De start van onze overtocht vanuit de Seychellen is rommelig. Vooraf aan de reis denken we in de luwte van het hoofdeiland te varen. In werkelijkheid varen we in onrustig woelig water. Er staat veel meer wind dan voorspeld. Golven die zo vreselijk in de war zijn, ketsen tegen alle kanten van de boot. Ze doen ons afremmen en maken het leven aan boord ongemakkelijk. De wind vraagt om weinig zeil. De zee vraagt om meer snelheid. Een duw en trekwerk tussen hen beiden volgt. Rhapsody is het lijdend voorwerp. De motor gaat met tegenzin aan om door die golven heen te komen. Eenmaal bij het eiland weg wordt het rustiger. Wind en zee zijn het eens geworden. In een ritmisch tempo volgen de golven elkaar op. De motor gaat uit. Met een twee keer gereefd grootzeil weg zeilen we richting de leegte met daarachter Mayotte.

Ik zit op de bovenste tree net in de kajuit ingang. Het enige plekje dat nog droog is. Tenminste als er geen golf vanaf de boeg over ons heen raast. Want soms spoelt het water zelfs onder de buiskap door. Onoplettendheid zorgt voor een nat pak. Het schuifluik zit daarom dicht om het zoute zilte water buiten de boot te houden. Ik kan vanaf deze plek net op de meters en naar de stand van de zeilen kijken. Kijken naar de oceaan is onder deze omstandigheden alles behalve plezierig. Ik kijk sowieso weinig om me heen. Doe ik het wel dan zie ik een hoge deining op ons afkomen. Dwarsliggers doorkruisen het ritme van de oceaan. Witte schuim koppen draven als witte paarden bovenop de golven. Buien doen er nog een schepje bovenop. Het maakt diepe indruk op me hoe krachtig zo’n oceaan kan zijn. Binnenin Rhapsody merk ik weinig van de hoogte. Rhapsody beklimt de golven zonder enige moeite. Maar die dwarsliggers, die golven die een ander ritme hebben, die sneller en uit een andere richting komen, raken Rhapsody vol op haar romp. Behoorlijke klappen klinken. Soms klinkt het zo hard alsof we tegen iets aanvaren. In de kastjes binnen bonken ondanks zorgvuldig verpakt, allerhande keukengerei tegen de deurtjes. Slapen gaat moeizaam. Elke minuut slaap is meegenomen. Ik zie aan John dat hij ook moe is. Weinig slaap vraagt zijn tol. Het is bikkelen voor ons allen. We houden de lol erin door beiden mee te brallen met onze favoriete liedjes. We verlangen naar rustig vaarwater.

Op de vierde dag krijgen we wat willen. 14 knopen wind en een eindeloze blauwe hemel. Eindelijk zijn we in de luwte van het eiland Madagaskar gekomen. Dat eiland ligt echt mijlen ver bij ons vandaan. Toch is de invloed op de omstandigheden onvoorstelbaar groot. Voorbij zijn de krachtige hoge golven. Voorbij de windvlagen naar 28 knoop. Het derde rif in het grootzeil gaat eruit. De kleine kotter heeft haar werk gedaan en mag uitrusten. De genua neemt het met twee reven over. We verleggen onze koers iets om gebruik te maken van de stroming. Alle omstandigheden zijn met ons. Golfrichting, golfhoogte, windrichting, windsterkte en de stroming. We gaan bijna ongemerkt ruim 9 knopen. Een aangename rust daalt op ons neer. Al bij vertrek wisten we dat de wind de laatste 150 Mijl naar Mayotte op zou zijn. Alsof er aan een fade-out knop gedraaid is, zakt de wind inderdaad in. Golf en wind nemen gelijkmatig in sterkte en hoogte af. Ik merk niks. Ik lig prinsheerlijk te slapen.

