RHAPSODY

rondje Grand Terre 2

opmaat

Vervelen zullen we ons niet. Hier in het zuiden van het eiland zijn behoorlijk wat wandelmogelijkheden. Dus de volgende dag verkennen we meteen de berg Ngoujou aan de overkant van de weg. Twee honden volgen spontaan. Vrolijk kwispelend lopen ze overal met ons mee. De uitzichten zijn verrassend mooi. De mensen verrassend aardig. De paden zijn, niet zo verrassend na de cycloon, niet even duidelijk meer. We dwalen uren rond. De wandeling duurt daardoor verrassend lang. Geen uur maar vijf uur lopen. Het is de opmaat voor de rest van de week.

Via het toeristenbureau heb ik een telefoonnummer van een taxichauffeur geregeld. Hij is bereid ons rond te rijden. Op afspraak. Zo hoeven we, op straat, niet naar eentje te zoeken op. Saziley is een groot dorp aan de oostkust. De baai was met de boot niet te doen. Met de auto is dat geen enkel probleem. Bij dat dorp start een fraaie wandeling. We maken het onszelf gemakkelijk en laten ons afzetten bij het hoogste punt. Mayotte is een echt wel pareltje. De wandeling is divers. De baobapbomen mega groot. De vogels paradijselijk. De stranden adembenemend.

grensverleggend

Soms zijn er van die momenten dat ik denk wat doe ik hier en waar ben ik mee bezig. Dat moment is nu. Ik heb een helm op en een harnas aan. Mijn leven hangt aan twee musketonhaken. Mijn voeten op metalen beugels. Mijn handen stevig aan een andere metalen beugel vastgeklemd. Mijn aandacht is gefocust op mijn voet onder mij die zich moet verplaatsen. Dan op mijn handen boven mij die een veilig houvast moeten vinden. Voor me is een rotswand. Zo’n 20cm bij me vandaan. Achter me is het uitzicht. Ik durf niet om te kijken.

Normaal gesproken blijf ik ver bij smalle richeltjes en randjes op een bergtop vandaan. Nu sta ik in het luchtledige op beugels die bevestigd zijn in de rotswand voorbij de rand. Er langs een staaldraadkabel dat als mijn levensader fungeert. Zolang ik daar aan vast zit, kan me niets gebeuren. Twee dagen geleden zei ik nog dat ik die via feratta echt nooit maar dan nooit zou doen toen we tijdens de eerste wandeling de beugels aan de rots zagen. “Niks voor mij. Jullie mogen gaan. Ik ga niet mee.” En nu sta ik hier toch. Boven mij klimmen Sheryl en Heikki. Onder mij komt John. Geen weg terug. Alleen een weg omhoog. Mijn been trilt ongecontroleerd. Ik heb geen tijd om na te denken over alle gevaren. Ik ben veel te druk bezig om adem te halen en de juiste stappen te zetten om te overleven. Dat is het enige wat ik hier en nu moet doen; een volgende stap omhoog en me aan de juiste kabel vast klikken.

Bij het eerste rustpunt kom ik bij. Ik kan mijn voeten op een 20cm brede en 1 m lange plank zetten. Voorzichtig kijk ik om mee heen. Het trillen van mijn benen stopt zodra ik op mijn gehele voet kan staan. Om verder te gaan, moet ik opzij stappen in plaats van omhoog. Ik slaak een kreet van verzet. Ik hoor de wind langs de berg suizen. Ik voel de wind langs mijn lijf zoeven. Bang dat ik om ver geblazen word als ik mij zijwaarts begeef. Ik spreek mezelf ernstig toe: “Rustig blijven.” Al bij de eerste stap beven mijn onderbenen als een gek. Ik schreeuw het uit als ik later iets achterover moet om voorbij een verdikking van de rotswand te komen. Ik verwoord elke handeling hardop om maar niet gegijzeld te worden door mijn angsten. De anderen spreken me moed in. Ik schreeuw vooral om de angst te overwinnen. Ik moet, ik wil en zal hoe dan ook door. Ik kijk niet verder dan mijn voeten. Ik kijk niet verder dan mijn handen en niet verder om me heen dan de stevige rots. Ik lach op commando voor de foto. Bijna boven voelt de route als een horizontale weg. Nog steeds heel steil. Dat wel. Ik zou op handen en voeten naar boven kunnen. Ik voel me veilig met mijn zekering. De zwaartekracht werkt hier al vlak onder me. Ver kan ik niet vallen. Even daarvoor zou ik het effect van die kracht pas meters onder me ondervinden. Ik voel me sterk en durf zelfs naar het uitzicht te kijken. Het laatste stuk is uitdagend maar niet anders dan dat ik eerder gedaan heb. Zelfs zonder harnas.

