Met weemoed zit ik in de kuip. Ik kijk achterom naar het oosten. De zon piept net boven de horizon uit. Een nieuwe dag is aangebroken. Het is onze laatste. De laatste op de Zuid Atlantische Oceaan. John slaapt nog. Over een paar uur komen we aan.
Normaal gesproken kijk ik nieuwsgierig vooruit naar de nieuwe bestemming. Een snelle blik was genoeg. Lange schimmen van enkele wolkenkrabbers doorbreken de horizon en de stille lucht er boven. Ik wil er nog niet aan toegeven. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben blij dat de reis er bijna op zit. De overgang naar een nieuw continent is me nog te groot. Ik ben er nog niet aan toe. Ik kijk naar de kleuren oranje, rood en geel van het ochtendritueel. De dagelijkse zonnegroet. Afrikaanse kleuren. Met het bereiken van de overkant ligt Afrika nu, qua afstand, ver achter ons. In mijn gedachten niet. Ze is dichtbij en voelbaar in mijn lijf. Ik doe mijn best om in de wind geuren van Afrika te ruiken. Niets dan zilte lucht. Ik sluit mijn ogen en laat mijn gedachten gaan. Zoals altijd laat ik iets van mezelf achter. Tegelijkertijd wordt het gat met even zoveel, zo niet meer, herinneringen gevuld. Het maakt niet uit hoe ver weg, ze zijn altijd dichtbij. Dankbaar open ik mijn ogen.
De zon wordt te fel en ik draai me om. De wolkenkrabbers nemen in aantal toe. Met nog een paar mijl te gaan, ziet de kust eruit als een streepjescode. Verticale grijze strepen aan de horizon. Zuid Amerika doemt voor ons op. Brazilië ligt aan onze voeten. Recife zal ons als eerste ontvangen. Achter het dunne strookje rif heeft de oceaan plaatsgemaakt voor bruin rivierwater. Het water is vlak. Het zeil heeft geen nut meer. De frisse oceaanlucht is vervangen door een mengeling van stadsgeuren.

We varen Recife binnen langs oude hallen, een groots plein en een vreemd kunstwerk naar onze aanlegplaats voor een luxe hotel. Geluid van verkeer ruist net zoals de oceaangolven. Geluiden van mensenstemmen druppelen de kajuit binnen. En het geluid van een vogel. “Hee, Grietje Bie,” roept John. Herinneringen van Suriname ploppen met de snelheid van AI in mijn hoofd op. Grietje Bie, het is het geluid van onze eerste ervaring met Zuid Amerika zo’n 9 jaar geleden.

De champagne staat koud in de koelkast. Het oversteken van de vierde oceaan verdient natuurlijk meer dan een biertje. Het blijft onaangeroerd. De glazen zijn nog niet eens gepakt. Ze blijven zelfs in de kast. “Het is zondag en gezellig druk,” zei Sueli van de marina toen we ons aangemeld hadden. Niet wetend hoe lang we blijven en of we nog wel een zondag hier mee zullen maken, flaneren we even later over de boulevard langs oude suikerloodsen naar het historische centrum. Loodsen voor het opslaan van suiker zijn het niet meer. Ze zijn verbouwd tot restaurantjes. Rock ’n Ribs trekt ons aandacht. “Patatjes,” roepen we vrijwel gelijk. Vanwege het tijdverschil hebben we trek maar het is net twee uur geweest. Dus lopen we verder.

Het plein is groot met een grote geplaveide windroos. Het is het 0 km punt. Hiervandaan starten alle wegen door de provincie Pernambuco. Het is gezellig druk. Fotografen maken een fotoshoot van de ijdele dames. Met een gekleurd parasolletje in de hand nemen ze verschillende posities aan voor het woord Recife en de prachtige bouwen. IJsco-mannen en aqua-dames hopen dat je wat bij ze afneemt. Speelvliegtuigjes in de lucht en speelreptielen op straat lokken de kleintjes om daarna te zeuren bij hun ouders. Ik blijf het heerlijk vinden dat overal waar we komen mensen vrijwel op dezelfde manier genieten. We slenteren verder langs gevels en gebouwen die in Lissabon niet zouden mis staan.








Rode parasols trekken mijn aandacht. Ik sleur John mee die richting uit. Onder elke parasol liggen unieke prulletjes uitgestald. Geen plastic maar papier-maché, leer of stof. Tassen, schoenen, sieraden en hebbedingetjes. Opvallende grote gekleurde hanen fleuren de gekleurde straten extra op. De terrasjes zitten vol. Een band zingt liedjes van de Beatles. In een straatje hangen dezelfde gekleurde parasols als eerder. Prachtige muurschilderingen zijn eronder geschilderd.


