We staan te kou kleumen naast ons nieuwe onderdak. Een 4×4 met daktent. De twee mannen van het verhuurbedrijf hebben de sleutel overhandigd en we zijn klaar voor vertrek. Bijna. Eerst nog alle spullen uit de boot halen. Dikke dekens en dikke kleding. Wij willen het absoluut niet koud krijgen. Op het moment is het amper 13 graden en waterkoud door de dikke mist. Voor de zekerheid kijk ik toch nog even naar het binnenlandse weer. Bikini en korte broek toch ook maar ingepakt. Nog even boodschappen doen bij de supermarkt en we zijn onderweg. Het avontuur kan beginnen. Dit keer niet in luxe huisjes maar nog dichter bij de natuur en een tent.

We rijden vol goede moed naar onze kampplaats nummer 1. Moeilijk zou dat niet moeten zijn. Bij een bord 1/3 twijfelen we. “Daar kan het niet zijn. Dat lijkt op een huisje.” We kiezen voor een hobbelig paadje. We stoppen bij een plaatsje met een braai. “Dit zou het kunnen zijn.” “Maar waar zetten we dan de auto zodat we de tent kunnen uitklappen.” “Toch niet op dit pad?” We rijden terug. We staan nu aan de andere kant van het plaatsje. Alles lijkt te kloppen. Via een paar traptreden kom je bij het plaatsje met een douche en wc. “John er staat een grote 3 bij de boom. Hier is het niet.” “Joehoe, you are wrong. Overthere!” De dame van de receptie komt rennend op ons af. Ze wijst in de richting van het, door ons afgewezen, luxe huisje. “Dat is jullie plaats.” Dus toch daar. Overdonderd bekijken we even later onze kampeerplaats. We hebben ieder een eigen toiletgebouw met douche. Een prachtige braaiplaats. Zelfs een keukentje en een houtgestookte warme douche. Wat een luxe.





Deze plek wordt nog mooier als we bijna aan het eind van de dag op de heuvel zitten, starend naar de ondergaande zon. In het schemerdonker zoek ik mijn pad tussen de vele stenen terug naar beneden.
We sjezen de volgende dag over een geasfalteerde weg naar Etosha zo’n 500km verderop. Etosha ofwel the Great White Place in de taal van de Ovamba bevolking. Het is bekendste park van Namibië. Een immens grote zoutpan met een overvloed aan wilde dieren. Een ontmoeting laat nooit lang op zich wachten. Op zo’n tien kilometer vanaf de parkingang kamperen we.

De tent klappen we inmiddels geroutineerd open. Ik richt het in terwijl John aan het avondeten begint. Ik zorg dat ik snel klaar ben want ik wil graag helpen. Poikie staat op het menu. Een traditioneel Zuid Afrikaans Namibiaans gerecht. Alle ingrediënten gaan in een gietijzeren pot op een houtvuur. Het allerbelangrijkste is een goed vuur van hout. We zijn voorbereid. In de supermarkt hebben een grote zak hout gekocht. John splijt de brandhoutblokken in kleinere aanmaakhoutjes.




Ik zoek naar takjes, twijgjes, en dor gras om het vuur snel aan te krijgen. Daarna wordt het snijden geblazen. Wortel, aardappel, champignons, uien en het rundvlees. Knoflooktenen en een zakje poikie kruiden voor de smaak. Alles gaat in de pot met water. Nu is het wachten en het vuur het werk laten doen. Rustig en relaxed wachten. Af en toe roeren is het enige. En vooral geduld. We drinken en genieten van het vuur. Impala’s lopen langs en gevogelte scharrelt in de bosjes. De geuren, de geluiden, de sterren. Alles maakt het tot een compleet mooie avond.

Bij het eerste licht zitten we alweer klaar in de auto. We gaan op safari in het Etoshapark. En de vroege ochtend is daar het meest geschikt voor. Vergeleken met de bergachtige gebieden waar we eerst doorheen reden, is Etosha vlak. Soms met lage struiken. Soms enorme grasvelden met springbokken die ongelooflijk hoog kunnen springen bij gevaar. Soms is het heuvelachtig.

Soms uitgestrekte vergezichten met eindeloze rijen dieren. Een meters lange rij zebra’s op ons pad. Ik zie niet waar het begint en ook niet waar de rij ophoudt.


Er lijkt geen eind aan te komen. Even later niet te tellen zoveel gnoes. Het enige wat wij kunnen doen is met open mond toekijken. En dan een heel grote witte vlakte helemaal niets. De zoutpan van Etosha. We vallen erbij in het niet.