Een foto met een brede lach is het bewijs van mijn prestatie. Heikki en John gaan nog een keer. Schijnbaar hebben we een stuk overgeslagen. Stiekem vind ik dat helemaal niet erg. Het overgeslagen stuk is een gedeelte waar je, hoog boven de grond, over een staalkabel loopt. Ik sta met beide voeten op vaste grond. Op naar een verdiend drankje met Sheryl. Niemand die me nu nog wat doet.

mythische krachten

Je denkt misschien dat ik na die via ferata tocht mijn lesje wel geleerd heb. Maar wat als Mayotte 1 fameuze hoge berg heeft. Een berg die je vrijwel overal vanaf het water kunt zien. Wat als dit de berg is die je moet bezoeken volgens de ‘wat te doen lijstjes’. Een berg vol met mythisch krachten. De markante berg met de naam Choungui. Dan ga je. Vandaag sta ik wederom voor een uitdaging. De tocht is niet lang. Iets meer dan een kilometer. Een stijging van 250 meter is ook niet echt veel. Echter de combinatie van die twee vormt een inspannende klim. Vooral wanneer de laatste stijgende 100 meter in 300meter hoogte afgelegd moet worden. Het levert een helling op van 70°. De berg zelf is bijna 600 meter hoog. We starten halverwege en op zaterdag. De gendarmerie houdt dan een oogje in het zeil. Het is opvallend druk. Liepen we de andere tochten met ons vieren, worden we nu vergezelt door zeker 30 mensen. Een klim voor ervaren hikers volgens de beschrijving. Na de via ferata kan ik alles aan. Het eerste stuk is een vlak pad door weelderig bos. De klim gaat verder via boomwortels die soms een meter boven de grond zweven vanwege weggespoeld aarde. Prima stijgbeugels en een stevig houvast.

Nadat we de route door en over de wortels hebben gehad, begint het echte werk. De berg is niet meer verscholen achter een laag aarde. Het geeft zichzelf bloot. Een steile rotsige muur staat voor me. Ik kijk omhoog. Het is echt steil. Het gesteente is in vakken verdeeld met overal richeltjes waar ik mijn voeten op kan zetten of waar ik me met mijn vingers aan kan vast houden. Ik klauter omhoog. Soms grote stappen dan weer kleine brengen me omhoog. Plots vallen er spetters regen. Een kort buitje maar genoeg om de stenen spekglad te maken. “Oh, het is glad!” en glij weg met mijn voet. “Welnee,” zegt John. Ik houd verder me mond en concentreer me op elke stap. Terwijl ik denk: “Elke stap omhoog is straks een stap omlaag.” Ik mis mijn harnas en zekering. De laatste 20 meter staan geen bomen meer. Het is het kaal op wat grassprieten na. Een onbelemmerd uitzicht. Een smal gravelpaadje moet ik nog. Vlak ernaast een afgrond. Ik wil niet meer verder. Het is genoeg zo. Het uitzicht is mooi genoeg. John achter mij vertelt bedaard: “Enkel nog een paar meters en boven wacht Zelda op ons.”

