Na een kleine week in Luderitz gaan we op reis. Rhapsody laten we veilig en stevig geankerd in de baai achter. Met een grote 4×4 bolide onder onze kont gaan we op weg door de woestijn. Bij woestijn denk ik aan zand. Een oceaan aan zand. Zand dat net als de golven van de zee continue aan verandering onderhevig is. De woestijn van Namibië is veel meer dan dat. We kunnen voor de snellere route gaan. We kiezen voor de langzame. De D707. De, naar zeggen, mooiste onder alle wegen van Namibië. Rijden door het landschap is een bestemming op zich.

Ademloos rijden we over onverharde wegen. Eindeloos lange wegen die naar bergen leiden en die we nooit bereiken. Overal buigt de weg vlak voor ze langs en gaan we met een boog om ze heen. De schoonheid overvalt me. Mijn liefde voor zand groeit bij elk afgelegde kilometer. De kleuren van de weg zijn net zo veranderlijk als het weer kan zijn. Van grijs naar geel naar oranje en roze zand. De bergen aan de horizon lijken te zweven boven de pastelgroene valleien.



Struiken blijken struisvogels te zijn. In de berm struinen vossen. In bomen zijn enorme nesten van vogeltjes gebouwd. “Nee joh,dat is hooi voor de runderen.” Als ik de kans heb om het van dichtbij te bekijken, doe ik dat. Het is een appartementennest waar tientallen vogels wonen. Het gekwetter is oorverdovend.




Bij aankomst op het landgoed van onze huisje loopt een kudde oryxen, gemsbokken, met ons mee. Statige rechte hoorns spietsen in de lucht. Hun scherpe zwart-wittekening op de kop valt op in het grijsgroene graslandschap. Dan totaal onverwacht stuiten we op giraffen in het veld. We genieten van elk mogelijk moment dat we met ze hebben.

“You’ve got your scenicdrive already,” lacht de eigenaresse van ons huisje en vraagt niet langer door of we nog met hen meegaan voor een betaalde tour. Om de stijve spieren van het lange zitten weer wat soepel te krijgen, maken we een ommetje op het landgoed. Zonder het vooraf te weten waar naar toe volgen we de wit geverfde stenen. Het paadje gaat de heuvel op. Eenmaal boven hebben we een grandioos panoramisch uitzicht. Het is ongelooflijk koud en het waait knetter hard. Het deert ons niet want uitzicht op de Afrikaanse vlakte is overweldigend mooi. We wilden onze 10jarige reisjubileum vieren vandaag. De plek is perfect maar te koud, te winderig om rustig met een glas in de hand te gaan zitten. En, niet geheel onbelangrijk, we zijn de bubbels vergeten mee naar boven te sjouwen.

De weg, de lucht, het landschap is van ons. Al uren komen we geen mens tegen. Af en toe onderbreekt een toegang naar een onzichtbare boerderij het kilometerslange hekwerk. We zijn net zo verlaten en net zo vrij als midden op zee. Het is echt bizar zo weinig tegen te komen. Geen huis. Geen dorp. Geen winkel. We stoppen regelmatig en zetten zelf maar thee en koffie. Of we stoppen zomaar. Om het schilderachtige decor te ervaren. De stilte is overdonderend. De lucht hangt onbewogen om ons heen. Geen zuchtje. Geen geur. Geen geluid. Strelende zonnestralen. Fluisterend zand. Ruisend gras. Alles vredig en stil. Het maakt mijn hoofd leeg. Geen ruis tussen de aarde en mij. Er is niets en toch is er alles. Schoon. Onaangetast. Overvol zijn mijn indrukken.

