RHAPSODY

bureaucratie ten top

“We hebben onze visas binnen,” juich ik wanneer ik zie dat we eindelijk een mail hebben ontvangen van Immigrassi. Mijn blijdschap slaat als een blad aan de boom om tijdens het lezen. De data klopt niet. Zowel onze geldigheidsdatum als de ondertekening van het document niet. Het is namelijk hetzelfde document als ons eerste. Dus op papier geen extra dagen. Nergens een nummer of een e-mailadres om het recht te zetten. Wel een chatfunctie maar die werkt niet. “Dat zal vast geen probleem zijn als we gaan uitklaren, toch?” besluit ik en sluit de computer af.


“Your visa is expired,” bromt de man in uniform. “Is er een probleem,” vraag ik zo onnozel mogelijk. Ik heb net onze nieuwe visa laten zien. “You were allowed till the 23th of May. You did not extend.” En dan begint het. Ik denk de man te kunnen overtuigen dat we alles gedaan hebben om onze visas te verlengen. Ik overleg het betalingsbewijs. De man knikt. Ik wijs hem op de datum van verzending van ons nieuwe visa. De man humt en is van goede wil. Hij neemt onze paspoorten en loopt naar zijn computer. “Ik zie jullie namen niet.” zegt hij nors. Hij kan ons niet terugvinden in het systeem. “Waar zijn jullie ingeklaard.” “In Sabang.” Hij schudt zijn hoofd. “Zouden ze in Sabang iets verkeerds hebben gedaan?” Hij kan echt niets vinden in zijn computer. Hij draagt ons op om onze applicatie op te zoeken. Danceme die met ons mee is, heeft exact hetzelfde probleem. Na wat pogingen lukt het ons om in te loggen en bij ons bestand te komen. “Je moet nog eens je paspoort en een jullie foto toevoegen.” oppert de man in uniform. Gelukkig kan dat ter plekke door foto’s van beiden te maken. Al die documenten zitten namelijk in de computer en die heb ik natuurlijk niet bij me. De immigratiebeambte is tevreden. Hij roept de volgende man op die het uitklaren voor ons verder gaat regelen. Omdat we maandag pas vertrekken, moeten we zondag terugkomen. We hoopten alles nu al te regelen omdat het hemelvaart weekend is en alles gesloten zou zijn. Maar nee. Deze man werkt ook op zondag. We druipen af en verkennen de stad Padang.

Thuis op de boot kijk ik of we een reactie hebben gekregen op onze nieuwe aanvraag. Wanneer ik de website open, zie ik dat vanaf morgen de regels veranderd zijn. We zouden volgens de nieuwe regelgeving voor een verlenging ons persoonlijk moeten melden bij een immigratiekantoor. Ze willen vingerafdrukken en een foto om frauderen tegen te gaan. Vanwege hemelvaart worden nieuwe aanvragen pas vanaf 2 juni behandeld. Ik maak me niet al te druk. “ Dat geldt vast niet voor ons en daarbij om uit te klaren gaan we toch al naar een immigratiekantoor. Vast geen probleem.” zeg ik tegen John.

Zaterdag genieten we van de omgeving van onze ankerplaats. We lopen langs rijstvelden naar een enorme waterval. Een trekpleister voor jongeren. Als ik de tickets betaald heb, zegt de jonge man dat ik voorzichtig moet zijn. Mmm, dat had hij beter voordat hij de tickets kunnen zeggen. Het is een leuke klim en veel klauterwerk. Boven is het een drukte van belang. Dat konden we al wel weten want de parkeerplaats voor scooters stond overvol. Het is onvoorstelbaar hoe vriendelijk en respectvol deze jongeren zijn voor, in hun ogen duidelijk een oudere dame. Eentje wilde me wel bij de hand nemen om weer veilig beneden te komen wanneer hij denkt dat ik daar alleen ben.

