
Twee weken later spreken we de man van immigratie opnieuw. Toen op onze boot. Nu in zijn kantoortje. “You are leaving? Zo snel?”vraagt hij verbaasd. “Wat vonden jullie van de Seychellen? Mooi?” We kunnen amper zijn vragen beantwoorden omdat hij zelf de antwoorden invult. Met simpel ja beantwoorden we zijn vragen. De reden dat we zo snel vertrekken is het weer. Het ziet er de komende dagen goed uit om naar Mayotte te zeilen. En dat gebeurt in deze periode niet zo vaak. “Ja , het waait hier doorgaans hard,” beaamt hij. De man is nieuwsgierig en praat erg graag. Een leuke combinatie. Hij wil dus weten wat we gedaan hebben.



We sommen op wat we zoal gezien hebben. De coco de mer palm bijvoorbeeld. De palm met zijn bijzondere en zeer kenmerkende mannelijke en vrouwelijke vruchten. Uniek in de wereld. Heel wat mythes zijn er rondom deze bomen ontstaan. De naam zeekokosnotenpalm is lang geleden gekozen door onwetende zeelieden. Zij zagen de vrouwelijke vrucht op de oceaan drijven. Ze namen aan dat op de zeebodem wel palmen moesten groeien.




“Onze schildpadden bewondert?” vraagt de man. “Natuurlijk, ook de grote landschildpadden hebben we gezien.” Met de bemanning van Zelda zijn we de dag na aankomst naar de Botanische tuin gegaan. Daar waren al die typische hoogtepunten van de Seychelse eilanden te bewonderen. Het heeft wel een prijs. Al gauw noemen de Seychelles, Paychelles. Als toerist moeten we overal flink voor betalen. Nog niet gewend aan de nieuwe valuta doen we dat ook zonder verblikken of verblozen.









We hebben gewandeld over het hoofdeiland naar prachtige vergezichten in een ruige groene omgeving. Ook moeten betalen.
We hebben rondgestruind in de hoofdstad Victoria. “Echt?” zegt de man van Immigratie. “Hebben jullie de ‘Little Ben’ gezien?” “Yep!” In een van de straten met oude Engelse en Portugese gebouwen staat een kleine klokkentoren. Daarna zijn we naar het, naar zeggen, mooiste strand van de Seychellen gezeild. Robuuste granieten rotsblokken onderbreken het parelwitte strand. Azuurblauw water met een hoge branding maken het plaatje compleet. “Ja, Anse Lazio op het eiland Praslin is onze mooiste,” glundert de man. Helaas stond er veel te veel wind om veilig te ankeren op andere plekken. Het volgende eiland La Dique hebben we gehaald, tegen beter weten geankerd maar na een half uur het anker alweer opgehaald. Veel te ruw, onrustig en onbetrouwbaar om de boot een dagje achter te laten om het eilandje rond te fietsen. “Mooi eiland maar alleen met weinig wind kun je daar veilig liggen,” spreekt de man uit ervaring. De marina aldaar is peperduur. Ze vragen 25 euro per kwartier. Dat is te gortig. Ook als je Paychelles heet. Een snelle en pittige tocht brengt ons terug naar de kalme ankerplaats Eden. “En vis?” Hebben jullie onze vis gevangen en gegeten?” De man wil echt alles weten. De tocht terug was zo ruw dat we geen lijntje uitgegooid hebben. “Het is het lekkerste wat je ooit geproefd hebt,” houdt de man ons voor. Hij is zo overtuigend dat we ons voornemen om bij een klein lunchtentje een vis en een Seychelse gerecht bestellen. Hebben we in die veertien dagen alles gedaan. De Seychellen in een notendop.








Zo snel hebben we niet eerder een land bekeken en verlaten. Het landschap is zeer fraai met geweldige stranden. De sfeer is totaal anders dan Indonesië. Waar de dames in Indonesië zoveel mogelijk van hun lichaam bedekken, zoveel laten ze hier zien. Strakke korte jurkjes laten niets aan de verbeelding over. Haren op virtuoze manieren gevlochten. Mannen kijken onbeschaamd naar zoveel schoonheid. De mensen zijn vriendelijk maar terughoudend. Na wat aanmoedigingen maken ze een praatje nadat ze snappen dat we geen toeristen zijn. Ze vertellen dat je vooral niet in de dure spar moet kopen op Eden eiland maar in de supermarkt een paar straten verderop. Bereidwillig leggen ze de route uit waar je heen wilt. Soms stopt er een auto om je lift te geven. In de volgepropte bus die vrijwel gratis is, zijn wij de enigen zonder kleur. We maken een praatje met een dame die verdrietig is vanwege de dood van twee voetbalbroers. En vooral over haar kookkunsten want op haar schort staat dat ze de beste kok is. We lachen om de verkoop praatjes van de mannen op de markt. De mangoman vertelt trots dat hij de nummer 1 mango’s van de Seychellen verkoopt. Zijn auto? Verdiend aan de mango’s Zijn huis? Mango’s. “En je buik?” vraagt John. De mango man stopt zijn repliek, is even verward, kijkt naar zijn toch wel dikke buik en schatert het uit. “Ja, die ook.” We kunnen er niet om heen. We kopen een stapeltje mango’s bij hem.


We hebben vooral aan socializen gedaan. Elke dag een sundowner. De eerste dag bij Zelda voor onze oversteek en ons weerzien; feestelijke bubbels. De tweede dag ‘running drinks’. Na elk drankje naar de volgende Breehorn. Voor even gluren bij de buren en natuurlijk dat drankje en gezelligheid. De derde dag een sundowner met alle boten uit de baai. Vierde dag na een stevige wandeling over het eiland een luxe drankje namens de Breehorn-vereniging omdat we met drie Breehorns op 1 en dezelfde ankerplek aan de andere kant van de wereld in de Indische Oceaan liggen.

En nu is het tijd om te gaan. Een zeiler leeft nou eenmaal naar de grilligheid van de wind. Kordaat zet de man van immigratie een stempel in onze paspoort. “Niemand weet dat jullie uitgeklaard zijn,” zegt hij. “Alleen jullie en ik. Dus jullie kunnen best nog een paar dagen blijven.” We lachen dat waren we ook van plan.

Diezelfde middag aan de andere kant van het eiland krijgen we een email dat we met toestemming van vele autoriteiten het land mogen verlaten. Hoezo, niemand weet ervan.
“de zee van tijd heeft het mooiste strand”
-Loesje-

Weer een heerlijk verhaal Ada en John. Genoten van jullie bliksembezoek, Zal voor jullie wel uitrusten geweest zijn op de zeiltreis na de Seychellen. Hopelijk volgende stop met rustiger bezichtigingen.
Klinkt inderdaad bijna als een toerist haha; maar ja de goede wind wacht niet lang. en qua aanslag op je portemonnee is het ook goed om te gaan
Socializen erg ook belangrijk.