RHAPSODY

‘it’s Capetownslife’

Ik sta in een straatje met een rij felgekleurde huizen. Een oude auto maakt er een perfect plaatje van om met mijn camera vast te leggen. Dan zie ik zo’n vuilniscontainer staan. Dat verstoord natuurlijk het ideale beeld. Ik wil mijn mond al open doen om John te vragen of hij het even wil verzetten. Ik doe hem meteen weer dicht want er komt een man aanlopen. Hij opent de bak. Om er iets in te doen, denk ik nog. Nee, hij opent het om er juist wat uit te halen. Hij rommelt en verplaatst de dingen op zoek naar iets bruikbaars. Ik wil wachten tot hij weg is. Toch druk ik op het knopje. Ik heb zojuist een veelzeggend plaatje van Kaapstad vastgelegd; Een bijzonder mooie stad met vele stadse problemen.

We gaan geregeld naar de ‘Moederstad’ van Zuid Afrika. De stad is veelzijdig en een plaatje. Het luxe Victoria en Alfred waterfront met zijn vele restaurantjes, pleinen, winkels en een uitzicht om door een ringetje te halen, is the place to be. Het is fraai, gezellig druk en sfeervol.

De strandroute van Houtbaai langs de bergpartij de Twaalf Apostelen naar hartje stad is ongelooflijk mooi. Walvisbaai. Seapoint. Bakoven. Allemaal brede stranden met restaurantjes, dure woningen en veel mensen op straat. Het zonnige warme weer nodigt uit voor een duik in de zee. Het uitzicht op de oceaan is eindeloos vooral als er drie keer achterelkaar een walvis uit het water springt. De foto van de gekleurde huizen komt uit Bo-Kaap. Een klein wijkje in de stad. Ooit waren het witte slavenhuisjes voor mensen uit Maleisië en Indonesië. Nu een trekpleister vanwege de intense kleuren. Bekend om zijn mengelmoes van culturen en de Cape Malay currys.

Wijdverspreid door de stad zijn markthallen met het lekkerste eten uit Zuid Afrika zelf en alle windhoeken van de wereld met live muziek in het weekend. Boboti, Malva, Chakalaka. Alleen al de namen van deze gerechten zijn heerlijk. Laat staan als je ze proeft. Prachtige souvenirs en kunst galerijen. Gezellige straten met cafeetjes en winkels. Mooie gebouwen, pleinen en parken. Tegelijkertijd moet het met beveiligers beveiligd worden. Dag en nacht. Onveilig voelen we ons nergens. We zijn wel op onze hoede. Wijken met een discutabele reputatie zoeken we niet op.

Toch, een man met zijn handen in de vuilnisbak, is overal te vinden. Op elke straathoek. In elk park. Naast de supermarkt. Naast de kerk van Desmond Tutu. Overal. Als je ze wilt zien tenminste. Veel van hen bewegen zich geruisloos door de stad. Met gevoel voor eigenwaarde lijkt het wel. Vanuit de bus zien we ze koffiebekers uit het vuilnis halen en de laatste druppel leegdrinken. Hij doet alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Vanuit de auto zie ik een man op het trottoir zitten. Totaal verward heen en weer wiegend. Ik weet niet goed waar ik kijken moet. Hartverscheurend. Bij verkeerslichten lopen mensen tussen de wachtende auto’s met eigengemaakte huisnijverheid. Het is voor een grijpstuiver te koop. Of simpelweg met een bord: “Ik heb honger, geef wat alstublieft.” Ik zie zelfs dat een oudere zwerver, onder luid protest, zo’n bord van een kind afpakt. Ik heb de neiging om uit de auto te stappen om het recht te zetten. Maar doe het niet. Rijden zonder vergrendelde deuren wordt ten zeerste afgeraden. Het is schrijnend en doet me pijn. Koffie en thee drinken in een koffietentje, met uitzicht op een man in een bak, krijgt een vieze bijsmaak. Van schaamte of schuldgevoel. Ik heb de oplossing niet. Hoe graag ik ook zou willen. We geven aan muzikanten en straatartiesten. Als we in de voormalige VOC groentetuin aangesproken worden om ‘I love Capetown’ stickers van een dakloze te kopen, doen we dat graag.