Zondag is het hek van het parkeerterrein gesloten. Het terrein is verlaten. Geen bewakers die controleren of we wel netjes genoeg gekleed zijn. Ik in een lange rok en bedekte schouders. De mannen in een lange broek en net shirt. De deur is open. We stappen een donker gebouw binnen. Niemand. We volgen opnieuw de geel-rode route naar boven op zoek naar onze afspraak. Niemand. Dan horen we beneden een geluid. Onze beambte. “Er is een probleem,” zegt hij. “Jullie visa is verlopen. Ik kan jullie niet uitklaren.” Danceme had om deze afspraak door te laten gaan de man om de tuin geleid door iets te sturen waaruit leek of onze visa wel nog geldig was. Het helpt ons natuurlijk niet. De man vertrouwt het systeem, is afhankelijk van het systeem en werkt volgens de regels van het systeem in zijn computer. Het feit dat we het land verlaten maakt niets uit. “Ja het kan wel maar dan moeten jullie een boete betalen van 1 miljoen rupiah.” verklaart hij. Snel reken ik het bedrag om naar euro’s. “Dat is 60 euro per persoon per dag!” roep ik verschrikt uit. Dat gaan we niet natuurlijk niet doen. We zijn schijnbaar al 10 dagen illegaal in Indonesië. Zonder betalen en toch uitklaren, is voor hem ondenkbaar want dan klopt zijn administratie niet en heeft hij een probleem. Zonder gedane zaken vertrekken we met een nieuwe afspraak voor maandag. Gelukkig is de stad Padang wederom interessant genoeg. “We vertrekken wel zonder uitklaren.” bromt John wanneer ik terug op de boot ben.

Maandag zijn we de hele dag druk. De nieuwe regels gelden ook voor ons. De geüniformde man kan ons niet helpen. De immigratiediensten werken zelfstandig en delen geen informatie. We nemen contact op met de immigratie in Sabang. Ook zij kunnen ons niet terug vinden in het systeem. We begrijpen er helemaal niets van. Totdat een dame ook van immigratie vraagt welk Indonesisch adres we gebruikt hebben bij de eerste aanvraag. We zijn er er uit. De aardige medewerkers in Sabang hebben niets nagelaten te doen. We zijn het blijkbaar zelf geweest en natuurlijk die verdraaide nieuwe regels. “Eh een adres in Lombok,” antwoord ik haar. “Dan moeten jullie naar Lombok.” “Naar Lombok?” schreeuw ik uit. Dat zal toch niet waar zijn. Dat betekent dat we met het vliegtuig naar Bali en dan met de boot naar Lombok moeten reizen. Of met onze eigen boot. Het adres op de aanvraag bepaalt namelijk welk immigratiekantoor je visa geldig maakt na aankomst. Dat is dus de marina op Lombok. John die thuis op de boot is gebleven, schrijft me dat we wel vertrekken zonder uitklaren. Dat zie ik absoluut niet zitten. Het moet anders te regelen zijn. Tenslotte hebben we ruim voor de ingangsdatum van de nieuwe regels onze visa aangevraagd. Het is zeker onze fout niet. En we willen het land verlaten en niet langer blijven. Ik vraag nog eens of we niet hier op dit immigratiekantoor de vingerafdrukken en een foto kunnen maken. De man in uniform schudt zijn hoofd ferm. Hij kan niets voor ons doen. Bureaucratie ten top. De dame met haar eerdere geweldige inbreng vindt een Whatsapp nummer van de immigratie dienst in Lombok. Zo kom ik al snel dichterbij een oplossing terwijl Danceme met hun agent op Bali in gesprek is, stuur ik een bericht naar Lombok. De mensen van Lombok reageren snel. “Stuur alle gegevens maar op.” Niet veel later krijg ik een berichtje: “Ja, jullie staan bij ons geregistreerd. Geef ons even de tijd” Ik was voor de zekerheid druk met een agent voor Indonesië maar die kan ik met een gerust hart afzeggen. Nog diezelfde middag ontvangen we onze nieuwe visas. Wat een opluchting. De roerige stad Padang vult de rest van onze middag.


Dinsdagochtend gaan we naar de versmarkt. We gaan ervan uit dat we nu snel weg kunnen. Danceme heeft nog geen positief bericht uit Bali ontvangen en wachten nog even af. We lopen de 3km naar de markt voor verse kolen en andere groente. Enorme snackwinkel liggen op de route. Ze verkopen van allerlei lekkernijen. Bananenchips, pindaknabbels, pindakoekjes, koekjes in alle smaken. We kiezen allebei de lekkerste, denken we. Met deze versnaperingen komen we onze volgende passage op de oceaan wel door. Op de terugweg is de verse kokosmakronenkraam open. We moeten even wachten voordat ze klaar zijn. Dat doen we graag want we hebben ze eerder al geproefd. De eigenaren vinden het geweldig dat we op hun bankje zitten, Het trekt nieuwsgierige nieuwe kopers. Die middag ontvangt ook Danceme hun waardevolle visas uit Bali.