Op de terugweg lopen we wederom langs Rock & Ribs. Dit keer stoppen we want als een van ons eenmaal patat heeft gedacht, krijgt die het niet meer uit zijn hoofd. In plaats van champagne drinken we een frisse Caipirinha. Het is een geweldige vervanger van de champagne. Of de dag nog niet mooi genoeg is, stuiten we op een straatband. Trommelaars die er luidruchtig op los oefenen. Dames met kalebassen als ritme-instrumenten maken het af. Het verhoogt ons toch al feestelijk gevoel van aankomen in een nieuw land aanzienlijk.




“Waar kunnen we geld pinnen,” vraag ik Suèle van de marina. “Daar.” Ze wijst op de plattegrond die ze ons net gegeven heeft, een winkelcentrum aan. Ver weg bij ons vandaan. “Niet dichterbij?” “Nee, alleen daar.” Zo lopen we de volgende dag de ruim 3 km naar het overdekte centrum. Het beloofd een leuke wandeling te worden. “Lekker langs het water,” roep John enthousiast. Het eerste obstakel zijn de twee nieuwe appartementencomplexen. Privéterrein. We worden door de bewaker resoluut weggestuurd. Daarna is de twee kilometer lange boulevard opgebroken. “Hier moeten we in,” zegt John. De weg eindigt bij een restaurantje. Een toeristisch ding waar je een boottrip kunt boeken. John zoekt een alternatief. “Die kant dan maar op.” De straten worden leger. Het verkeer drukker en de bebouwing armoediger. Lege gebouwtjes en enkele overgebleven muurtjes. De straat is niet echt geschikt voor voetgangers. Gaten, obstakels en geen voetpad. We moeten uitkijken waar we lopen. Even later hebben we overduidelijk de straat van autohandelaren en garagebedrijven gevonden. Bedrijvigheid genoeg. Wegen lopen over ons hoofden. Langs de weg en zelfs onder de viaducten zijn pandjes geplaatst. Huizen kan ik het niet noemen. Het is van steen en beton maar de armoe straalt er vanaf. Klein. Gemaakt van bij elkaar geraapt bouwmateriaal. Graffiti op de muren. De grandeur van ooit in het oude centrum, of de tegenwoordige luxe van de hoge wolkenkrabbers is hier heel ver te zoeken. Gek genoeg is daar tegenover onder het hetzelfde viaduct een nieuw speeltuintje geplaatst.

“Hier moeten we tussendoor,” roept John. Ik zie een opening tussen die armzalige huizen. “Dat meen je niet,” denk ik. Voor ons uit loopt een jongedame. Dat stelt me gerust. De opening leidt ons van de grote weg naar een woonwijk. De huizen zien er beter uit. Kleine tuintjes en bomen geven het een gemoedelijke sfeer. Er zijn wat mensen op straat. Aandacht besteden ze niet aan ons. We gaan een brug over. “Daar is het,” John wijst. “Het is nu niet ver meer.” De brug is een van de vele bruggen die Recife rijk is. Op het droog gevallen stuk ligt een vissersboot. Ik zwaai. De visser zwaait terug. We lopen het terrein op wat niet gemaakt is voor voetgangers. We sluipen bij de toegangspoort voor auto’s er maar langs. Het winkelcentrum is ongekend schoon en luxueus. Onbekende modemerken en huishoudwinkels. We kuieren op elke verdieping. Op de eerste verdieping denken we de meeste kans te maken. Er zijn wel banken maar ongeschikt voor onze passen. Hoe hoger we komen, hoe duurder de winkels. Hugo, Chanel, Gucci zijn klinkende namen maar geen automaat. We hebben de hoop op contant geld al bijna opgegeven. “Zullen we de laatste verdieping ook maar doen?” opper ik. Op de hoogste verdieping zit een restaurant. “Misschien met een uitzicht over de stad.” We pakken de roltrap naar boven. Helaas. Het restaurant kunnen we niet in. Er staat een man in strak pak bij de ingang. Om naar binnen te mogen, moeten we een tafeltje reserveren. Geen uitzicht maar tot onze verbazing is daar wel een geldautomaat. Eentje waar wij geld kunnen pinnen. Brazilië werkt bijna niet meer met contant geld. Zelfs straatverkopers accepteren plastic of digitaal geld. Voor ons is dat nieuw. Betalen met een QR-code of met een wanderwallet. Gelukkig werkt mijn ‘wise-card als een Braziliaanse bankkaart en kan ik overal betalen. Contactloos, pinnen, pix of QR code. Het lukt allemaal. Behalve op de markt. Daar wordt door sommigen gewoon nog met contant geld gewerkt. En ook dat hebben we. Een nieuw land komt zoals gewoonlijk met nieuwe gebruiken.

