RHAPSODY

dit is afrika

op weg

De wegen zijn verraderlijk. Om de haverklap moeten we uitwijken voor een gapend gat in de weg. Om ze zoveel mogelijk te vermijden, volgen we al slingerend de auto’s voor ons. Zij kennen de weg op hun duimpje. Die gaten is niet het enige obstakel. Drempels zijn dat ook. Geen bord ter waarschuwing. De normaal gesproken opvallende witte strepen op de drempel zelf zijn door het gebruik weggesleten. De drempels zijn zo onzichtbaar tot het allerlaatste moment. We zitten beiden met onze kop tegen de voorruit als John nog kan remmen. Of met onze koppen tegen het plafond wanneer we te laat waren. Na een tijdje krijgen we het systeem in de gaten. Natuurlijk bij het begin van elk dorp is het vaste prik. Maar ook als er een paar hutjes aan weerszijden van de weg staan. Juist dan is het oppassen geblazen. “This is Afrika,” zoals ze hier zeggen.

De brede weg is een doorgaande route door uitgestrekte landschappen. Gekleurde huizen versieren als sierkraaltjes de gedrapeerde grasmat. Winkelstalletjes staan gevaarlijk dicht langs de kant van de weg. Van alles is te koop. Van Bananen naar houtskool. Via ananassen, koeienhuiden, nieuwe velgen, houten schalen naar Zulu schilden. Regelmatig lopen mensen aan de zijkant van de drukke weg. Ze steken zelfs over. Soms houden ze een busje aan. Soms proberen ze mee te liften. Meestal op weg naar huis. Koeien grazen in het sappige gras van de bermen. Geiten vreten alles kaal. Ze trekken zich niets aan van overstekende auto’s op hun pad. Vooral de koeien. Zonder om te kijken steken ze pardoes de straat over. De snelheidslimiet is 80km per uur. We hebben inmiddels onze snelheid naar beneden aangepast. We komen er toch wel en veel rustgevender.

Ismangaliso Wetland Park

Onze eerst stop is in St Lucia. Het staat bekend om zijn nijlpaarden. Mijn favoriete dieren. Zodra we het dorp in rijden zien we de waarschuwingsborden. We lachen erom. “Ze maken het wel extra spannend,” en nemen het niet zo serieus. “We gaan die nijlpaarden heus wel zien maar niet hier op straat,” grappen we naar elkaar. ’s Avonds na het eten maken we een ommetje. Toch een beetje nieuwsgierig of de verhalen over de nijlpaarden kloppen. Een auto met oranje zwaailichten stopt vlak voor ons. De bestuurder steekt zijn hoofd uit het raam. “De nijlpaarden komen er aan.” De bestuurder is een parkwachter en houdt ons staande. “Jullie lopen op hun route. Steek hier over en houdt afstand.” “Wat, het zal toch niet?” Vlug lopen we naar de overkant.

Als ik de straat inkijk, zie ik drie logge beesten. Ze sjokken achterelkaar aan en brommen vervaarlijk naar elkaar. Drie nijlpaarden die midden op een dorpsstraat lopen. Ze zijn onderweg naar hun avondeten. Het verse gras van St Lucia-tuintjes. Ik kan mijn ogen niet geloven. Naar zeggen, de meest gevaarlijke dieren van Afrika lopen hier vlak voor mij langs. Als we de filmpjes terugkijken is het onrealistisch en net nep.

Een paar uur eerder tijdens een riviersafari hebben we ze gespot in hun natuurlijke habitat, in het Isimangaliso wetland park. In het water met een kop net boven het water uit. Dat was al zo onrealistisch maar deze drie hier slaat alles.

Hluhluwe-Imfolezi Nationaal Park

’s Ochtends om vier uur rijden we bij onze slaapplaats in St Lucia vandaan. We worden verwacht bij het Hluhluwe-Imfolezi nationaal Park voor onze safaritocht. Dit is het oudste park van Zuid Afrika. Hier is men gestart met het beschermen van de bedreigde neushoorns door hun hoorns preventief te verwijderen. Met groot resultaat. De populatie groeit weer. We stappen over in een grote open landrover. Onze gids is een pittige dame die er zin in heeft. Ze vertelt honderd uit en stopt bij alles wat beweegt. Zoals nu. Ze doet de motor zelfs uit. Wat voor ons afspeelt is niet te beschrijven. Een enorme kudde olifanten verplaatst zich van de ene zijde van de weg naar de andere. En wij zijn precies op tijd. In de gauwigheid tel ik er zo’n 50. De olifanten blijven maar komen. Even lijkt het of de laatste aan ons voorbij trekt. Dan naast ons, zien we opnieuw olifanten. Gestaag en met gelijke tred schuifelen ze de weg over.