Woensdag, precies 1 week later zijn we weer bij het immigratie kantoor om uit te klaren.
We hebben een afspraak om 10 uur met de immigratieofficier. We zijn nu niet met 2 maar met 3 boten. De Franse boot Kalim gaat ook uitklaren. De geel-rode route hoeven we niet meer te volgen. We weten blind onze weg te vinden naar het kantoortje op de eerste verdieping. De man van het strakke uniform schrikt als hij ons ziet. Vast bang dat we weer uren blijven zitten op zijn kantoor. Hij is oprecht blij en opgelucht wanneer hij verneemt dat wij onze visa hebben. Hij lijkt zelfs wat verbaasd dat het ons gelukt is. De dame die ons gaat helpen is op de eerste verdieping. Wij dus ook maar we zien haar nergens. Ik ontvang een appje. “Ik ben er,” schrijft ze. Wij ook, tik ik snel. Ik maak een foto van het kantoor waar we zitten en stuur het mee.

“First floor? dat is beneden,” zegt John die weer mee is. Liesbeth neemt een kijkje maar vind niemand. Uiteindelijk komt Enisa, zo heet ze, binnenlopen. Ze begroet ons, neemt onze paspoorten in en verdwijnt weer. Wij blijven verdwaast achter. We maken een alleraardigst praatje met de eerdere zo strenge man in strak uniform, over zeilen en over hoe het mogelijk is om op zee te leven. Enisa is nu toch al een uur weg. We krijgen water aangeboden. “Hoe lang kan zoiets duren?” Ik maak maar weer een rondje toilet en loop naar beneden. Ik zie ook niemand. Het loopt nu tegen 12 uur. Lunchtijd weten we uit ervaring en zullen we uit het kantoor worden gezet. “Als we pech hebben, neemt ze eerst nog een lunchpauze.” Even over 12 stapt ze binnen. Trots op haar eigen resultaat overhandigt ze onze paspoorten en drie vrijwel dezelfde documenten. “Hoe lang kun je doen over een A-4tje!” roept John verontwaardigd. Alle summiere gegevens kloppen. We kunnen eindelijk gaan. Na een bliksembezoek aan de supermarkt, de markt en een snelle lunch sprinten we naar de douane.

Rond half drie zijn we eindelijk daar. Een man stapt uit het wachthuisje en vraagt zich af wat we hier komen doen. Het klinkt niet positief. Het gebouw ziet er verlaten uit. Ik zie pilaren met scheuren, loshangende plafonddelen en afbrokkelende traptreden. Verkeerd gebouw. Het juiste adres wordt gedeeld met onze chauffeur en hup we gaan de stad weer in. Op deze manier zien we natuurlijk wel weer van alles. Ook bij dit douane gebouw worden we door de beveiliging tegengehouden. Maar we zijn bij het juiste adres. We nemen plaats in de wachtruimte. Allerlei documenten gaan van hand naar hand. “Oké, morgen komen we naar jullie boot om deze te inspecteren.” John wil nog tegensputteren door te zeggen dat we heel vroeg willen vertrekken. Hans van Danceme is sneller en geeft al aan dat het geen probleem is. “We kunnen jullie roeiend naar onze boten brengen.” Hij krijgt een WhatsApp nummer en daarop laten ze weten dat ze bij de beachclub van Yangi zijn. “Soms blijven ze op de kant als ze de boten zien en krijg je de papieren zo,” zegt Yangi wanneer we terug zijn. Dat stemt ons hoopvol.