Als ik goed kijk, zie ik sporen in het zout. Dieren komen langs de randen drinken omdat daar nog water is. Maar wat zoeken ze op die zoutvlakte. Wat is daar te vinden voor ze.
De camping valt iets tegen na de vorige twee. Dat maakt ons niet uit. Daar komen we niet voor. We willen er lunchen. In het park mogen we namelijk niet uitstappen en de dieren rusten op dit tijdstip toch. We reserveren een plekje door twee stoelen achter te laten. Hoeven straks niet te zoeken. Tegen vieren gaan we naar de dichtstbijzijnde waterplaats. Stil en aandachtig wachten we af wat we te zien krijgen. Gnoes luieren. Zebra’s drinken. Springbokken willen weten wie de sterkste is.



Dan kuiert vanuit de struiken een grote olifant richting het water. En een kwartier later nog een. En daarna nog een. Rustig wachten ze op hun beurt. De oudste of de sterkste mag eerst. Ze nemen de tijd. Rustig nemen ze ook een douche alvorens in het struikgewas te verdwijnen.

Na het eten wacht ons de verrassing van deze sjofele plek. Halali, waar we overnachten, heeft een verlichte waterpoel. Elke avond zouden er zwarte neushoorns te vinden zijn. “Ik neem een kussen mee hoor.” In het donker lopen we het kampeerterrein af naar de waterpoel. ’s Avonds wordt deze verlicht en kun je de dieren onopgemerkt observeren. We lopen de heuvel op en zoeken een plekje tussen de vele anderen. We zitten hier wel een tijdje dus leg ik het kussen onder mijn bips. Iedereen is muisstil. Alle ogen zijn gericht op het toneel; de drinkplaats. Het theaterstuk is al begonnen. Midden in het water staat een grote zwarte neushoorn. Hij snuift en snift geïrriteerd. Gromt gevaarlijk naar een andere neushoorn die een poging doet om wat te drinken. Zwarte neushoorns zijn territoriale dieren. Ze moeten het vooral niet in hun hoofd halen om iets te gaan drinken zolang hij daar met zijn dikke kont staat. Zodra een het probeert ontstaat er onenigheid. Lijnrecht staan ze tegenover elkaar. Met een hoorns gekruist. Rare hoge kreten klinken. Doffe klappen van de hoorns. Iedere zwarte neushoorn druipt uiteindelijk af zolang hij daar de dienst uitmaakt. Hyena’s lopen langs maar worden als een stuk vuil weggejaagd. Een vrouwtje met een jong waagt een kans. Ze wacht geduldig. Zodra Rhino, de bully, verdwijnt, drinkt ze snel voordat ze weggejaagd wordt door anderen. Haar kleintje drentelt er omheen. Plots verschijnen er een tiental olifanten. De matriarch voorop. Ze trompettert waarschuwend een luid commando. Binnen enkele tellen is de lange rij olifanten verandert in een geoliede verdedigingsmachine. De Romeinen uit Asterix en Obelix vallen hierbij in het niets. Beschermende moeders, tantes en zussen lopen aan de buitenkant. De ukkies in het midden. Het gedraagt zich als een geheel. Ze stappen rond de poel naar de beste of misschien wel de veiligste plek om te drinken. De neushoorns doen niets. Ze wachten enkel af. Tussen als die poten zijn de jonkies amper te ontdekken. Rustig en kalm slurpen ze het water op. De matriarch staat op wacht. Pas als de groep veilig verdwenen is in het struikgewas, drinkt zij. Dit is iets wat je normaal in films ziet. Maar, man o man, wat is dit mooi.


Daarna durven de hyena’s zich weer te vertonen. Lachend tuimelen ze over elkaar heen. Slobberen vluchtig het water op tot ze opgemerkt worden door de neushoorns en ze er lachend vandoor gaan. Zebra’s proberen voorzichtig bij het water te komen. Zodra een van de hyena’s ze in gaten heeft, wordt de aanval in gezet. Een supersnelle acceleratie bij beide diersoorten. De zebra’s nemen resoluut de benen. Na een uur of twee zijn we koud tot op het bot en gaan we terug naar onze tent. Twee avonden kunnen we van het schouwspel genieten. Twee totaal verschillende voorstellingen. We weten nu hoe een neushoorn klinkt, hoe ze elkaar begroeten in vriendschap, bevechten als rivalen en hoe ze elkaar het hof maken. Hyena’s slurpen en slobberen net als honden en lachen aanstekelijk. Zebra’s zijn bangeriken. Vrouwtjesolifanten opereren in een groep. Mannetjes alleen. ’s Nachts word ik wakker van geluiden; een donker gegrom. “Was dat een leeuw?” Ik kan het geluid niet meteen thuis brengen. In ieder geval dieren die rond het afgesloten kamp sluipen. Ik slaap gelukkig hoog en droog.

“Zullen we deze ook nog meepakken?” “Ja, je weet het maar nooit. Nu we hier toch zijn.” We slaan af en gaan over een smal paadje verder. Nog 2,5 kilometer voordat we bij de waterplaats zijn. Struiken en lage bomen langs het pad versperren het zicht op eventuele dieren. Dan komen we uit op een open stuk. Mijn mond valt van verbazing open. We stuiten we op een groep van zo’n 30 olifanten.