Totdat eentje afslaat en pal voor ons komt staan. Het maakt zich groot. De oren staan zo wijd mogelijk uit. Dreigend doet het een stap naar voren. Verhit zwaait het met zijn slurf. Een tweede olifant neemt het over en is zo niet nog dreigender. “Is dit gevaarlijk? ” Onze gids is niet onder de indruk van het dier en blijft rustig staan. Ik kijk met open mond toe. Het is kijken met mijn hart. Achter deze twee blijft de stoet maar voortgaan. “Waar gaan ze naar toe. Wat is hun doel?’ vraag ik me verwonderd af. Dan tussen die hele rij loopt een kalfje. Echt een piep kleintje. Het huppelt, dreutelt en drentelt achter de familie aan. Het slurfje zwaait ongecontroleerd mee bij elke stap. De oortjes kwispelen vrolijk in de maat mee. Zodra deze in het struikgewas verdwijnt, draaien ook de beschermvrouwen zich om en sluiten in de rij aan. Nog vol van de indrukken van daarnet staan we even later op een uitkijkpunt. Een eigenzinnige stilte heerst over het weidse uitzicht op de heuvels. Onder ons meandert een rivier. Ik volg de loop. Het water is niet al te diep. Rotsen steken boven het water uit. De regentijd moet nog beginnen. In de verte zie ik een grote groep olifanten. Onze olifanten. Ze staan in het water en aan beide oevers en drinken van het zoete water. Dit is Afrika in haar puurste vorm.

Gedurende de gehele dag kijken we onze ogen uit. Er zijn zoveel dieren te zien. De beloofde ‘big 5′ zien we helaas niet. Wel cheeta’s die lui bij elkaar liggen in de schaduw van de boom. Ze gaan volledig op in de kleur van het verdorde lange gras. Het is zoeken met de verrekijker. Het is dat ze zo nu en dan bewegen om ze te kunnen waarnemen.

De komende drie nachten slapen we in het Hluhluwe – Imfolezi park. Zo hebben we tijd om zelf ook rond te rijden en stil te staan waar we maar willen. We overnachten in een rondaval. Een rond hutje dat lijkt op de hutten van de Zulu’s. De impala’s lopen door onze voortuin. ’s Ochtends worden we gewekt door bavianen die het terrein afstruinen voor achtergelaten voedsel. Het uitzicht vanuit het restaurant is grandioos. Elke dag is anders en elke dag zien we nieuwe dieren.

Het is voorjaar. Daardoor zijn er veel jonge dieren wat de beleving extra mooi maakt. Kleine wrattenzwijnen zijn echt aandoenlijk. Een zebraveulen wordt een zoekplaatje omdat het wegvalt in de zwarte strepen van moeder. Babyaapjes die stevig om het lichaam van zijn moeder zit geklemd. Jonge tienergiraffen die speels een gevecht oefenen. Vogels in vele kleuren en maten. Ik speur de omgeving af. “Door de struiken heen kijken,”zei onze gids. “Daar vind je de dieren.” Zo ontdekken we de secretarisvogel, parelhoenen en verscholen antilopen. De dieren komen zo dichtbij. Zelfs als we stilstaan naderen ze ons tot een paar meter afstand. Een neushoorn stond bijna op aaibare afstand. Mestkevers die rollend en tollend op een bal uitwerpselen de weg oversteken om een zo best mogelijk woonplek te vinden om een gezin te stichten, is ronduit fascinerend.

Elke dag vertrekken we vroeg. We bezoeken we vooral de waterplaatsen omdat de dieren zich daar meestal ophouden. En we krijgen gelijk. In kleine poeltjes rollen de wrattenzwijnen. In de grotere liggen neushoorns te relaxen. Vogels nemen het ervan. Ze zitten op de ruggen van de dieren om te badderen. Diep in hun oren en neusgaten om insecten te verwijderen. Buffels waden door de modder. Soms gaan we naar dezelfde plek omdat het zo mooi was. Meestal kiezen we een andere route voor andere vergezichten en nieuwe belevingen. En vooral op zoek naar de leeuwen en het luipaard. Twee dieren van de ‘big Five’ die we nog niet gespot hebben.

Op de laatste ochtend kiezen we voor de route die ons naar de uitgang leidt. We draaien met de auto een blinde hoek om. John trapt meteen op zijn rem. Voor ons staat een grote kudde buffels. Midden op de weg. Links is een grote modderpoel waar vele in liggen. Rechts staan de dieren die al een modderbad genomen hebben of nog willen nemen. De dieren kijken op, staan stil en kijken onze kant uit. Er zit weinig beweging in en al helemaal niet om aan de kant te gaan. Indrukwekkende koppen met nog indrukwekkendere hoorns kijken ons aan. Ze houden ons nauwlettend in de gaten. Ik hen ook. Ze willen weten wat voor vlees ze in de kuip hebben. Ik ook. We blijven staan. Vooral ook omdat we niet anders kunnen en genieten van de dieren. Ademloos kijken we toe.

Aan de andere kant komt een parkauto aan die vrijwel direct doorrijdt. De kudde beweegt. Ze staan op uit het modderbad en lopen behoedzaam onze richting uit. Inmiddels worden we omringd door die grote buffels. Een verkeerd woord en die hoorns zitten geprikt in de auto. Deze dieren zijn sterk en gevaarlijk weet ik uit documentaires. Nu staan ze net naast me met enkel een blikkenwandje tussen ons. John zet de auto iets verder aan de kant. De parkauto passeert. John rijdt vervolgens langzaam naar voren. Tenslotte staan we hier al een lange tijd. De dieren bewegen zich rustig en voegen zich naar de zijkant van de weg. Onrustig aanschouw ik het indrukkende tafereel. Het voelt alsof we deel uit maken van de kudde. Ze laten ons schadeloos gaan. Opgelucht haal ik adem.

We nemen de afslag naar links. De iets langere route. De meeste wegen zijn verhard. Sommige onverhard. De weg waar we op dit moment rijden is niet alleen onverhard maar ook flink uitgesleten en gaat steil omhoog. We hebben maar een klein autootje en deze weg had geen 4×4 waarschuwing op de routekaart. Soms lijkt het van onder af steiler dan het is en valt het uiteindelijk mee. Dus gaan we ervoor. John maakt vaart. We gaan goed. Nog zo’n 100m te gaan naar de top. Hier boven aan wordt de weg er niet beter op. John gast wat tie kan. Na een hoop kabaal van slippende banden staan we uiteindelijk stil. Vooruit lukt echt niet. De enige manier om hier weg te komen is achteruit. Met kloppend hart blijf ik strak naar voren kijken. Ik houd mijn ogen gericht op de weg die nu weer langer wordt. Vond ik net nog spannend tussen de buffels, nou, dit is ronduit eng. Waar het kan keert John de auto en nemen we een andere afslag richting de uitgang.

Met moeite nemen we afscheid van het ongerepte landschap vol dieren. Om ons heen is alles weer in rep en roer. Drempels, gaten, koeien, geiten ezels en vooral menselijke activiteiten. Welkom in Afrika.

Wilde katten

Onze laatste stop is bij een wilde katten opvangcentrum. Na een herstelperiode worden de dieren weer teruggezet in de natuur. De gids heeft veel informatie. Cheeta vrouwen kiezen hun partner uit en wijzen ze af bij ongeschiktheid. Ze leven solitair terwijl de mannetjes in groepjes leven. Bij sommige katachtigen mogen de hun territorium betreden. Bij de woestijn lynx absoluut niet. Die heeft ons al te grazen nog voordat we het hek door zijn. Bij de cheeta wel. Deze is oud en gewend geraakt aan menselijke contacten. Vrolijk stappen we achter het dier en gaan we op de foto. Ik ben me van geen gevaar bewust. Volledig vertrouwend op onze begeleider. Als we terug lopen zegt John: “Heb je ook de cheeta achter ons gezien?”

Er is iets aan het leven op safari waardoor je al je zorgen vergeet

en je voelt alsof je een halve fles champagne hebt leeggedronken

bruisend van oprechte dankbaarheid dat je leeft.”

Karin Blixen ( auteur Out of Africa)

 

5 gedachtes aan “dit is afrika

  1. Eline

    Imposant, indrukwekkend, vertederend en straight to my heart. Afrika is zo zo mooi! Gelukkig mogen we “binnenkort” weer

  2. Ina

    Wat een prachtige foto’s. Dieren in hun natuurlijke omgeving zo indrukwekkend. Van De bescherming van moederolifanten tot de starende buffels, het gevoel is niet te beschrijven, maar het is jou gelukt.
    …ze lopen gewoon met je mee…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *