De taxideur valt achter me dicht. Gedesoriënteerd kijk ik om me heen. Een paar krakkemikkige gebouwtjes afgeschermd met een omheining van golfplaten en prikkeldraad. Op straat ligt een berg huisraadafval. Schoentjes, koelkast, ventilator, pannen, speelgoed, kleding en wat al niet meer. In de verte kazernes van het Franse leger. “Daar is het pad,” wijst de dame van de taxi. Vrolijk zwaait ze ons uit en rijdt weg. We staan aan de rand van het stadje Dzagudzi. Zorgvuldig voorbereid. Wandelen in groepsverband; Sheryl en Heiki van Zelda vergezellen ons. Geen overbodige waardevolle spullen mee. Alleen onze oude mobiele telefoon. Zelfs het Nederlandse simkaartje is verwijderd. Een paar euromunten in de broekzak van John. De briefjes in zijn sokken. Als men uit is op snel geld, zullen ze tevreden zijn met de 20 euro die we zo kunnen grijpen. Het voelt raar om zo op pad te moeten gaan. Op Kingstown in Jamaica na, hebben we dit tijdens onze reis niet hoeven doen.


Mayotte is geen gewone bestemming. Ook geen bekende bestemming. Toch is het Europees grondgebied. Het hoort namelijk bij Frankrijk. Dat betekent Frans stokbrood en echte croissantjes. We betalen met euro’s. We kunnen bellen met ons Nederlandse abonnement. En ze hanteren Europese prijzen in luxere restaurants.

Het inklaren is voor de verandering simpel en gratis. Eigenlijk niet nodig omdat we uit Nederland komen. Toch lijkt wel een secret service opdracht. Op de jachtclub krijgen we de laatste details. De instructies komen zo uit een scène uit de serie âlo âlo. Compleet met Frans accent. “Je neemt de taxi naar het vliegveld. Vlakbij de trap staat een zwarte telefoon. Neem een broodje in de broodjeszaak. Op het bord hangt een briefje met een telefoonnummer. Dat nummer toets je in. Je wacht tot er opgenomen wordt. Je geeft je bedoeling door. Een medewerker van Front Police zal naar je toekomen. De gestempelde documenten doe je hier op de jachtclub in die witte bus. Dan doet Martin de rest.” De man komt inderdaad. Achter een simpele afscheiding overhandigen we de gevraagde documenten met onze paspoorten. Niet veel later zitten we weer in een taxi terug. Geen douane. Geen immigratie. Geen gezondheidscheck. Èn we mogen blijven zo lang we willen.

Die Martin blijkt echt van de Franse secret service te zijn. Hij is de spil voor internationale zeilers. Hij legt ons de do’s en de don’ts uit. Niet in het donker op straat. Wandelen doe je in een groep. Petit Terre is veilig overdag. Grand Terre niet. Althans het Noordelijke gedeelte. Illegale migranten uit de Comoren, Mozambique en Madagaskar wonen in de heuvels, hebben geen werk en kunnen amper bestaan. Loop niet te koop met je waardevolle spullen. De toon is gezet.
Het eiland heeft een groot immigratie probleem. Men weet inmiddels niet meer hoeveel het er zijn. Grote opruimoperaties leveren uiteindelijk weinig op. Ouders die opgepakt en uitgezet worden vertellen niet dat ze kinderen hebben. Ze laten deze achter in de hoop dat ze een beter leven krijgen. Om het immigratiegetal omlaag te brengen, worden de hier geboren vluchtelingkinderen geen Frans staatsburger meer. Ze zijn stateloos, horen nergens bij en kunnen nergens heen. Het weerhoudt ze niet om hier hun geluk te beproeven. In hun ogen is Mayotte, door de Franse steun, een welvarend land. Mayotte heeft via een referendum gekozen om bij Frankrijk te horen. De Comoren overigens ook maar hebben gekozen om zelfstandig te worden.Op de jachtclub spreek ik Louise. Zij woont op een zeilboot en werkt op het hoofdeiland. Ik vraag haar naar het leven op Mayotte. Haar verhaal onthutst me. Elk jaar gaat ze drie maanden naar Frankrijk om bij te komen. Ze werkt in het ziekenhuis in de hoofdstad Mamoudzou. Het beleid verandert bijna net zo snel als de doorloop van haar patiënten. Het maakt haar moedeloos. Ze komt de meest schrijnende situaties tegen. Straatkinderen die een infectie opgelopen hebben, komen pas in het ziekenhuis terecht wanneer het al te laat is. Ledematen worden geamputeerd. “Als je in de stad loopt, zie je dat,”vervolgt ze. Mijn nieuwsgierigheid naar de hoofdstad is abrupt verdwenen. Inmiddels is er sprake van een derde generatie straatkinderen en al die tijd leven ze naast de maatschappij. Met stijgende verbazing hoor ik haar aan.

