RHAPSODY

nog 1 dag

Het is zo’n perfecte laatste dag. De wind is iets meer naar het zuiden gedraaid. Daardoor varen we bakstag. Een mooie zeilvoering. Comfortabel en snel. De dag deed aan het begin anders vermoeden maar we varen nu al uren in een stralende dag. Precies bij ons is het blauw en zonnig terwijl de gehele 360° horizon grijs bewolkt is. Een leuke 14 knopen neemt ons aan de hand mee. Ik reken me rijk. Bijna zijn we er. Ik begin niet de dagen maar de uren af te tellen. Nog een dag te gaan.

Al met al hebben we een vrij gemakkelijke tocht gehad. De vele zonnige dagen. De inktzwarte donkere nachten met de vele sterren fonkelend als diamanten. Tuurlijk, we hebben pittige wind gehad. De golven waren gedurende een aantal dagen best hoog. Een flinke onstuimige bui aan het begin van de tocht maakte ons bewust van de gevaren en de noodzaak om tijdig het zeil te reven. Ons gekste uitdaging is, denk ik, het verjagen van zeevogels geweest. Zo sierlijk in de lucht, zo groot en plomp aan boord. Een uur voor zonsondergang begint het. Zeevogels op verkenning. Ze cirkelen rond de boot. Ze onderzoeken de mogelijkheden waar te landen. Daarna de oefenvluchten. Van een afstandje aankomen, voor de boot langs en dan een duikvlucht naar de boot. Net zo lang tot ze een goed gevoel hebben van afstand, snelheid en landingsplaats. Dan verdwijnen ze. Net na zonsondergang komen ze terug. De proefvluchten maken plaats voor echte landingsvluchten. Als ze landen bij de preekstoel vinden we dat geen enkel probleem. Gek genoeg willen ze achter landen op de stang naast de windmolen. Dat is vaker mis dan raak. Of vaker raak dan mis. Net hoe je het bekijken wil. Ze krijgen namelijk regelmatig een flinke klap van de windmolen. Ze vallen daarna in het water of ploffen neer in de kuip. Eentje zat nadat hij een klap van de molen gekregen heeft, gedurende de nacht naast me in de hoek. We hadden hele gesprekken. “Pèp!” En ik pepte terug. Bang zijn ze geheel niet. Veel vaker landen ze op de bimini. Met hun konten boven ons hoofd. Wat er gebeurt, laat zich raden. Enorme plakkaten stront in de kajuit. Gelukkig op tijd ontdekt en net niet op ons. De stank van rotte vis is niet te harden. Door hun slechte keuze van landen, gingen we, met tegenzin, de strijd met ze aan. Luid toeterend, schreeuwend en met lichtbundels van een zaklamp proberen we ze te verjagen voordat ze aan boord komen. Tot we ze uiteindelijk moeten wegvegen met een stok als ze eenmaal ongezien toch geland zijn. Man wat waren ze hardnekkig in het terugkomen. Ze mochten heus aan boord komen maar niet in de kuip.

Ik dwaal af. De laatste dag breekt aan. Al met al hebben we een vrij gemakkelijke tocht gehad met mooi weer. Ik klop het meteen af want we zijn er nog niet. Het venijn zit meestal in de staart. Het laatste weerbericht laat pittige wind en regen zien op maandag. Onze aankomst is zondagochtend vroeg. Op tijd dus. Op tijd om alles voor te zijn.

Net zoals gister komt tegen zonsondergang hoge sluierbewolking aanrollen. Het wolkendek schuift als een schuifdak dicht. Ons zicht op de blauwe hemel daarmee afpakkend. Het lijkt maar lichte bewolking. Een dunne onschuldige laag. Meestal heeft het niet veel goeds in de zin. Plots licht de hemel op. Ik zie een flits in de verte. “Onweer, ” roep ik verschrikt. Geen geluid van donder. Het is niet in te schatten ver weg. Het verbaast me dat een bliksemschicht van zo’n grote afstand te zien is. Onze laatste nacht zal toch niet alle mooie nachten doen vergeten.

Mijn wacht begint om half 11. Alles lijkt in orde. De wind is oké. De richting ook. In de lucht wat wolken maar ik zie geen flitsen meer. Een uur later is het anders. De wind neemt toe van 16 naar 20 knopen. Ik rol de genua iets verder in. Het grootzeil wat verder uit zodat het de wind kan lozen. Ik houd onze koers goed in de gaten. Dit gebied kent vele ondieptes en rotsen. Op de koerslijn blijven voorkomt een ander probleem. De wind neemt verder toe en tikt zo nu en dan de 27 knopen aan. Ik wil nog meer zeil minderen. Ik vraag John om me te helpen. Het voorzeil is klein. Een extra rif in het grootzeil. De windsterkte vermindert iets. Nu John toch uit bed is, ruilen we meteen van wacht. Ik duik mijn kooi in. Wanneer mijn wacht om 4 uur begint, mag ik van John blijven liggen. Hij weet dat ik niet van dit weer houd. Opnieuw is er harde wind. Nu meer van opzij. Gelukkig zijn er geen buien. We zeilen alleen op het grootzeil verder. Overgeleverd aan het achtervolgingsspel van wind en golven. Woest gaan we heen en weer. Zittend aan de hoge kant maak ik hazenslaapjes. Continue bewust van de omstandigheden en vooral wanneer ze veranderen. Om 5 uur wekt John mij. “Roep de portcontrole maar op. Nog 12 mijl.” Ik kijk de papieren nog eens na en lees dat het pas een uur van tevoren hoeft. Ik kijk door het raampje naar buiten. Niets dan zwart voor mijn ogen. Ondertussen waait het weer gigantisch. Door het draaien van de wind beuken golven hard tegen de zijkant van Rhapsody. Harde knallen vol tegen de romp doen mij opschrikken. Zout bruisend water spoelt over het dek. Ik zie 29 knopen op het schermpje. “Wanneer stopt dit” Voor een betere stabiliteit heeft John de kotter erbij gezet. We racen met een snelheid van 8 à 9 knopen naar de haven van Victoria. En zo hard willen we helemaal niet. Het is namelijk nog donker. Rond half 7 wordt het pas licht. Wanneer ik de portcontrole oproep heet een vriendelijke stem ons welkom. De man wisselt de coördinaten uit van de quarantaine plek. Ik zie dat de zon inmiddels aan haar ochtendritueel begonnen is. Dat gaat moeizaam. Het zware wolkendek houdt al het beginnende licht voorlopig tegen. De wind zakt nog niet terug. Het regent inmiddels keihard. Ik kijk opnieuw door het raampje. Ik zie niet veel. Een snel voorbij razende grijsgroene natte wereld.

Ondertussen zijn we in het water achter het hoofdeiland van de Seychellen gekomen. De vervelende dwarse golven zijn we daarmee kwijt. Eindelijk wat rust. Dat geldt niet voor onze racesnelheid. We maken nog steeds 9 knopen.“Het is mooi hier.” roept John die buiten in zijn zeiljas het weer trotseert. Wanneer ik kijk, kan ik vage contouren onderscheiden. De aankomst in een nieuw land boeit me niks in dit weer. Dat komt later wel.

We varen naar de aangewezen ankerplaats om in te klaren. Het is ligt in open en onbeschut water. Wind en golven hebben vrij spel. De bodem is niet vlak. Meteen nadat we Rhapsody met de kop in wind draaien, gooit zij de kop in de wind. Wild steigerend protesteert ze tegen het hier vastgebonden te moeten liggen. Met moeite strijken we het laatste stukje grootzeil. Ook wij voelen er niets voor om hier te ankeren, te wachten op de autoriteiten en hopend dat het anker zal houden. Ik roep de portcontroler nogmaals op. Gehaast leg de situatie uit. We zijn al onderweg naar Eden eiland, de veilige ankerplaats, maar dat mag absoluut niet. “Oké Sir. we turn arround.” De baai waar we naar toe verwezen zijn, is gelukkig rustiger. Een kustwachtbootje stevent resoluut op ons af. “Verboden te ankeren.” roepen ze. “Je ligt bij een marineschip.” Ik laat ons niet wegsturen en vertel rustig dat we toestemming hebben. Ze druipen af wanneer zij hun hogere chef aan de telefoon gehad hebben.

Twee uur moeten we hier wachten en dat is te doen. Het blijf maar hozen. De wereld is bedekt met een grijze grauwe laag en is vooral aanhoudend nat. Rond half tien komt de pilot boot. Behendig stappen een viertal mannen bij ons aan boord. We worden gek gevraagd en bevraagd om papieren en informatie. Tussen neus en lippen door vragen ze naar wapens, munitie, alcohol, drugs en sigaretten. Of we ziek zijn en of we dieren hebben.