Terug in de auto voert John een inmiddels irritant geworden gevecht. Niet met mij maar met de auto. De auto zit vol met snufjes en heeft duidelijk een eigen wil. Een echte ‘mrs Bucket” wagen. Ze bemoeit zich overal mee. Vooral met Johns rijstijl. “Houdt je handen aan het stuur anders stop ik met rijden,” kreeg hij de eerste dag voortdurend te horen. De asfaltweg in het begin was zo recht toe recht aan dat het voor haar leek dat John het stuur niet vast had. Af en toe een onnodige slinger maakte dat ze haar mond hield. Die gladde rechte weg ligt al een een tijd achter ons. We rammelen door vele ribbels in de onverharde weg stevig door elkaar. Twee handen aan het stuur is een must. Als een echte “Mrs Bucket” heeft ze iets anders gevonden om op te vitten. Lampjes lichten onnodig op. De auto piept waarschuwend omdat John tussen de belijning moet blijven. Op de asfaltweg was het nog te begrijpen maar hier op deze weg is hem een raadsel. De weg is namelijk niet meer dan zand en steentjes. Belijning is ver te zoeken. Spoorvorming is er wel. De subjectieve opmerkzaamheid van ‘Mrs Bucket’ grijpt, tot grote ergernis van John, regelmatig in en stuurt de auto bij. En ik? Ik houd mijn mond en geniet van de wereld om mij heen.

“I bless the rain in Africa,” blèren we met Toto mee. De radio staat schreeuwend hard. “Ik denk dat we nu wel tussen de bergen door gaan rijden.” De weg slingert tussen de heuvels door. Ik probeer het vast te leggen. Wanneer ik de camera neerleg en niet op de weg let, breekt de achterkant van de auto plots uit. Geen idee waardoor. Ik houd me stevig vast. John reageert adequaat en corrigeert de auto snel. We zigzaggen even over de weg en rijden weer door. De muziek staat nog steeds luid. “Ik hoor iets raars. Is dat de muziek?” John zet het geluid uit. Er is duidelijk wat te horen dat er eerder niet was. Als we de volgende bocht door zijn en de weg overzichtelijker is, zet John de auto stil. We stappen uit. De rechter achterband is lek. Stukken rubber hangen erbij. Totaal aan flarden. En ‘mrs Bucket’? Die blijft stil. Angstvallig stil. Geen seintje, geen piepje, geen lichtje. Niks. Net nu we haar hulp kunnen gebruiken.

Gelukkig hebben we een reserveband. John duikt de auto in voor het gereedschap terwijl ik drie grote stenen pak om achter de wielen te leggen. John krikt de auto op en heeft de kapotte band snel verwijderd. Nu de vervanger erop. De reserveband zit onder de auto vastgeklemd. Een speciaal slot houdt hem op de plaats. Op een speciale manier moet het dus ook los. Het lukt John vooralsnog niet om dat voor elkaar te krijgen. “Hoe gaat dat ding los dan?” John probeert uit. Ik sta met de beschrijving in de hand. Niet lang daarna stoppen twee 4x4diehards. Die zien de lol er wel van in en helpen graag. Voor we het goed en wel beseffen rolt er een matje onder de auto en duikt een van de mannen onder de wagen. De ander neemt het gereedschap van John over. Hij wrikt en draait. Nog twee auto’s stoppen en kijken mee, geven wat tips en rijden door. De band komt uiteindelijk los. Snelle handen plaatsen de band op zijn plek. De twee Zuid Afrikaanse reizigers kijken ook meteen de bandspanning na. Die blijkt veel te hoog. “Geen wonder dat je een lekke band hebt.” Elke soort weg vraagt om een andere bandenspanning. Bij de een gaat lucht er in en bij de andere drie lucht eruit. Een uur later kunnen we weer op pad. Op zoek naar een bandenverkoper.
De bandenperikelen zijn al lang weer vergeten als we door de Sesriemcanyon lopen. Deze omgeving is ook hier gortdroog. Ik me niet kan voorstellen dat er ooit zoveel water gevallen is dat deze enorme erosie veroorzaakt heeft. Gaten, spelonken, doorgangen, dunne losstaande muren rots. Het blijft staan. Zelf als John in een van de uitgesleten gaten gaat zitten. De zachte kleuren van de avondzon maken het allemaal nog mooier. Niet lang geleden heeft het geregend waardoor er plassen staan. De reflecties in het water zijn haarscherp en leveren unieke plaatjes op.








Onze nieuwe slaapplaats is voortreffelijk. Was het gister te koud, vandaag is alles perfect. Aangename temperatuur en een uitzicht om door een ringetje te halen. Een ondergaande zon geeft een gouden randje aan de avond. Oranjerode duinen in de verte. Wit woestijnzand met acacia’s op de vlakte. De ideale plek voor onze viering. De kurk plopt prachtig en de bubbels borrelen uitbundig. We vieren het leven.




