RHAPSODY

de pas

“Kan ik met jullie meerijden?” Het is vroeg in de morgen. We zijn gestopt bij de receptie omdat ik voor de zekerheid, gedag wil zeggen. We gingen ervan uit dat het op dit uur nog dicht zou zijn. De sleutel van het huisje hebben we daarom op tafel achtergelaten. “Ik had jullie eerlijk gezegd nog niet zo vroeg verwacht.” Peter, de eigenaar van ons guesthouse, moet zijn auto ophalen in Oudtshoorn. Dat ligt op onze route. “Meerijden?” Ik kijk John aan. Die knikt. “Ik kan jullie gids zijn,”oppert Peter in de hoop dat we eerder geneigd zijn om ja te zeggen. Niet nodig onze keuze is al gemaakt. “Natuurlijk mag je mee.” Vandaag gaan we de Swartbergpas over richting Oudtshoorn. Ik voel kriebels in mijn buik. Ik heb er zin in. Tegelijkertijd voel ik me zenuwachtig. Volgens de beschrijving is de pas de absolute top onder de wegen.

Een dag eerder las ik, de schijterd in mij, vooral de uitdagingen van de meer dan 100 jaar oude pas. Deze is niet eenvoudig. Het is een onverharde weg, een steile weg en vooral een smalle weg. Nauwelijks ruimte om te passeren. Glad als het regent. Een 4×4 is niet noodzakelijk maar aan te bevelen. Of in ieder geval een auto met een hoge bodemplaat. Die hebben we niet dus namen we gisteren een andere route. Via een prachtige omweg reden we naar het mooie plaatsje Prins Albert. De pas bleef wel sudderen in mijn gedachte. Het moet een van de mooiste wegen ter wereld zijn. Een UNESCO-werelderfgoedlocatie. De gestapelde keermuren van ruim 130jaar geleden staan er nog steeds. De geologie is uniek. Laat ik deze kans liggen omdat ik zo’n schijterd ben?

Prins Albert is een heerlijke plaats. De omgeving met de bergen op de achtergrond en landerijen is schilderachtig mooi. Dat is terug te zien in the Art Gallery. Ik bewonder de mooie werken van de vele kunstenaars die hier neergestreken zijn. John houdt het eerder al voor gezien en wacht buiten op me. Daar vangt hij een gesprek op tussen willekeurige voorbijgangers. Terwijl ik nog uitgebreid naar de schilderijen met Swartberg beeltenissen kijk, luistert John het gesprek af. “It is amazing spectaculair.” “Yes, I did it with a normal car.” Je ziet het al aankomen, John wil nu die pas over. “Hij heeft het met gewone auto gedaan,” zegt hij direct als ik buiten kom. Hij kijkt me met een -jij-ook-altijd-blik- aan. “Het kan nog.” zeg ik stoer. “Dan doen we het morgen.”

Ons huis, even buiten Prins Albert, is een plaatje. Een authentiek Kaaps Nederlands ontwerp. Nou ja, de onze staat er net naast. De eigenaar heeft dit tijdens coronatijd opgeknapt en is gemaakt op de ouderwetse manier. Met eerlijke duurzame materialen uit de omgeving. Het interieur is zorgvuldig bij elkaar geraapt en komt uit loved-before-winkels. Simpel, functioneel, warm en gezellig. Ik vraag de eigenaar naar de pas. “Ken je de Michelinkaarten van vroeger? Die met die groene wegen?” In een flits ben ik terug in de tijd. Ik zit weer als kind op de achterbank in de auto van mijn ouders en blader door Het beste boek van de weg. Ik denk aan het gegoochel met die papieren kaarten naast John in Frankrijk. “Die groene wegen zijn de mooiste,” gaat hij verder. Hij kan het weten. Hij heeft de halve wereld gezien op zijn motor. Ik ben om.

Tegen zonsondergang maak ik een rondje om het huis. Het zachte zonlicht verkleurt het landschap per minuut. Ik wil het moois graag op camera vast leggen. Onze tijdelijke buurman is aan het braaien. Ik kan het niet laten en maak een praatje. Hij belooft om onze auto te keuren. Een uur later staat hij met een bordje eigen gedraaide en gebraden boerewors op onze veranda. “Geen enkel probleem hoor, jullie auto” lacht hij terwijl hij het bordje overhandigt.

Vandaag gaan we dus de Swartbergpas over. De eigenaar van het guesthouse stapt zonder aarzeling bij ons in de auto. Ik voel kriebels in mijn buik. Ik heb er zin. Peter, een van oorsprong Nederlandse reiziger, ratelt aan een stuk door over deze streek, de Grote Karoo. Hij kent de pas op zijn duimpje. Jaren geleden ging hij twee keer per week naar Oudtshoorn om zijn zoon naar school te brengen.

“John wil je even stoppen?” Ik zie op een rotswand bijna fluorescerend mos. “Sorry,” zeg ik tegen Peter, het wordt een lange rit.” Peter zit daar totaal niet mee. Hij geniet ook en is blij dat we niet meteen doorkachelen. De toon is gezet. Vanaf dat moment staan we regelmatig stil. Peter wijst ons op de mooiste plekken, op de bloemen, op de geuren. “Je moet uitstappen om het te beleven. Hoe weet je anders hoe het voelt, hoe het ruikt, hoe het klinkt.”

De weg wurmt zich letterlijk in allerlei bochten door de kloof heen. Het gesteente hier is uniek. Dunne lagen stenen steken loodrecht omhoog. Soms, dat is het bizarre, kronkelen de lagen in plooien omhoog en vervolgens naar beneden. Ik zie verbazingwekkende bogen en levendige kleuren op de kliffen. Ik ben zo onder de indruk dat ik John alsmaar laat stoppen. We hebben nog nooit zoiets gezien.

“Hier is de pas het mooist hoor,” roept Peter vanaf de achterbank. “Neem de tijd.” Voor me lijkt de weg te stoppen. Een muur aan kliffen blokkeert onze doorgang. Dat lijkt maar. Als we doorrijden, snijdt de pas door de magnifieke rotsformaties. Peter laat John stoppen bij het ‘amfitheater’. “Hier worden concerten gehouden en films vertoont.” Ik hoef geen moeite te doen om me voor te stellen hoe overweldigend dat moet zijn. Ik maak heel veel foto’s.

John en Peter staan piepklein op het plaatje. Overduidelijk hoe nietig klein wij als mens zijn. Onze plaats in deze miljoenen jaren oude aardbol is verwaarloosbaar. Na de kloof komt het stijgen.

Eerst langzaam en glooiend dan snel met haarspeldbochten. Bij de ‘Teeplek’, een uitzichtspunt, stappen we wederom uit de auto. We kunnen een klein stukje lopend afdalen. Het aanblik is wonderschoon. De pas is als een potloodstreep in het decor getekend. Uren zou ik hier kunnen blijven om het landschap me eigen te maken. Ik kijk en observeer zoveel mogelijk. De planten zijn nieuw voor me. Dik en vetachtig. Het gras stug en sterk. Alle planten hebben zich aangepast om in deze droge omgeving te overleven. Peter vertelt dat Swartberg zijn naam te danken heeft aan het zwart na brand. Een keer in de zoveel tijd staat de berg in vuur en vlam. Het brandt geheel af. Het gedoofde vuur laat alles kaal en zwart achter. Nu is het landschap groen met Elo’s en Proteas. Zoveel moois kun je niet bedenken.

Dat we een auto met een hoge bodemplaat nodig zouden hebben, klopt. In de scherpe steile bochten is de weg flink uitgesleten door regenval. De grote keien blijven echter liggen. Ik ben zo blij dat ik naast en niet aan het stuur zit. Ik had er als een berg tegenop gezien om de weg te vervolgen. John manoeuvreert er zoveel mogelijk om heen. Veel ruimte heeft hij niet. De weg is smal en daarnaast de afgrond. John rijdt zo langzaam mogelijk om de obstakels te vermijden of zo zacht mogelijk te raken. Toch kan hij niet voorkomen dat de onderkant van de auto geraakt wordt. Drie keer. Zonder ernstige schade want we blijven rijden. Passeren is haast onmogelijk. De bochten onoverzichtelijk. Gelukkig zijn we nog geen auto’s op dit vroege uur tegengekomen.

Op ‘Die Top’ staan we stil. Het is het hoogste punt. Aan beide kanten kijken we het dal in. De ene kant ongerept, onaangetast en puur. De andere kant, de kleine Karoo, is gecultiveerd en afgebakend. We merken dat het later wordt. Meerdere auto’s komen ons tegemoet. Al van ver zien we ze aankomen. We maken een pas op de plaats in nauwe inhammetjes totdat ze voorbij zijn. Een kleine antiloop steekt voor ons vlug de weg over. Zijn schutkleur laat hem vrijwel direct verdwijnen. Een volgende blijft staan en is absoluut niet bang. “Deze is speciaal voor de toeristen hier neergezet,” lacht peter. In Oudtshoorn nemen we afscheid van de markante figuur die Peter is.

We vervolgen onze weg. Grotten laten we rechts liggen. Hebben we al gezien. Grote struisvogelboerderijen laten we links en rechts liggen. Hebben we al eens bezocht. We stoppen bij een van de vele Farmstalls. Een boerderijwinkel met restaurantje. We smullen van een pizza uit de houtoven. We kijken verlekkerd naar de hoeveelheden fruit dat, helaas, in veel te grote dozen verkocht worden. Een paar appels en peren kopen is er niet bij. We rijden een volgende bergkam over en rijden nu een stuk van de welbekende tuinenroute. Landerijen zover we kunnen kijken. Ze maken plaats voor zilte binnenmeren. We kijken uit op een rivierdelta Knysna.

We stranden aan het eind van de middag aan het strand. Het is weliswaar allemaal mooi. Het maakt niet meer die intense indruk als de pas van vanmorgen.

De volgende dag zijn we fris en fruitig voor nieuwe belevenissen. We gaan de Wilderness in. Een natuur gebied. We lopen in de pas met velen anderen naar een waterval. Hier en daar maken we een uitstapje. We verlengen de route voor een extra uitzicht en wiebelende stapstenen. We zijn dan de enigen. De waterval is door de rond gesleten grote keien, indrukwekkend en een leuke zwemplek.

Vogels kwetteren en brommen onophoudelijk. Pas als we bijna terug zijn, zie ik het pronkstuk van dit woud. De Knysna turaco loerie. Het brommen hoorden we regelmatig maar nu zijn ze dichtbij. Het is zoeken totdat er een overvliegt en zijn prachtige rode vleugels boven mijn hoofd uitspreidt.

Aan het eind van de middag leveren we de auto in met iets meer butsen dan het al had. We liepen wat uit de pas omdat de auto al van het begin een afwijking naar links heeft. Johns aandacht verslapte en raakte daardoor een afzettingspaaltje. “Hi, how was your journey?” vraagt de autodealer. “It’s always great to make memories.” Hij maakt zich absoluut niet druk om de, waarschijnlijk, al afgeschreven, auto. Laten we zeggen; vergeet de krassen en onthoudt de herinneringen.

Sometimes the most scenic roads in life are the detours you didn’t mean to take.’

– Angela N. Blunt –

7 gedachtes aan “de pas

  1. Mieke Van Leeuwen

    Fantastisch geschreven. Wij reden de pas ook en ik voel me weer helemaal zitten in die auto. Machtige natuur daar.

  2. Letta

    Op jouw verjaardag, deze mooie blog. Overweldigende natuur.
    En dan ook nog eens “Oudtshoorn”, hoe dicht ben je dan bij Alphen aan den Rijn!

  3. Ina Verhorst

    Wow wat een prachtige route door deze mooie kloof en kleurrijk gesteente.Goed dat je hem gemaakt hebt.