“Vier knopen wind,” moppert John. “Geen wonder dat het zaakje staat de klapperen.” Ik lig al een tijdje te doezelen. Ik heb het zeil al wel gehoord maar ben te moe om mijn bed uit te stappen. “Ik zet de motor aan,” hoor ik John vervolgens mompelen. “Ah, geen wind meer,” denk ik en ik draai me om. Alles is in orde.
“Chonk choink tchh.” Meteen klaarwakker schiet ik overeind. Dat geluid klopt niet. Dat klopt in de verste verte niet. Nog eens dat geluid. Ik sta naast mijn bed. “Accu leeg?” Ik kijk John hoopvol aan. Dat zou een simpel op te lossen probleem zijn. John probeert te starten via de andere accu’s. Niets. De motor wil wel maar stokt en proest als een zware roker. “Ik ben bang dat het niet de accu is.” John schroeft de voorkant van de motor eraf. Ondertussen driften we op zeil gelukkig de goede richting uit. Ik rol de genua die werkloos slap hangt, in. “Er is geen beweging in de motor te krijgen. Vandaar dat het niet aansloeg,” klinkt het in de kajuit als ik weer binnenstap. Het hele pakket aan gereedschap ligt op de vloer uitgestald.

“Sleutel 13!” “Stanleymes!” “Ik kan er niet bij.” Dan klinken woorden die ik beter maar niet kan herhalen. Johns rug is in korte tijd drijfnat. Ik reik water en brood aan. Hier en daar houd ik een slang vast. Ik sta versteld van John en vooral dat hij weet wat hij moet doen. Op de plotter zie ik dat we voor het mooie teveel naar het westen drijven. Ik probeer of de automatische stuurautomaat ons beter op koers houdt dan de windpilot. Het apparaat vloekt, tiert en sputtert tegen zodra ik het aangesloten heb. Die herrie werkt me op de zenuwen. De windpilot Bert gaat er maar weer op. Het grootzeil zet ik over naar de andere kant. Rust. Ik kijk op de kaart of er geen eilandjes in de buurt zijn. Alles is veilig. Ik ga weer naar binnen zodat ik John kan helpen. Gedeeltelijk is de trap weg om bij de motor te kunnen. Natuurlijk weet ik dat. Ik stap behoedzaam achteruit naar beneden. Een meter moet ik overbruggen. In mijn stap neem ik per ongeluk een bak met zakjes met mij mee. In een reflex grijp ik het maar ik verlies mijn grip. Mijn rechterhand is vochtig en glijdt weg. Met links probeer ik de andere sponning te grijpen. Door die bak in mijn hand grijp ik helemaal niks. Ik wil mijn voet neerzetten maar de vloer ligt bezaait met gereedschapskisten, schroevendraaiers en sleutels. Ik verlies hopeloos mijn evenwicht. Het bakje valt uit mijn handen. Ik val pardoes achterover. “Och meissie,” hoor ik. Ik lig lang gestrekt op de vloer. Boven op de kisten, het gereedschap, kussens, planken en wat niet meer. Ik doe een snelle bodycheck. Hoofd? Oké. Ribben? Oké. Rug? Prima. Armen? Pijnlijk. “Gaat het?” “Ja.” kerm ik geschrokken. “Niets ernstigs.” John sleutelt na deze onverwachte wending rustig verder. Hoewel rustig. De omstandigheden zijn niet fijn op een rollende boot. Gereedschap schuift onder zijn handen weg. De onderdelen ook. Soms is het echt zoeken waar het gebleven is. Ik wens van harte dat alles straks weer keurig op zijn plaats zit.

“Kun je even kijken of daar water uitkomt?” Ik zet mijn leesbril op, kruip ons slaapruimte in en neem een zo goed mogelijke positie in. John wijst naar een ronde opening waar eerst een injector zat. “Ben je er klaar voor. Dan start ik de motor.” “Ja,” roep ik. Onnozel kijk ik naar het gat. Echt niet wetend wat er op me af komt. Zodra de motor klinkt, vliegen de spetters onmiddellijk om mijn oren. Witte rook stijgt omhoog. “Ja! Ho. Stop! Heel veel water en het rookt,” roep ik verschrikt. Die rook is gewoon uitlaatrook omdat John de slang van de uitlaat los heeft gehaald. Het rondvliegende water van daarnet hoort daar absoluut niet. Het probleem is gevonden. Onstuimig zeewater heeft via de uitlaat zijn weg naar binnen gevonden. Het waterslot heeft zijn werk niet goed gedaan. (Achteraf hebben we vastgesteld dat een verkeerde plaatsing door de jachtwerf daar debet aan is geweest. GRRRR.) Het zoute water is terecht gekomen op een plek waar het niet mag zijn. De motor klinkt veelbelovend om te willen starten. Vastgelopen onderdelen bewegen namelijk weer. “Zal ik hem maar weer in elkaar zetten om te kijken of hij wil starten? “Dat moet,” zeg ik. “Je hebt er hard genoeg voor gewerkt. En wat moeten we anders” John lost de ontstane motorpuzzel op. Hij wurmt de iets korter geworden slangen terug op hun plek in het systeem. Elk onderdeel schroeft hij op zijn plaats vast. Geen bout of moer is overgebleven.
Onze verwachtingen zijn hoog gespannen als John zijn vinger op de startknop drukt. Ik hou mijn adem in. “Hemels. Het klinkt gewoon hemels.” Nooit gedacht dat ik dat zou zeggen wanneer de motor loopt. Wat een opluchting. Wat een geluk dat er niet veel meer beschadigd is. “Zet hem maar langzaam in zijn vooruit.” Ik doe braaf wat John zegt. Op naar Mayotte. Ik start de navigatie opnieuw. Ik haal de windpilot weg en zet de stuurautomaat er weer op. Koers wat graden bij en alles loopt op rolletjes. Behalve John. Die ligt languit en totaal uitgeput in zijn kooi. Ik geef hem geen ongelijk. Het was zenuwslopend of het wel zou lukken. Met een tegenwerkend lijf en misselijkheid onderdrukkend, heeft hij doorgezet en gezorgd voor een geslaagde missie. Buiten ruim ik alle lijnen op die verstrikt in elkaar en overal in de kuip liggen. Binnen ruim ik al het gereedschap op. De sleutels in de sleutelhoesje. De doppen in het doppendoosje. Overig gereedschap in de la of in de gereedschapskist en vervolgens in de bank. We kunnen weer lopen en zitten. Met een snorrende motor hebben we nog 130nm te gaan.

Het restant van de nacht is ongemerkt overgaan in een nieuwe dag. Nu pas is er tijd voor een welverdiende knuffel. “A je to, missie geslaagd.” We motoren de gehele verdere dag en nacht in kalm water. Vogels cirkelen om ons heen. Sterren, zo helder en zo ongelooflijk veel, staan ons bij. Nog in het donker, naderen we de brede pas in het noorden van Mayotte.

De ochtend piept een beetje boven de horizon als we de lagune binnen varen. Het gedimde licht wordt elke minuut feller en feller. Contouren van bergen krijgen hun kleur terug. Voor ons doemt een enorme wolkenpartij op. Dreigend zwart en grijs. Naast ons kleurt de zon de wolken roze, oranje en geel. Gaten in de wolken zorgen voor spotlights in de lucht. Een prachtig schouwspel.

De zwartgrijze wolk nadert snel en dumpt zijn water bovenop ons. Vele dikke druppels vallen op Rhapsody. Al het opgespaarde zout spoelt van haar vermoeide lijf af. Heerlijk. Gauw neem ik met een doekje zoveel mogelijk zout van de reling af. Na een kwartier is het weer droog alsof er niets is gebeurd. Opgefrist vinden we een plekje tussen andere boten. We zijn er. Missie geslaagd.

The important thing about a problem is not the solution, but the strength we gain in finding a solution.
– Lucius Annaeus Seneca-

ai ai…. laat mij maar fietsen! Wat een stoer verhaal. Wat een technische topper die John.
Ada, je hebt hopelijk en blijkbaar geen ernstige schade opgelopen?
Je schrijft op weg te zijn naar de luwte van Madagaskar, je moest eens weten .
Ach ik heb je verhaal met tranen in mijn ogen gelezen eigenlijk van het lachen. Al die schroeven , bakjes , vallen van jou en wind geen wind, golven hoge golven
Wat zijn jullie toch heerlijk ingespeeld op elkaar! Mooi avontuur om weer op terug te kijken; met name als het weer soepeltjes klinkt en loopt haha
Wat een verhaal
en het is weer gelukt,
Geweldig samen hoor,
nu weet genieten
Tante Nel