Het land Namibië bestaat nog niet zo heel lang. We ontmoeten een VN medewerker en zijn vrouw. In 1990 heeft hij erop toegezien of de verkiezingen eerlijk verliepen. We hebben levendige gesprekken aan tafel. Zij vinden ons minstens net zo interessant als wij hen. De man heeft zoveel gezien op de wereld. Vooral plekken en omstandigheden die hij liever niet had meegemaakt. Maar voor Namibië maakte hij graag een omweg zodat hij nogmaals de schoonheid kan zien. “Namibië kruipt in je bloed.”
Met onze ontbijtpakketjes op zak gaan we nog net in het donker op pad. Juist bij zonsopgang is deze plek op zijn mooist. De beroemde rode zandduinen van de Sossusvlei. Met de minuut worden de duinen mooier en roder.

Zwarte schaduwen steken scherp af waardoor de curven van de duinen schitterend uitkomen. Ik kan me geen mooiere plek bedenken dan deze hier. Ik weet niet waar ik kijken moet. Voor, naast of achter me. Het is overal zo mooi. “Kun je even stoppen?” Ik film en maak foto’s om later deze beelden nog eens te zien hoewel ik weet dat het een slap aftreksel zal zijn van het echte beeld hier voor me.

Zand op de duintop beweegt in de wind, waaiert uit en kleurt oranje tegen de zwarte schaduwzijde. Het fluistert niet meer maar schreeuwt. Vlammend als vuur. Het beklimmen is zwaar in het mulle zand. Pijnlijk ook als een zandkorrel in mijn oog geraakt.


We rijden net als velen naar de doodvlei. Het is het hoogtepunt. De vallei viel droog zo’n 900 jaar geleden om nooit meer met water te vullen. De bomen verdroogden. Verweerd en kaal doorstaan ze de tijd. Elk een natuurlijk kunstwerk tegen de oranje achtergrond. Onvoorstelbaar dat ze hier al zo’n duizend jaar staan.

Veel te snel laten we het fluisterende zand van de Naukluft woestijn achter ons voor de Naukluft bergen. Hier verruilen we de 4 wielen voor de benenwagen. Namibië is zo groot. Uren, dagen, weken, zouden we kunnen blijven rijden en sjezen van de ene plek naar de andere. Wij willen ook aarden. Het land betreden. Met onze voeten de aarde voelen. Met onze neus in de frisse lucht. Onze ogen laten verwonderen aan de natuur. Onze oren gespitst op elk geluid.
Zeventien kilometer lang is onze tocht. Vijftienhonderd meter boven zeespiegel. Mijlenverre vergezichten. Lange tijd volgen we het water van de kloof. Nooit eerder geziene bloemen planten en bomen. Geschreeuw klinkt dichtbij. Een grote groep bavianen springt behendig van rots naar rots naar beneden. Het alfamannetje voorop. Kleintjes stevig vastgeklemd op moeders rug. Vogels kwetteren. Langzaam en gestaag klimmen we omhoog tot we op het vlakke plateau op de berg komen.

Ik hoop op zebra’s die hier beschermd worden. John ziet twee wilde paarden wegschieten als hij voor hen zichtbaar wordt als hij de top bereikt. Een grote gele geschilderde stapel markeert het halverwege punt.






De benen voelen goed. De voeten ook. Geen blaren. Geen spierpijn. We kunnen door. De uitzichten zijn groots. De rotsige stenen dichtbij. Ze vragen om al onze aandacht terwijl we tegelijkertijd het spoor van de gele stenen moeten volgen. “Heb jij nog een gele steen gezien?” vraag ik na een tijdje. “Nou je het zegt, nee.” We lopen een stukje terug en pikken de stenen weer op. Niet veel later klauteren en glijden we een onduidelijk pad naar beneden. Naast ons is over de gehele breedte een enorme drooggevallen waterval. Een massief gesteente van bergwand naar bergwand. Een vrije val van zeker zo’n 20 meter. “We hadden raar opgekeken als we waren doorgelopen en daarboven hadden gestaan.” Tegen vijven zijn we terug. Nog steeds geen blaren. Wel met de benen relaxed omhoog.

Als ik wakker wordt en naar buiten kijk, is het mistig, waaierig, guur en koud. De zon doet echt haar uiterste best. Mist kleurt mystiek oranje in het eerste licht net boven de bergtoppen. Blauw piept er hoopvol tussendoor. Toch wint de zon het niet. De onuitputtelijke aanvoer van natte druilerige wolken is gewoonweg teveel. Het blijft saai grijs. Met onze hoofd in de wolken is onze geplande wandeltocht van vandaag uitzichtloos. “Dan doen we de wandeling toch andersom,” opper ik. De laatste drie van de tien kilometer volgt een drooggevallen stroom in een uitgesleten kloof en blijft aan de voet van de berg. Het is naast het uitzicht het mooiste deel van de wandeling volgens de beschrijving. “Als het opklaart, zouden we door kunnen lopen.” Het eerste stuk is gemakkelijk. Daarna lopen we de kloof in die geleidelijk aan steeds smaller wordt.

De stenen en rotsblokken worden steeds groter. We klauteren over manshoge stenen en rotsblokken. We vergapen ons aan de verschillende structuren en kleuren die om de paar meter veranderen.


Dan komen we bij de ‘Pool with Chains’. Een watertje met aan weerszijden een steile hoge bergwand. Het pad stopt hier abrupt. De enige manier om aan de overkant te komen, is een ketting vast pakken en met je voeten steun zoeken. Een misstap en je bent nat. John gaat voor en is in een mum van tijd aan de overkant. Ik volg schoorvoetend.


De mist hangt nog steeds zwaar boven ons. Wij zien geen reden om veel verder te gaan en nemen al kruipend en klauterend dezelfde mooie route terug naar de auto.

Meestal zijn we alleen als we koffie en thee drinken. Nu niet. Nieuwsgierig staan ze om John heen om te zien wat hij achter in de auto doet. Hun neuzen nog net niet in het vuur. Wilde paarden. Paarden ooit aan hun lot achtergelaten. Ondanks de ruwe omstandigheden van de woestijn hebben ze kunnen overleven. Wild kan ik ze niet noemen.



Ze zijn nieuwsgierig, komen naar je toe en laten zich aaien. Onderling zijn ze wel wild en delen rake trappen uit. Ik kijk dus wel heel goed uit dat ik ik niet per ongeluk achter ze sta. Genietend van onze warme drankje bekijken we de paarden in hun aparte woonomgeving. Een mooie afsluiting van onze reis. Tijd om naar ons eigen paradepaardje te gaan.
“You can’t describe the beauty of this country. You have to experience it yourself.“
comodore Yacht Club Luderitz
10 jaar reizen, 10 jaar avontuur. Gefeliciteerd! Wat een prachtige beelden en ervaring in Namibie.
Behouden vaart maar weer!
Gefeliciteerd ! En wat een prachtig divers land en landschap om dit jubileum te vieren. Ik hoop dat wij dit land ook mogen ontdekken en ervaren. Het ziet er echt fantastisch uit!
Gefeliciteerd met het jubileum op deze adembenemende plekken
Een bijzonder apart landschap.
10 jaar op avontuur, zo mooi
Weer prachtig beschreven!
Fluisterend zand rond de 10 jaar reizen prachtig beschreven
Prachtig verhaal en super mooie foto’s!
Wat een mooi verhaal weer, en ook alle foto s erbij maken het verhaal levendig. Gefeliciteerd met het 10 jarig reis jubileum en het op zo n unieke plek te vieren.
Wat een mooi en boeiend verslag met heel mooie beelden. Gefeliciteerd met jullie 10 jarige reis en vrijheid!
Prachtig avontuur weer
Gefeliciteerd met jullie al 10 jaar onderweg te zijn. Daar mogen jullie best op proosten. Namibië is een prachtig land en jullie durven wel hoor, zo klauteren over de stenen. Hele mooie foto’s.
Wat beschrijven jullie deze prachtige wereld nog mooier dan ze al is. Complimenten voor jullie reislust en gefeliciteerd met 10 jaar de wereld bekijken.
Gefeliciteerd met jullie 10 jarig jubilleum. Prachtige verhalen , foto’s en belevenissen.
Heel fijn dat we met jullie mee mogen reizen en onze wereld zo wat groter wordt.
Het was weer genieten
Ada en John
Bijzonder verhalen