door.

Sakkie wijst op gaatjes, holen en subtiele kleurverschillen in het zand. Hij graaft hier en daar voorzichtig met zijn hand. Hij speurt en wij lopen er gedwee achter aan. Sakkie is kieskeurig en graaft niet zomaar. “This could be something,” en hij begint te graven.

“Yep, there is a tunnel.” Een opening van amper 1cm breed en 1 mm hoog wordt zichtbaar. “It’s still here.” Voorzichtig schaaft Sakkie het zand millimeter voor millimeter weg. En dan heeft hij beet. Op zijn hand staat een gekko. Doodstil. Het is de paradijsvogel van de woestijn. Een diertje is van kop tot staart zo’n 8cm groot. Grote zwarte ronde ogen staren ons aan. “Hij ziet niks hoor.” Het is me een raadsel waarom het kleine diertje zoveel kleuren heeft. Het leeft ’s nachts en onder de grond. Normaal gesproken onzichtbaar. De petieterige pootjes hebben petieterige zwemvliezen om mee te graven. Bewegingsloos poseert het voor onze camera’s.

Een lachend gezichtje kijkt me vanaf de foto aan. Wat een wondertje. Ondertussen worden twee skinken, hagedissen, aangedragen door een andere gids. Glossy’s. Glimmende blauwgele beestjes zonder pootjes. Mini slangetjes of lange wormen. Ook deze leven onder het zand. Het kleintje laat hij al gauw vrij. Een knipper met de ogen en het is in het zand verdwenen. De ander mogen we van dichtbij bekijken voordat het ook verdwijnt in de eindeloze zee van zand.

Een zwangere kameleon bevindt zich hier elke dag in hetzelfde gebied. Algauw is deze ook vandaag gevonden. Ze zit ze verscholen in een ‘hotel’ tussen de dollarplant. bewegingsloos. Alleen haar ogen draaien alle kanten op. Altijd gedacht dat de tong opgerold in de bek zit. Maar dat is dus niet zo. De tong is een ingetrokken spier die met een enorme snelheid naar buiten kan komen. Ze ruikt naar niets. Ze geeft geen enkele geur af. Een jakhals kan haar daardoor niet vinden. De gecraqueleerde dame laten we dan ook met rust. Terwijl ik haar nog ademloos bekijk, John foto’s maakt, heeft Sakkie een nieuw dier gevonden. De ‘sidewinder’. Een zeer giftige hoornratelslang.

Ik kijk naar de plek die hij aanwijst. Daar in het zand moeten ogen zichtbaar zijn. Hoe ik de aanwijzingen ook volg, ik zie het niet. Sakkie neemt een close-up foto. Als ik deze bekijk, zie ik in dezelfde kleur als het zand duidelijk een oog. Sakkie wijst op de S-vorm in het zand. Dat heeft hem verraden. Met een stok tilt hij het dier iets op. Een slang van zo’n 30 cm komt tevoorschijn. Gevaarlijk? Best wel. Het gif is dodelijk. Ze vindt de kou maar niets en graaft zich al wiegend op spectaculaire wijze weer in. Alleen haar ogen blijven zichtbaar. We zien hoe ze zijdelings beweegt en daarbij horizontale sporen achterlaat als we haar nog eens beroeren. Vanaf nu bekijk ik elke heuvel met plantjes met andere ogen. Ik denk aan Giel uit Luderitz die me zei op te passen voor slangen. Naïef dacht ik die wel op tijd te kunnen zien. Ze liggen echter verstopt en zijn onzichtbaar.

Sakkie laat lucht uit de banden ontsnappen. We gaan verder de prachtige duinen in. Op zoek naar de zandferari. De zon is inmiddels doorgebroken en verwarmd de duinen onmiddellijk. De uitzichten zijn bizar en onwerkelijk. “There!” Een klein wit vlekje snelt over het zand op zoek naar een veilige onderkomen. Bliksemsnel is het in het zand verdwenen. Sakkie stapt vliegensvlug uit en weet het diertje uit het zand te vissen. Een hagedissoort. Het heeft supergrote graaf- en renpootjes die rivalen eraf bijten zodat ze niet meer aantrekkelijk voor de dames zijn. Een platte aerodynamische bek om zo het zand in te duiken. Dat doet hij zodra Sakkie hem loslaat. Tijdens het rijden zie ik verschillende rondrennen. Ik vraag me af hoeveel van deze opwindbeestjes in deze zandheuvels wonen.

Sakkie heeft nog een verrassing. Een kleine kameleon. Een jonkie. Tussen de stenen niet te vinden tenzij je het weet. Gevonden! Gespot boven op een zwarte steen. Een klein vlekje dat net iets anders zwart kleurt. Voorzichtig schuifelen we dichterbij. Een meelworm ligt zo’n 30cm voor hem. Het duurt niet lang en hij heeft dat in de gaten. Terwijl het ene oog de prooi nauwlettend in de gaten houdt, let de andere op de omgeving. Ondertussen past de kameleon zich aan de veranderde omgeving. Zodra het van die zwarte steen afkomt verkleurt het van zwart geleidelijk naar grijswit met vlekken. Zo’n 10cm bij de worm vandaan houdt het stil. De ogen richten nu 1 kant op. Allebei de ogen gericht op de prooi. Het bekje gaat een kiertje open. Dan in een krachtige snelle beweging pakt de tong genadeloos de worm. Alle kanten steekt de meelworm uit zijn kleine bekje. Genoeglijk en onbeschaamd vreet hij de worm in een paar bewegingen op. We laten het verder met rust. Kan het uitbuiken .

Langzaam rijden we verder door de heuvels van losliggend zand. Ik verwonder me aan de kleuren van de zandkorrels. Geel, rood, oranje en zwart. Oranje en zwart zijn oud en ijzerhoudende zandkorrels. Het gele zand betrekkelijk nog jong. Het rode komt van granaatsteen. Alles door erosie, wind en zee hier in miljoenen jaren tijd hier terecht gekomen. Het maakt me stil en klein. Zoveel leven, zoveel beweging in een eindeloze leegte en een zee van ruimte.

 

I have always loved the desert. One sits down on a desert sanddune, sees nothing, hears nothing.

Yet through the silence something throbs and gleamse.’

– Antoine de Saint-Exupéry –

4 gedachtes aan “sandlovers

  1. Jaap Verhorst

    The tiny five- Wat apart
    Verbazingwekkend wat die zandvlakte allemaal verbergt. Mooi hoe die ogen uit het zand zichtbaar worden, als je inzoomt.

  2. Harry van der vis

    Dood eng die verstopte slang. Daar heb je wel beschermde kleren voor aan neem ik aan? Een zandwoestijn staat op mijn verlanglijstje en nu iets hoger. Dank

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *