Op vrijdag is het barbecue-avond op de jachtclub. Een mooie gelegenheid om informatie bij de lokale zeilers te halen. Belangrijke informatie over hoe we het beste rond het grote eiland kunnen zeilen. Zij zeilen in hun vrije tijd ook en zijn ervaringsdeskundigen bij uitstek. Ze kunnen ons precies vertellen waar de mooiste plekken zijn. In een baai voor anker liggen is, volgens hen, geen enkel probleem. Inwoners van Mayotte zijn namelijk bang voor het water in het donker. Het verhaal gaat dat er een watergeest met kwade bedoelingen in water zou leven. Zolang we dus op het water zijn, zal ons weinig overkomen. Niets weerhoudt ons om samen met Zelda, een rondje Grand Terre te maken.


De lagune ligt vol met meerboeien om het kwetsbare koraal niet te beschadigen. Een aantal zijn helaas verdwenen door de cycloon. De meeste liggen gelukkig nog op hun plek. Zo ook in de S-pas. De S-pas is een meanderende opening in het rif. Het is de beste plek om te snorkelen. De verkregen aanwijzingen volgen we op en bij boei 4 meren we af. Daar zou het koraal het mooist zijn. Precies bij laag water en doodtij liggen we met ons vieren in het water tussen duizenden kleine vissen. Het water is kraakhelder. Ons zicht is meters ver en gaat meters diep. Grote scholen wisselen elkaar voortdurend af. Scholen met gestreepte visjes dan met blauwe of zwarte vissen. Ze gaan opzij om achter ons weer aan te sluiten. Rustig drijven we mee met het opkomende oceaanwater. Soms zien we unieke exemplaren die we eerder op onze reis nog niet gezien hebben. Kleine puffertjes. Anemoon vissen. Vlindervissen. Ademloos staren we naar het tafereel.



Dan wijst John naar de bodem. Ik kijk langs zijn arm. In eerste instantie zie ik niks. Dan maak ik een sprongetje voor zover dat kan in het water. Op de bodem ligt een grote zeeschildpad. We bewonderen het zo lang het dier het toelaat. We drijven er boven en zien hoe hij het koraal afgraast. We zwemmen naast hem als hij naar de oppervlakte gaat om adem te halen. We volgen het wanneer de schildpad een nieuw plekje zoekt. Onze aanwezigheid schijnt hem niet te deren. Onvoorstelbaar om zo dichtbij te zijn.




We hebben geluk. De wind blijft kalm de komende paar dagen. Dat geeft ons tijd om aan de oostkust te ankeren. De volgende dag keren we terug naar meerboei nummer 4 en Zelda naar nummer 2. De oceaan en zijn dieren zijn opnieuw onbeschrijfelijk mooi. We krijgen er geen genoeg van.
Lekker zeilend binnen de bescherming van het barrière rif verplaatsen we ons van de oostkust naar de westkust. Baai Boueni is ons voorlopige eindpunt. Hoewel de zuidkust verschillende interessante plekken heeft, laten we ze aan stuurboord liggen. Allemaal aan lagerwal. Boueni is een grote baai. Een flinke inham in het eiland. We liggen beschermd tegen de pittige zuidoosten wind die voor de komende dagen voorspeld is.

Zondag twee uur in de namiddag. “Zullen we nog gaan?” We twijfelen. We zijn net aangekomen in Boueni. Vlakbij, aan de zuidkant van het eiland, is een mooi strand met Baobapbomen en maki’s. Unieke flora en fauna van Mayotte. En niet geheel onbelangrijk de aanwezigheid van de gendarmerie. Blijkbaar is dat echt nodig. We gaan. De bijboot sjouwen we ver het droog gevallen strand op. We zoeken een taxi maar die is moeilijk te krijgen. De man van de jachtclub vertelt ons dat we ook kunnen liften. “Liften?” vraag ik. “Is dat wel veilig?” De man zegt van wel. Hier in het zuiden is het gemoedelijk. Hoewel verschillende auto’s voorbij rijden, kiezen we voor lopen. We wandelen naar het dichtstbijzijnde dorp. Hopelijk hebben we daar meer succes. De taxi die we vinden, wil ons niet rijden. Wij laten het er maar bij zitten. Het is ook aan de late kant om de 7,5 km vanaf het strand weer terug te lopen. We gaan nog een blokje om alvorens naar Rhapsody te gaan. Kinderen spelen voetbal. Een supermarkt is gesloten. Straatverkopers proberen hun waar aan de man te brengen. Een gebutste en met tralies afgewerkte gendarmeriewagen rijdt voorbij. “Zag je dat?” zegt John.



Wanneer we naar de hoofdstraat lopen, stuiten we op olijke dames. Niet een paar maar een groep van twintig. Vrijwel allemaal in dezelfde kleur jurk. Ze zien er uit om door een ringetje halen. In hun handen twee bamboestokjes. Ze staan duidelijk op iets te wachten. Op een bruiloft begrijp ik uit hun antwoord. Elk moment kan het gebeuren. Nu houden we er al rekening mee dat elk moment gerust een half uur wachten betekent. We nemen plaats net als de rest op het stoepje van de groentewinkel die op zondag dicht is. Het eerste halfuur gaat zo voorbij. Er is genoeg om naar te kijken. Steeds meer dames verzamelen zich. Het tweede halfuur duurt al langer. We lachen stiekem om een dame die in een bananendoos wil gaan zitten maar niet past en uit de doos scheurt. Sommige van de meiden worden ongeduldig en lopen weg. “Als wij nu weggaan, gebeurt er vast iets.” We blijven nog een half uur zitten. Wanneer ook de trommelaars vertrekken, gaan we ze maar achterna. “Kijken wat daar te doen is.” opper ik. Een paar straathoeken verder lopen we de dames weer tegen het lijf. Nog steeds aan het wachten.

Wij lopen door, die straat in. Het is daar ongewoon druk. Rond een flinke partytent sjouwen mensen met spullen. Ik kijk tussen de gordijnen door. Hier gaat het gebeuren. Op de grond staan een stuk of tien lage tafeltjes. Op en naast die tafels staan enorme hoeveelheden eten en drinken. Stapel blikjes met drinken. Doosjes met lekkers. Een pick-up heeft net tientallen dozen met taarten gebracht. Naarstig wordt gezocht naar een plekje op die volle tafels. Nog meer frisdrank. En nog meer eten. Een plek voor de gasten is er nauwelijks meer.
Een andere pick-up rijdt voor. Het is volgestouwd met huishoudelijke artikelen. Een ietwat groot uitgevallen cadeaumand. Compleet met strikjes op de dozen. Ik zie zo gauw een tv, een koelkast, een vriezer, een pannenset. Dan heb ik nog lang niet alles gezien.

Iets verderop is een parkeerplaats. Nu niet meer. Het is een grote buitenkeuken geworden. Op verschillende houtvuren staan flinke pannen te pruttelen. Dames leggen de laatste hand aan de gerechten. Al het klaargemaakte eten worden in doosjes verdeeld en naar de partytent gedragen. Hagelnieuwe thermoskannen worden gevuld. Een deel van de gerechten gaan met de kokkinnen mee naar huis. Dan verschijnt er een vrouw. Een doek is kunstig om haar hoofd gedrapeerd. Fel oranje met pieken naar alle kanten.

“Zou dat de bruid zijn?” fluister ik naar John. De wachtende dames leven op. Ze spelen op de stokjes, zingen, lachen en dansen vol vuur om haar heen. Ze begeleiden haar naar de partytent. Ik zoek naar een bruidegom. Ik vind hem niet. Na wat vragen kom ik er achter dat dit het feest voor de bruid is. Aangeboden door de bruidegom aan de bruid, haar vrouwelijke familie en vriendinnen. Nu ben ik nog nieuwsgieriger naar de gom. Wie is hij, wat doet hij en waar betaalt hij dit van. En krijgt hij ook een feest? We volgen totdat ze in de tent verdwijnen. Een goed moment voor ons om af te taaien.

Bij terugkomst zijn we precies op tijd. Het bijbootje ligt nog net op zijn plek. Het tij is zo hoog, het laat het hele strand bij hoog water verdwijnen. Het scheelt in ieder geval heel veel tillen.
–Het rondje is nog niet af en wordt vervolgd–

Dit klinkt een heel stuk vrolijker dan het verhaal van vorige week, maar toch.
Als ik wat randverhalen lees over Mayotte, dan schrik ik best wel, dus, houdt je aan de regels van de locals. Hoewel, ik geloof niet dat een watergeest je op de hielen zit hoor.
Wordt vervolgd.
Prachtige fotos van de wondere wereld onderwater en net zo kleurrijk als de bewoners boven water. Geweldig mooi beschreven Ada en John.
Wat prachtig al die onderwater foto,s
en het verhaal wachten op de bruid,
Super mooi verteld
Tante Nel
Mooie foto’s weer, en een gezellig verhaal over een bruid. Maar tussen de regels door ook het uitkijken want het is niet helemaal veilig
Wat een belevenis weer. En wat een mooie film van de onderwaterwereld. En maar wachten…. toch de bruid gezien. Een mooi kleurrijk verhaal.