“Brazilië is zo groot. Er is geen reden om een andere taal te leren. Elke buur spreekt Portugees,” zei een Braziliaan die we in Namibië ontmoet hebben. Hij heeft gelijk. Brazilië is immens groot. Dit betekent dat vrijwel niemand Engels spreekt. Mijn Portugese lessen zijn vergeefs geweest. Mijn uitspraak is hopeloos. Zelfs mijn goedemiddag verstaan ze niet. Het is tijd om onze voorraad aan te vullen. Op naar de supermarkt. Bedremmeld lopen we langs de schappen. Vreemde verpakkingen. Andere producten. Alles in het Portugees. We zoeken naar, in onze ogen, normale producten. Pindakaas? Niet te vinden. Chocopasta? Niet te vinden. Jam? Onvindbaar, of ja, bij de bakafdeling lijkt een potje op jam. Uiteindelijk na lang zoeken een mini Nutella gevonden voor een maximum prijs. Muesli is niet te vinden. Normale kaas ook niet. Geen boter. Wel kleine bekertjes yoghurt naar een recept Holandesa. Zelfs zwarte thee is niet te vinden. Ik zoek alle pakjes af. “Jaah.” Ergens bovenin vind ik op een plankje een pakje van 10 zakjes Engelse thee. Het kost een vermogen. Snoep is er wel. Koek ook. Rijen snoep. Planken vol koek of chocola. Uiteindelijk hebben we een mandje vol. Met echte pure chocola. Met pakken volle melk voor yoghurt. Zakken meel voor eigengemaakt brood. Bij de slager lukt het me om 3 kg gehakt te reduceren naar 300 gram. Uit de vriezer halen we een kip.


Als John het wil bereiden, zit er een cadeautje bij. De buikholte is gevuld met een plastic zakje. “Moet je nou kijken.” John schudt het zakje leeg boven de snijplank. Een kop, kale poten en levertjes liggen op het plankje. Ik gruwel. John zit later te smullen van zijn gebakken levertjes op het vers gebakken brood. De rest is over boord gegaan.

De straten van Recife centrum zijn kermisachtig druk. Vol met venters, verkopers en kopers. Velen prijzen hun waar aan met luidsprekers. Uit elke winkel klinkt harde muziek. Iedere straat heeft zijn eigen handel. Een straat met ballen. Een weg met drogisterijen. Een laan met kruiden en gezouten vlees. Een plein met de oude overdekte markt. Een pop-up kapperssteegje. Een straat met carnaval-snuisterijen. Ik kijk mijn ogen uit. Lint in zoveel kleuren, breedtes en borduursels. Kralen, knoopjes, lovertjes. Het glittert en het glimt. De gebouwen zijn even kleurrijk. Sommigen prachtig. Andere onder zwart schimmel of alleen een façade gestut door ijzeren balken. De een goed onderhouden, de ander in vervallen staat en leegstaand. Nieuwe hotels naast wegterende flatgebouwen is niet ongewoon.




Desondanks spatten de kleuren ervan af. Slingers, graffiti, vlaggetjes, muurschilderingen. En om de vijf minuten lopen staat een robuuste kerk. Aan de buitenkant sober. Aan de binnenkant vol gouden ornamenten. De bevolking is gemêleerd. Een mengelmoes van kleuren, lengte, postuur en haardracht. De straten zijn vuil. Na een regenbui ruikt het naar de kenmerkende geur van het riool en straatvuil. Veel straatverkopers met water, snoep en chips. Voedselkarretjes met fruit, churros, popcorn en een zoet onduidelijk suikergoedje. Op zaterdagmiddag wordt het al vroeg rustig. Rolluiken voor winkels. Winkelpubliek verdwijnt. Mensen met vuilniszakken vol plastic flesjes graaiend in een prullenbak in de hoop op nog eentje vallen daardoor nog meer op. In hoekjes liggen mensen opgerold te slapen. Bewapende politie rijden op brommers rond met wapen in de aanslag. Twee jongemannen worden aangehouden. Het wordt tijd dat wij richting boot gaan. Op elke straathoek hangen camera’s. Aan gebouwen, bij winkels, op palen in alle windrichtingen richtend. Als we de beelden op zouden vragen, zouden we meteen een leuke vakantiefilm hebben. Zelfs de marina komen we niet in zonder gezichtsherkenning.