Wanneer we door de straten van Dzagudzi op Petit Terre richting de winkels slenteren, valt de geslotenheid op. Huizen zijn verborgen achter hekken en golfplaten. Daarboven prikkeldraad. Winkels zijn, in mijn ogen overdreven goed vergrendeld wanneer ze gesloten zijn. De mensen zeggen niet uit zichzelf gedag. Ze lopen ons straal voorbij. Het is dat wij ze wel gedag zeggen en we een reactie terugkrijgen. De dames gaan hier, op een enkeling na, gekleed in alles verhullende gekleurde jurken. Zo strak en zo kort op de Seychellen, zo lang en zo wijd mogelijk zijn hier de jurken. Hoofddoeken worden op allerlei manieren op en om het hoofd gewikkeld. Het zijn ware kunstwerken. Mayotte voelt anders. Afrikaans. Het is Afrikaans met een Franse slag. Mayotte is tevens een streng moslim land. Om bij Frankrijk te mogen horen, werd er een voorwaarde gesteld; het afschaffen van de Sharia. Op vrijdag zijn de winkels dicht en maakt men zich op om naar de moskee te gaan. Dames prachtig gekleed. Mannen in lange gewaden. Het is een vreemd gezicht wanneer we mannen traditioneel gekleed op een elektrische step voorbij zien komen.


Overal zien we winkeltjes. Op de gekste plekken. Achter luiken en luikjes. Met de gekste dingen en producten. En onder een trap. Eerst worden we een beetje vreemd aangekeken. Mogelijk niet gewend dat toeristen hier boodschappen doen. We kopen lekkere mandarijnen, uien en aardappelen. We nemen ons voor om nog eens langs te gaan. We halen een croissantje bij kleine bakkerijtjes voor kleine prijsjes. De grote Franse supermarktketen heeft ook hier een filiaal. Van alles te koop tot het uitverkocht is. Dan is zes weken wachten de gewoonste zaak van de wereld. Na eerst een, pakken we de twee resterende Nederlandse pindakaaspotten ook nog maar mee. Volgende week is het anders uitverkocht. Ze hebben zelfs echte Nederlandse komijnekaas. Midden in het dorp worden we gek van de herrie. Een vliegtuig vliegt heel laag over richting het kleine vliegveld. Niemand die klaagt.

Mayotte is vorig jaar getroffen door een krachtige cycloon Chido. Lang heeft het niet geduurd maar in een halfuur tijd is Mayotte veranderd in een geknakte maatschappij. De restanten van dit enorme natuurgeweld zijn nog steeds zichtbaar. Zeilboten liggen tegen de kade op een hoop. Kapot. Gekraakt. Geknakt. Opengereten. Gezonken. Boten zonder mast aan meerboeien zijn stille getuigen van het drama dat hier voltrokken heeft. De bewoners van de boten zaten in de zeecontainer, wat eigenlijk de jachtclubbar is, angstig de storm uit. Toen ze uit de schuilplaats durfden te komen, kenden ze hun wereld niet meer terug. Kruinen van bomen afgerukt. Of met wortel en al uit de grond gerukt. Daken van huizen verdwenen en lagen honderden meters verder op. Auto’s vernield. Palmbomen missen hun kroon of hebben nog een enkel blad. En vooral zoekend naar hun boot of wat daar van over is. Huizen en hutjes meegesleurd door de hevige regenval. Huisraad ligt overal op straat. Zelfs nu nog liggen er hopen afval langs de kant van de weg. Gewoon weggeschoven om de straten weer vrij te krijgen. Een man doorzoekt de hoop op zoek naar herbruikbaar materiaal. Ik kijk hem aan zeg hem gedag. Tot mijn verbazing spreekt hij Engels. “Ik kom van de Comoren.” lacht hij vriendelijk.
Louise heeft ook tips voor ons waar we heen kunnen gaan want ondanks alle problemen is Mayotte ook vooral mooi, zegt ze.

Dus trekken we de stoute schoenen aan en gaan op pad. Met zijn vieren. Onze tocht loopt via smalle paadjes over de kraterrand. Ooit een rand van een vulkaan nu van het meer Dzani. Als we goed kijken, zien we we bubbels in het water omhoogkomen. Het water is giftig en leven is niet mogelijk.

Zwemmen ook niet. De krater ligt direct aan de kust en de oceaan. De wind waait door mijn haren. Het landschap is droog. Vele zaadlijsten hangen in de mimosa struik maar gek genoeg ook al nieuwe bloemen.

We lopen het meer niet rond maar slaan af naar het nabij gelegen strand van Moya. Het uitzicht vanaf deze zijde op Moya maakt indruk. Vanaf hier zien we de sporen lopen. Sporen van de zeeschildpadden die hier jaarlijks hun eieren leggen.