Eentje voelt zich door onze komst bedreigd en maakt zich groot. Het is een mannetje die zijn zinnen gezet heeft op een van de dames. Hij kan dus geen concurrentie tolereren. Op gepaste afstand zet John de auto stil. Het dier maakt aanstalten om op ons af te komen maar besluit dat hij de vrouwtjes interessanter vindt dan een wit ding. Een drietal olifanten drinken. De rest doen zich te goed aan de blaadjes van de struiken. Ademloos staren we. Giraffen maken een omtrekkende beweging door het struikgewas maar blijven op afstand. Hun lange nekken en koppen steken meters boven het groen uit. “Zouden ze ook komen drinken,” fluistert John. We wachten. We nemen de tijd. Sluitingstijd van het park is pas over een paar uur. Ondertussen heeft de stier zijn keuze gemaakt. Het desbetreffende vrouwtje ziet dat niet zo zitten en zet het op een lopen. Het mannetje rent, in zeer opgewonden staat, erachteraan. Even later zien we het vrouwtje ver voor hem uit lopen en staat hij beduusd te kijken waar ze is gebleven. Dan komt de olifantengroep in beweging. Ze begeven zich naar de drinkplaats. Allemaal nemen ze hun positie aan het water in. Slurpen het water op met hun slurf en laten het in hun bek lopen. Veel valt er naast. Of ze overgieten zichzelf met het zoete water. Op een afstandje staan drie olifanten op de uitkijk zodat de groep ongestoord kan drinken. Stil kijken we toe. Ongemerkt gaat de tijd voorbij.


“Mooi, hè,”fluister ik zachtjes. Zebra’s, wrattenzwijnen en een enkele gnoe. Allemaal komen ze hier drinken. Ieder op hun beurt. Zelfs een adelaar daalt neer op een steen en drinkt oplettend zijn water. De giraffen staan inmiddels achter de vijver opgesteld. Nog steeds op een afstandje houden ze het tafereel in de gaten. Ze zijn gestopt met eten. “Zouden ze komen?” We kijken op de klok. “Nog tijd zat. Al staan we hier nog een uur.” Een voor een druipen de olifanten af. Sommige treuzelen. Een kreupele laat op zich wachten maar vertrekt in eigen tempo ook. Ze verdwijnen tussen de struiken. Onvoorstelbaar zo groot en toch zo snel onzichtbaar. De waterplaats is leeg. Niets verraadt wat er net heeft plaatsgevonden.



Ons vermoeden komt uit. Behoedzaam komen de giraffen dichterbij. Ze houden alles in de gaten. Ook ons in de auto. Bij het minste of geringste staan ze stil. Pas als ze het zeker weten gaan ze door hun knieën en drinken. Eerst de een dan de volgende. Vier lange beesten die volgens de legendes met goden konden praten. Het is zo onbeschrijfelijk mooi. Elk moment verwacht ik de stem van David Attenborough die de documentaire komt afsluiten. Maar nee, dit hier is echt.










De gehele dag was al bijzonder. Dit stuk van het park Etosha, het westen, wordt minder vaak bezocht. Dieren voelen zich veilig en zijn vaker langs de weg te vinden. Grote groepen springbokken. Jakhalzen. Secretarisvogels. Hartenbeesten en wildebeesten. Zelfs een grote groep gieren bleven rustig zitten toen wij ze gade sloegen. En vele giraffen die we in het andere deel niet of nauwelijks gezien hebben, zien we hier regelmatig. Totale voldoening stroomt er door mijn lichaam. Wat een paar onwaarschijnlijk mooie dagen.
‘It seems to me that the natural world is the greatest source of excitement;
the greatest source of visual beauty;
the greatest source of intellectual interest.
It is the greatest source of so much in life that makes life worth living.’
– David Attenborough –

Prachtig jongens, wat hebben jullie dat mooi verwoord! Of we erbij waren! En dan die schitterende fotos, geweldig. Groetjes Riens en Ineke
Wat een prachtige ervaring. Je kan de rol van David zo overnemen.
Mooie foto’s ook
Helemaal eens met vorige reacties- prachtig avontuur en ook zo verwoord!
WT gaaf!! En wat lijkt het me bijzonder als wij hier volgend jaar ook mogen zijn .. om weer even stil van te worden ❤️
wat bijzonder en de foto,s
Prachtig
tante Nel
Het lijkt alsof jullie de wereld voor je zelf hadden. Waren jullie alleen? Ik vind het ook dapper van jullie. Die dieren zijn niet voor niets voorzichtig. Dat verhoogd waarschijnlijk ook je ervaring. Het is prachtig