We maken een uitstapje naar Olinda een naburig gelegen plaatsje. Het charmante UNESCO-stadje ligt idyllisch gelegen op een heuvel. ‘O, linda’ betekent de mooie. Ooit gezegd door een Portugese gouverneur in de 16 eeuw toen hij deze omgeving voor het eerst zag. We laten ons voor het gemak afzetten op Alto de Sé, de heuvel van Olinda. Het is de trekpleister van het stadje. Diverse souvenirwinkeltjes, stadsgidsen, straatmuzikanten eisen onze aandacht op. Ondanks dat is het gemoedelijk en aangenaam vertoeven.



Hoewel het anders zal zijn dan vijf eeuwen geleden is het uitzicht nog steeds mooi. Tijdens de lunch kijken we uit over de oude oranje gekleurde dakpannen naar de oude stad van Recife en de hypermoderne wolkenkrabbers van Recife aan zee. We slenteren door de kronkelende straatjes en steegjes naar beneden.







Nu nog rustig maar de pittoreske barretjes openen zoetjes aan hun deuren. We kuieren door smalle straatjes met kinderkopjes, langs gelijkvloerse pastelkleurige huisjes en barokke kerken. UNESCO of niet, ook hier is niet alles even goed onderhouden. Vaste huisnummers bestond in beginsel niet. Het verhaal gaat dat bewoners en bezoekers de verschillende panden herkenden door de kleurcombinaties. “Ik woon in het rode huis, naast de gele en groene tegenover de blauwe,” moet het gegaan zijn als iemand de weg vroeg naar zijn huis.

Dit Olinda stamt uit de 17e en 18e eeuw. Het oorspronkelijke Olinda is begin 17e eeuw door, het is echt, de West Indische Compagnie verwoest. Na de verovering op de Portugezen is het geplunderd en afgebrand. Onder bewind van Gouverneur Johan Maurits van Nassau-Siegen (die van het Mauritshuis) kwam er een nieuwe nederzetting. Niet Olinda maar het kleine vissersplaatsje Recife had de juiste papieren voor een stad en een zeehaven. Mauritsstad. De gouverneur heeft in korte tijd een paleis, verschillende forten en een huizen laten verrijzen. Hij liet een brug en kanalen aanleggen. Hij was geliefd onder de bevolking door zijn tolerante houding t.o.v. de verschillende religies. De eerste synagoge van Amerika staat hier in het historisch centrum. Hij stimuleerde kunst, architectuur en wetenschap. Hij legde een botanische tuin aan en wat niet meer. Als ik aan willekeurigen vertel dat we uit Nederland komen, noemen mensen zijn naam (én die van Cruijf). Zijn brug heet nog altijd de ponte de Mauricio van Nassau. Zijn standbeeld staat ergens fier te pronken. In een fort is de geschiedenis van de stad en Nederlandse inbreng te lezen.





In de botanische tuin zie ik op een bord een leeuw met kroon staan. Ook op de stadsvlag staat pontificaal een leeuw afgebeeld. “Zou dat de Nederlandse leeuw zijn?” Ik zoek het op. En inderdaad de leeuw verwijst onder andere naar het wapen van Johan Maurits. Nu ik toch op het internet ben, komt van het een het ander. Nu na tien jaar, langs prachtige landen en door onze nationale geschiedenis gereisd te hebben, kom ik, tot mijn afschuw, erachter dat hier in Brazilië onze rol in de slavenhandel begonnen is. Met het innemen van de kolonie kreeg Johan Maurits ook de suikerplantages in zijn bezit. Het witte goud. Om die winstgevend te houden, was er mankracht nodig. Na overleg kreeg hij toestemming van de WIC om de Portugese slavenhandelsplaats Elmina in Afrika aan te vallen. Dit was het begin van de monopoly in slavenhandel. En toen werd ik stil. Ik sluit de computer af. Het standbeeld van deze man hoef ik niet meer te zien.