Ik weet niet waar ik het vandaan haal. Misschien zijn het de mythische krachten maar in een paar snelle stappen ben ik boven. Daar is het breder dan ik dacht. Het 360° uitzicht is fantastisch. Een uitstekende rots hangt gevaarlijk over. Niet voor John. De aantrekkingskracht werkt als een magneet . John moet daar bovenop staan. Ik ben al zoveel grenzen over gegaan dat deze er ook nog wel bij kan. Triomfantelijk sta ik, met knikkende knieën, naast hem.

gendarmeriestrand

Vandaag is het zondag; gendarmeriedag. Dus op naar het strand. Met de taxi. De 7,5km slenteren we terug. Het is druk. De lokale bevolking vermaakt zich prima op het strand. Muziek, grote koelkoffers en vuurtjes met gegrild eten. Halverwege het strand staat een lange rij. Er is een betaald strandfeest. We mogen niet verder tenzij we achter aansluiten.

We drinken dan maar bij een beachclub. Niets meer dan een container en een hutje. Maar net zo lekker verkoelend als bij de fancy partytent.

zomeravond

Voorzichtig zet ik mijn voeten in het enkel hoge water. Ik pak de tassen met eten uit het bijbootje en zet het op het strandje. Het is een mooie zomeravond. Het hout ligt klaar. Gesprokkeld door Zelda. Een vuurplaatsje van stenen ook. Klaar voor een zwoele zomeravond barbecue. Het eilandje Karoni lag al een week op ons te wachten. We breken het hout in kleine twijgjes. John en Heikki maken het vuur aan voor de kooltjes. Zachtjes knisperen de eerste vlammetjes. Dit zijn van die zeldzame avonden dat alles klopt. De omgeving, de omstandigheden, het eten en vooral de vrienden waar je dit moment mee deelt. Dit gevoel laat heel de wereld naar de achtergrond verdwijnen.

De zon doet er een schepje boven op. Stralend, tot haar laatste seconde in deze dag, gaat ze onder. Een gouden avond. John vindt een tafel. Een lege haspel voor kabels. We zetten hem voor een laaghangende dikke tak. Onze bank. Heikki en Sheryl zitten tegenover ons. Mijn voeten woelen in het warme zand. Water kabbelt aan de rand van het strand. Golfjes kussen liefdevol het zand. Zachtjes geruis op de achtergrond. Een vijf sterren restaurant kan hier niet tegenop.

mooiste voor het laatst

Onze tocht rond Grand Terre gaat verder. Een paar eilandjes in het noorden nog. Het lijkt erop dat we het mooiste voor het laatst bewaard hebben. Deze eilanden liggen onbeschermd en zijn alleen met kalm weer te bezoeken. En dat rustige weer komt eraan. Tijd om de mooie baai Boueni, het eilandje Karoni en het uitzicht op de Choungui na een week te verlaten. Onderweg bezoeken we het stadje Sada. Uit noodzaak want ons data is op. Toch wel op onze hoede lopen we door het stadje. Geen schuttingen en prikkeldraad. Oude gemetselde huisjes met een veranda. Grote fauteuils nodigen uit om te gaan zitten. Ze staan in kleine smalle kronkelende straatjes vol met winkeltjes. In de kleinste zaakjes kunnen we ons kaartje op waarderen. Tevens hopen we op verse groente. Het valt niet mee. Na lang zoeken vinden we een winkeltje dat toevallig tomaten verkoopt. Waarschijnlijk is de oogst in de achtertuin groot genoeg om naast ze zelf te eten ook een paar te koop aan te bieden. De stad heeft een lang strand. Grote afvoerbuizen komen er op uit. Afval ligt overal. Geen aantrekkelijk gezicht.

We zetten snel koers naar Choazil. Twee eilandjes verbonden door een brug van zand. Alleen bij laagwater te zien en te bewandelen. We pikken een meerboei op met uitzicht op beide eilandjes en de zandbank. Zodra de wind gaat liggen, voelen we pas hoe sterk de deining uit het noorden is. Onbelemmerd want dit stuk van de lagune heeft geen barrièrerif. Rhapsody schommelt behoorlijk heen en weer. “Slapen zal niet echt lukken,” bromt John. Hij heeft gelijk. Het geweldige uitzicht maakt echter alles goed.

’s Ochtends heel vroeg word ik wakker. Het is nog donker. Rhapsody gaat zo heen en weer dat ik de slaap niet meer kan vatten. Ik stap zachtjes uit bed. De vrijwel volle maan gaat bijna onder en kleurt goudgeel. Het verlicht de zandbank die steeds meer tevoorschijn komt met een romantisch schijnsel.

Na het ontbijt stappen we in ons bootje naar het eiland. Het is nog vroeg. Niemand op dit prille uur te zien. De zandstreep is helemaal voor onszelf en op het hoogste punt. Onze voetstappen zijn de eersten in het maagdelijk zand. Drie witte tropische keerkringvogels cirkelen boven ons. Wat moet hun uitzicht mooi zijn. Om een beetje datzelfde uitzicht te krijgen, klimmen we een van de twee heuvels op. De dag kan niet mooier beginnen. Wanneer het water opkomt, keren wij terug. Onder het genot van thee en koffie zien we de eerste motorboot in de verte verschijnen.

Een eilandje verderop staat bekend om zijn onderzeese wereld. We gooien los. Eenmaal zwemmend in het water komen we bedrogen uit. We waren al gewaarschuwd. De cycloon heeft ook onderwater heel veel schade aangericht. Het is erger dan ik me kon voorstellen. Alles is dood en grijs. Een maanlandschap. Gebroken koraal. Een enkele vis. Een voorbij zwemmende schildpad maakt het bezoek enigszins goed. Dolgraag willen we nog een nacht achter de zandplaat liggen. Aan de andere kant voelen we er weinig voor om dat slapeloos door te maken. De deining is te hoog. Dus laten we meerboei los en varen we met gemengde gevoelens door. Op naar een nieuwe plek aan de noordoostkant.

snorkelen bij de noordpas.

De dames Breehorn liggen gezusterlijk naast elkaar. Rustig wachtend tot de eigenaren terug zijn. Die liggen in het water en maken al snorkelend een rondje om een koraalhoofd. Een van de vele die we net zorgvuldig op afstand hebben gehouden. Een doolhof was het. De vaarkaart mist belangrijke gegevens zoals diepte en het startpunt van de pas. Via satellietbeelden, speurden we vooraf naar de veilige route. In de echte wereld is de route beter zichtbaar dan verwacht. Na de pas slalommen we om de koraalkoppen heen naar de meerboeien. Deze liggen zo dicht op het rif dat we er voor kiezen om het anker uit te gooien in het zand. Het is niet al te diep. De ankerketting hoeft niet lang te zijn waardoor we keurig kunnen inparkeren tussen de koraalkoppen.

Onderwater is een kleurenspel gaande. Het zand op de bodem is hagelwit waardoor de zee turquoise kleurt. Koraal en vissen in een veelheid aan kleuren wuiven op het ritme van de oceaan. We zouden hier uren kunnen liggen als het water niet zo koud aan voelde. Na anderhalf uur stap ik rillend van de kou aan boord. Inmiddels begint het tij naar binnen te lopen. De wind blaast uit een gunstige hoek. Na overleg met Zelda besluiten we op zeil naar Petit Terre te zeilen. Het wordt tijd om aan ons vertrek naar Madagaskar te denken. Èn het beklimmen van de kade voor de broodnodige verse groentes. Das wel een dingetje. Of misschien niet meer.

Reizen is niet altijd mooi. Het is niet altijd comfortabel.

Reizen verandert je; het zou je moeten veranderen.

Het laat sporen achter, in je geheugen, in je lichaam.

Je neemt iets mee.

En hopelijk laat je iets goeds achter.

Anthony Bourdain –

3 gedachtes aan “rondje Grand Terre 2

  1. Ina

    Wat een lef!! Dan mag je met helm en gezekerd zijn, ik voel de trilling van je benen. Prachtige lach na je overwinning. Zeker ook op de andere top
    Mooie foto’s van het uitzicht, het genieten van elkaar, vrienden en de vogels.