“I like coffee with milk.” Ik kijk niet begrijpend op. Ik schud de hand van de man die deze opmerking plaatst. “Black and White,” hij wijst naar onze armen en lacht breeduit. “I like my coffee black,” zegt John lachend. De man hoort bij het museum in het stadhuis. Hij heeft ons net gefotografeerd met het beeld van Nelson Mandela op het beroemde bordes. “There is also a museum inside.” Hij loopt voor ons uit om de weg te wijzen. Het oude stadhuis straalt een al grandeur uit. Op integere wijze wordt het indrukkende leven van Nelson Mandela getoond. Van jongs af aan een voorvechter geweest voor gelijkheid en gerechtigheid. Nelson en Kaapstad zijn een. Het heeft mijn jeugd beïnvloed. Het refrein ‘Free, free, Nelson Mandela’ klinkt nog altijd even helder in mijn hoofd. De tentoonstelling van de historie van de stad is zeer interessant. Het laat op een mooie wijze ‘die oorsprong’ van de stad zien. We verlaten het met nieuwe inzichten.

Eerder die week hebben we een ‘from apartheid to freedom’ wandeling gemaakt. Een wandeling langs gebouwen door de stad waarbij de geschiedenis over de apartheid verteld wordt. Onvoorstelbaar dat men het in 1948 ingesteld heeft. Het was het gevolg van desillusie van veel witte mensen na de tweede wereldoorlog. De zeer nationalistische partij speelde daar goed op in en werd tot ieders verrassing de grootste partij. De jaren die volgden zijn niet te beschrijven, bizar en vernederend. Mensen werden subjectief gekeurd op hun uiterlijkheden. Op kleur ingedeeld waarbij ‘die blanke’ superieur boven alles en iedereen uitsteekt. Het ging zover dat zelfs familieleden en binnen een gezin uit elkaar gehaald werden. Bij elkaar wonen met verschillende kleuren huid, was uit den boze. Wijken werden ‘opgeschoond’. District Six is een afschuwelijk voorbeeld daarvan. De gehele wijk is platgegooid op de kerken na. De verschillende bevolkingsgroepen die naast elkaar woonden, werden gescheiden en overgeplaatst naar wijken buiten de stad; townships. Het district is nooit herbouwd. Nog steeds is het een gapende leegte in de stad onder aan de Tafelberg. Terwijl de townships volgebouwd zijn met formele huizen en aangevuld met informele huizen. Met de bus rijden we langs eentje. De randen staan barstensvol met die informele huizen. Dicht op elkaar gepropte hutten van golfplaten. Het contrast met andere groene en rijke delen van de stad komt met een doffe dreun bij me binnen.

’s Avonds komen wij nooit in de stad. Te gevaarlijk. Gelegenheidsdieven grijpen elke kans die ze krijgen. Uit eigen ervaring weten we dat maar al te goed. Het was niet eens op een avond maar op klaarlichte dag.

Aan het eind van de middag lopen we het fort Kaap de Goede hoop uit. “Zullen we naar huis gaan?” John kijkt op de telefoon voor de dichtstbijzijnde bushalte. Die is niet terug naar de binnenstad maar iets verderop en de andere kant op. Ik neem nog wat foto’s van het fort en stop het mobieltje weg. John houdt de zijne in zijn hand om de route te volgen. De straat is weids, rustig en overzichtelijk. We moeten over steken om bij de bushalte te komen. Geduldig wachten we voor het rode licht. Naast mij, een meter bij me vandaan komt een man staan. Het verkeerslicht blijft op rood. Inmiddels staat er ook een man naast John maar die loopt door. Zoals overal werkt het licht niet dus steken we ook maar over. Ik kijk voor de zekerheid om me heen of er echt geen auto’s aan komen. Ik kijk weer naar voren en zie John, een paar meter voor me, weggedraaid en voorovergebogen staan. Iemand staat heel dicht voor hem. Hij wil iets van hem en heeft iets vast. Ik schrik. “John,” schreeuw ik, bang dat er een gevecht ontstaat. De man rent weg. Ik kan niet zien of dat met of zonder de telefoon is. John weet niet wat hem overkomt, ik ook niet, als een tweede man op hem afkomt en ook probeert de telefoon te pakken. Ik begin te schreeuwen terwijl ik naar ze toe loop. “You don’t gonna take that from us.” Inmiddels sta ik naast beiden. “Jij pakt dat niet af.” Als een mantra herhaal ik het. Ik sla zo hard als ik kan op de onderarmen van de potentiële jatter. Ik ben niet te stoppen. Ik schreeuw, sla en stomp onnadenkend. Eigenlijk weet ik niet wat ik doe. Plots laat de man los en verdwijnt. John heeft, geluk bij een ongeluk, nog steeds zijn hand stevig om zijn mobiel geklemd. Dan pas zie ik dat we na het oversteken aan de rand van een drukke markt beland zijn. Tegenover het treinstation dat ’s avonds een onveilige plek is. Als we verder lopen, sissen mensen naar ons. “Why are you here.” “Don’t be here.” “Cross the street.” “Quickly.” Het geeft me meteen een enorm onveilig gevoel. Om aan de overkant te geraken, moeten we tussen druk snel rijdend verkeer door rennen. Geen optie. De bushalte is niet ver. Misschien zo’n 10 meter verderop. Ik zie het bordje tussen bomen, mensen en spullen verfrommeld. Ik voel er niets voor om hier lang op een bus te wachten. Ik wil zo snel mogelijk weg. “De eerste de beste bus die aan komt rijden, nemen we,” zeg ik. Ik kijk om. Een bus komt aanrijden. Zonder ons een moment te bedenken, stappen we in. Waar naar toe zien we dan wel weer als het maar weg van hier is. In de bus komt het besef. Ik sta te trillen en te shaken. John kan zich van het voorval helemaal niets herinneren. Op een pijnlijk achterover geklapte duimnagel na. Langslopen, uit de hand grissen en snel verdwijnen tussen de marktkramen was vast de gedachte van de dief. Mensen in de bus hebben het gezien. Wit en zwart voelen met ons mee. Een dame zegt dat het heel ongebruikelijk is op dit tijdstip van de dag. “’s Avonds moet je hier absoluut niet komen,” hoor ik. “Waar moet jullie heen?” “Houtbaai.” De dames helpen ons en vertellen dat we het beste bij de volgende halte uit kunnen stappen. Daar kunnen we veilig wachten op onze bus. Heel even was onze aandacht verslapt. Heel even voelden we ons veilig genoeg. Heel even niet opgelet waar we waren of waar we naar toe gingen. Heel even op de verkeerde plek en verkeerde tijd. “We waren een makkelijke prooi. Met een mobiel in je hand lopen, geef je ze een gelegenheid.” “Ach,” zegt de dame. “Als je thuis bent, schenk je jezelf een wijntje in en lach je erom.” “It’s Capetowns life,” lacht een ander terwijl we uitstappen.

Kaapstad,

gevormd door de oceaan, gekroond door de bergen, gekleurd door zonsondergangen en

moederstad van een regenboognatie

3 gedachtes aan “‘it’s Capetownslife’

  1. tante Nel

    Ada en John
    Wat een angst ,ja dat is niet mis ,
    Jammer en na zo,n mooi avontuur

    Liefs tante Nel

  2. Ina

    Zo dat is schrikken! Gelukkig goed afgelopen,
    Maar wel weer mooie plaatjes van de stad.

  3. Jan

    Poeh! Dat is even heftig.
    Ik hoop dat jullie nog kunnen genieten van al het moois om je heen/