We verheugen ons op een feestje. Sinds een week staat er een enorm podium opgebouwd vlakbij het oude centrum. Er moet iets op handen zijn. Op vrijdagavond niets. Zaterdagmiddag en avond ook niet. We snappen er niets van. Op zondagochtend, we zitten net aan het ontbijt, knalt het los. “Vuurwerk!” “Het is pas 7 uur en dan begint het feest?” We denken dat het feest gevierd wordt om een of andere heilige te eren. Voor het hotel is het rumoerig. Vanaf de boot zie ik veel vlaggen op de brug. Rond 10 uur gaan we maar eens kijken. Talloze mensen zijn op de been. Steeds meer vlaggen geworden omhoog gestoken. Vlaggen met een hoofd erop. Verkiezingen. Het is een verkiezingsfeest. Groepen mensen lopen met verschillende partijvlaggen rond. Stickers worden uitgedeeld. Men draagt vaak dezelfde kleur kleding als hun favoriete partij. Harde muziek. Straatventers. Trommelmuziek. Geuren van pop-up restaurantjes. De gehele oude wijk stroomt vol. Busladingen worden aangesleept. Overal schuifelen mensen vandaan richting het podium. Een fanfare met voornamelijk blaasinstrumenten spelen een Braziliaans ritme. Frevo-muziek. Jonge mannen en vrouwen dansen voor de band uit. Enorme poppen lopen in de stoet mee. Glitter pakken. Oude Portugese hoedjes. Carnaval gelijk.






Tradities van Recife en de provincie Pernambuco worden uitgedragen. De straten worden voller en voller. We kiezen een rustiger zijstraat om bij onze brug te komen. We lopen vast bij het begin van de brug vlakbij het podium. Vanaf dat podium komt meer en meer lawaai. Gejuich klinkt. Toeters roeptoeteren. Het is echt een feestje. Maar welke zieltjes hier nou mee gewonnen worden, blijft voor ons onduidelijk.

Om half 5 opgestaan. Het bootje vastgesjord. Huik eraf. Een paar lijnen los. Instrumenten aan. Thee gezet en brood klaargemaakt. Ramen dicht. Alles opgeborgen.“Start de motor maar.” Ik druk op de knop. Feilloos start de motor. John kijkt me aan. Ik kijk naar hem. “Dat klinkt raar.” Ik haal een traptree weg. Het geluid van de motor wordt sterker en klinkt duidelijker anders. Een slissende plof. Ik ruik een vreemde brandstoflucht. John geeft wat extra gas. Het slissen blijft. Alleen nu in een sneller tempo. We kijken elkaar aan. Het is het moment van besluit; gaan of niet gaan. Ik doe de motor uit. Brood en thee worden gegeten en gedronken. John kijkt, zoekt en tuurt maar hij vindt helemaal niets. We appen wat rond en sturen geluidsopnames om te horen wat anderen ervan vinden. “Het is een klep,” zegt de een. “Het is de verstuiver,” zegt de ander. Terneergeslagen zitten we op de bank. Johns hersenen malen. Ik vraag naar een monteur in de Brazilië app groep. We wachten tot het kantoor open is om hen informeren dat we blijven en hulp nodig hebben. Rond 2 uur op de Braziliaanse Vaderdag stappen twee mannen aan boord. Motor gaat aan en weer uit. Aan en uit. Hij zoekt en hij vindt. “Ah, no big deal,” zegt hij. Het is inderdaad een verstuiver. De bout is los getrild. Bij de overige twee zitten ze nog muurvast. Vakkundig wordt de verstuiver eruit gehaald. De schade is beperkt. Nu wachten op de bestelling want onderdelen zijn niet op voorraad. ’s Middags flaneren we voor de derde zondag op rij door de mooie straten van het gezellige oude centrum. En het verveelt niet.
‘De waarheid wordt vaak verduisterd maar wordt nooit gedoofd.’
– Titus Livius –

Wederom een mooi verhaal. Ja, Zuid-Amerika, net als Suriname, het afscheid van Afrika is invoelbaar.
In het Mauritshuis zijn nu veel disclaimers over de vreselijke rol van deze Maurits. Gelukkig wordt er niets weggehaald, maar wel uitgelegd.
In oktober zijn er weer verkiezingen: wederom Lula tegen een Bolsonaro, In plaats van de papa (27 jaar cel) tegen de zoon. De zoon wordt gesteund door Trump, dus het is misschien wachten dat Lula ook ontvoerd gaat worden?
Je hebt heel goed de armoede, de rijkdom, de slechte infrastructuur, de feesten en de menselijkheid in woord en beeld gebracht. Nu wachten op de onderdelen. Succes
Een grote rijkdom aan gevoelens ervaringen en interpretaties. Weer fijn om te lezen met de illustratieve foto’’s. ondanks alle bevreemdende situaties lijk je je geen zorgen te maken. Is dat zo? Het lijkt me ook spannend.