Moya is een schiereilandje dat nog net verbonden is aan het eiland. Om er te komen is nogal een puzzel. Niet veel wandelaars komen hier. Het pad is overgroeid. Uiteindelijk eindigen we bij een diep gat. “Is het hier?” vraag ik. Ik kijk in een gapend gat. We lopen iets door. Niet veel later staan we op het randje van een 10 meter hoge afgeslagen duinrand. Terug dan maar. We wagen het erop. We glijden door het gat naar beneden. Het is een doorgang naar het strand. Het strand is versierd met verse en oude sporen naar diepe kuilen op het hoger gelegen gedeelte. In sommige liggen resten van eierschalen. In het water zien we een koppie van een schildpad. “Zou ze vanavond terug komen?”

We hebben geen zin om via de weg terug te lopen en kiezen voor een wandelpad naar het vliegveld. De heuvels zijn pittig. Ik sleep mezelf naar boven in de drukkende warmte. Zodra we dichter bij het plaatsje komen zie ik golfplaten in alle kleuren. “Is het een hek? Een stuk afgeschermd land zoals we eerder onderweg gezien hebben?”vraag ik me af. Wanneer ik er naast sta, hoor ik stemmen. Van een vrouw en een kind. Zachte gemoedelijke geluiden. De platen hier zijn huisjes, hutjes, krotten dat deel uitmaakt van het hekwerk dat hen moet beschermen tegen indringers van buiten af. Ik voel me een indringer in een wereld dat de mijne niet is. “Wie zijn deze mensen en hoe ziet hun dagelijks leven eruit,” vraag ik me af. Hoewel ik vol vragen zit, voel ik dat ik op mijn hoede ben. Alle eerdere waarschuwingen dwarrelen door mijn hoofd en maken dat ik net iets sneller doorloop langs en door afval. Ik voel me een gezegend mens omdat ik zomaar in en vooral weer uit deze wereld kan stappen.
Het pad eindigt bij het waterontziltingsbedrijf. Water is op rantsoen. Twee dagen in de week heeft men hier stromend water. Er is namelijk een groot tekort aan schoon drinkwater. “Toch snapt men het niet. In die twee dagen gebruiken ze veel te veel water,” hoor ik Louise weer zeggen. Ik vind het vreemd dat we op de jachtclub wel dagelijks een ongelimiteerd hoeveelheid water kunnen gebruiken.

De volgende avond komen we terug op Moya beach. Nu tegen zonsondergang in de hoop dat we het uitkomen van de eieren kunnen zien. We wachten en turen. We zoeken en kuieren de kuilen af. En dan.


“Jaah!” Eentje Een teer klein schildpadje kruipt over het zand richting zee. Een miniatuur zeeschildpad met prachtige tekeningen vindt zijn weg. Onverstoorbaar. Door kuiltjes en over het zachte zand. Kukelend en vallend. Met maar een doel voor ogen; naar zee. In de lucht cirkelen kraaien. Loerend naar een lekker makkelijk te grijpen hapje. Het kleintje beseft niet dat hij geluk heeft dat wij op het strand zijn en ze afschrikken. Na een lange tocht over het strand lukt het hem om bij het water te komen. De eerste golf is niet voldoende. Stug kruipt ons beestje verder. Nu op het natte zand. De volgende golf neemt hem mee. Het padje zwemt zo hard als het kan maar het water trekt zich te snel terug. Spartelend komt het tevoorschijn en vlug kruipt het verder richting het water waar het veilig is. De derde golf is succesvol. We zien hem niet meer terug. We hopen dat dit diertje de eerste van velen zou zijn. Het is, helaas voor ons, de laatste van velen. Maar zo mooi.
‘Waar je ook gaat, ga met heel je hart.’
-Confucius-

Confronterend zo’n ontmoeting met Mayotte. Kan me voorstellen dat je je er niet prettig bij voelt.
Fijn dat je ook leuke dingen meemaakt, zoals de schildpadjes
Ach, wat lief dat kleine schildpadje.
Een mooie afsluiting van een heel triest verhaal over de mensen op het mooie eiland.
Een heel ander verhaal dan het vorige,
waar John net een chirurg was met de kapotte
motor. Nu weer totaal iets anders, wat heftig hoe deze mensen wonen. Schildpadje had geluk dat jullie daar nu net waren…
Ja, confronterend verhaal. Altijd blij dat je dit hebt kunnen opschrijven, dan weet ik dat het goed is afgelopen.
Van dichtbij beschrijf je dat wat ik leest in de betere kranten.
En zeker, ik sta niet te kijken dat jullie op de jachtclub wel water hebben. In zoveel landen kunnen boeren geen water meer geven aan de gewassen, maar de zwembaden en de douches en de golfresorts hebben overvloedig. Economie?