Pas dinsdag kunnen we alle papieren in orde maken want vandaag is het onafhankelijkheidsdag met de militaire Parade die middag en morgen is een vrije dag. Na zo’n 20 minuten zijn ze weer van boord. Wij blijven achter met een aantal rekeningen in onze handen. We voelen er niets voor om in deze stortregen te vertrekken. Dus blijven nog even liggen. Hopelijk nemen de buien af vanmiddag en kunnen we rustig naar onze echte eindbestemming varen. We hebben er op 2 uur na precies 23 dagen over gedaan. Een afstand van 3025 nautische mijlen in 550 uur afgelegd met een gemiddelde snelheid van 5.5kn.

En hoe leuk. Danceme verscheen vlak voor het einde op onze plotter. De laatste dagen zijn we elkaar pas kwijtgeraakt. Drie minuten eerder zijn wij op de aangewezen ankerplaats. Terwijl we 15 minuten later uit Indonesië vertrokken zijn. Dat is nog eens een overwinning op een Breehorn 41. De reactie van Danceme gaf nog wel de meeste voldoening: “Hee, nog een boot. Verhip het is Rhapsody. Waar komt die nou ineens vandaan?” John glundert als Hans het vertelt. Ik natuurlijk ook.

De hemel klaart voorzichtig op. Slierten grijs trekken weg. Rustig lichtblauw water. Voorzichtige blauwe vlakken in de lucht voorspellen beter weer. Na alle formaliteiten zijn we vrij om te gaan en staan waar we willen. Onze reis duurt niet lang. Na die 23 dagen is het genoeg geweest. Een half uur later liggen we in vlak azuurblauw water. Met links een luxe villa-eiland met ligplaatsen. Rechts een groene heuvelrug. Daartussen een tiental boten. Waaronder de Breehorn 37 Zelda. De eigenaren staan ons uitbundig zwaaiend op te wachten. Ruim drie maanden na onze eerste ontmoeting, zien we elkaar terug. Al gauw liggen Sheryl en Heiiki met hun bijbootje langszij. Na 3 weken alleen leeg water om ons heen raken we meteen overprikkeld. De dinghydock is daar bij de brug. De supermarkt dichtbij. De was kunnen we morgen inleveren. ’s Middags kunnen we mee naar die optocht. Daarna worden we uitgenodigd voor een sundowner op Zelda. We zijn stoer en zeggen overal vrolijk ja op. Als we eenmaal de boot en zeilen opgeruimd hebben, vallen we in slaap. “Eventjes maar,” zeggen we nog. Maar het gevecht tegen slaap is niet te winnen. Vol overgave geef ik me er aan over. We hebben het gered en daarmee verdiend. De parade laten we schieten.

Tegen vijven zitten we wel bij Zelda aan boord. We vieren onze geslaagde overtocht met heerlijke bubbels. Het begin van een hechte vriendschap.

Be brave. Take risks.

Nothing can substtitute experiences.

-Paolo Coelho-

6 gedachtes aan “nog 1 dag

  1. Jaap

    Lastig en grappig met die meeuwen- deed me gelijk denken aan het shanty lied die ken (sinds begin dit jaar ziing ik in een shantykoor)
    “Eine seefahrt die is lustig”
    Éen couplet gaat als volgt:

    Refrein:

    Und die silbern Granen Möwen
    Die er füllen ihren Zweck.
    Und die scheissen, scheissen, scheissen,
    Auf das frisch gewaschen Deck

    Is overigens een heel vrolijk liedje

  2. Ina

    Wat heerlijk om te lezen, dat jullie er eerder waren dan de breehoorn41, de verbazing. Maar vooral dat het jullie weer gelukt is om een overtocht te maken.
    Geniet van de vriendschap met Zelda.

  3. Eline

    Great ocean race haha! Wat een mooi avontuur weer. Vogels moeten nog beetje bijgestuurd worden dus . En wat een bruisend welkom weer.

  4. Henk Driessen

    Wij hebben onder dergelijke weeromstandigheden op top en takel gevaren. 180 mijlen in 48 uur. Geen hoge snelheden maar er kwam een enorme rust over de boot. Was zelfs in staat oannenkoeken te bakjen.