Op donderdag roeien we naar de kant. We zitten heerlijk aan onze ijsthee wanneer vier mannen van de douane naar binnen stappen. Ze kijken naar onze boten in de verte. We hopen dat ze niet naar de boot willen nu wij hier al op de kant zijn en de zee best woelig is. “Welke is van jullie.” Ik wijs de onze aan. “We willen aan boord.” Ik waarschuw ze dat de schoenen uit moeten en hun broek omhoog vanwege het golvende zeewater. Het deert ze niet en ze zetten door. Hun glimmende zwarte schoenen gaan uit. De nette broeken worden, zo hoog mogelijk, opgestroopt. Met elkaar helpen we Mark van Kalim zijn houten roeiboot het water in. Alle vier de mannen kunnen met hem mee. Mark gebaart ze één voor één waar ze moeten gaan zitten. De eerste man is zo zwaar dat de boot direct de grond raakt en vast zit. We duwen bij de volgende golf de boot verder de zee in. Zout water klots over de boeg naar binnen. De volgende twee kunnen instappen. Na nog een golf afwachten kan ook de laatste vrij droog instappen. Wij peddelen erachteraan naar Rhapsody. De mannen maken verschillende foto’s van haar. Aan boord komen, willen ze uiteindelijk niet. We moeten allemaal naar Kalim, een grote Catamaran.

De lijst van het bootregistratiesysteem wordt nauwkeurig nagelopen. Ze willen foto’s hebben van mijn naaimachine, de AISapparatuur en de SSBradio. Bewijs dat we de spullen niet doorverkocht hebben. Na een goed uur houden de mannen het voor gezien. Nu is het afwachten op de formulieren. We kunnen die ophalen vlakbij de havenmeester waar we toch naartoe moeten. We hoeven gelukkig niet weer helemaal de stad in. Pas tegen enen komt het verlossende woord; alles ligt klaar. Om de chaos compleet te maken, lopen we, bij aankomst, het kleine douanekantoortje (ergens anders dan de dag ervoor) binnen en worden meteen weer naar buiten gebonjourd. Buiten op een muurtje ondertekenen we het voor hen belangrijke document. Uiteindelijk is er in de Seychellen nooit naar gevraagd.

Ik zit tegenover de havenmeester. Onze laatste stap van uitklaren. Ik laat ons groene boek zien. Hij bladert er doorheen en wijst naar een leeg vlak. “Quarantaine,” zegt hij. “Ja, ja in Sabang,” zeg ik. “Nee,” zegt hij, “je moet die van hier bezocht hebben.” “Maar we klaren uit.” probeer ik nog. De havenmeester is niet te vermurwen. Hij doet niets totdat er een stempel staat. We verlaten met hangende schouders het gebouw, stappen in de auto en gaan naar het Quarantainekantoor. Een prachtig geelgroen nieuw gebouw stappen we binnen. Drie groene boeken liggen op het bureau. “Who is the Captain van Kalim? En wie is de kapitein van Danceme?” Handen worden opgestoken Gelukkig weet hij genoeg en hoef ik niet uit te leggen dat de kapitein van Rhapsody op de boot is. John’s naam staat namelijk bij functie kapitein en niet de mijne. Er was geen plek in de auto voor alle zes bemanningsleden van de drie boten. “Is er iemand ziek?” Tegelijk zeggen we allemaal nee. Ook hier neemt de man zijn tijd. Wij wachten wel. Om moedeloos van te worden. Stempels worden uiteindelijk gezet en we kunnen weer op pad. “Hè, hè, het laatste,” zegt Mark van Kalim.“Zeg dat maar niet, je weet het hier nooit,”antwoord ik.

Over vijven stappen we bij de havenmeester het kantoor binnen. Ik overhandig het groene boek opnieuw. Hij is content met de stempel. Het vervolgproces kan beginnen. “Waar gaan jullie naar toe.” “Victoria, Seychelles.” “Waarheen?” De man heeft geen idee. De wereldkaart wordt getoond. “O, daarheen.” Hij noteert alles in zijn telefoon. Hopelijk kan hij dat direct uitprinten. Mijn hoop lijkt ijdel. Een collega met een minder imposant uniform moet onze bemanningslijst maken. Na een tijdje komt hij terug. Blij laat hij de formulieren zien. Op onze papieren klopt de bootnaam niet. Ook John’s naam is niet in orde. Bij Kalim klopt zijn bestemming niet. De hele riedel begint opnieuw. Als de man terugkomt, klopt onze bootnaam nog niet. Ik laat het maar zo. Niemand in de Seychellen die daar op let. Bij Kalim klopt het nog steeds niet. Hij besluit maar mee te lopen en zelfs bij de derde keer moet het over. Ondertussen tikt de klok door. Nadat de bemanningslijst in orde is, geeft de havenmeester mij een prachtig document waar het al die tijd om te doen was. “Het uitklaringsdocument.” denk ik. “Eindelijk.” Niets is minder waar. Het is de rekening voor het gebruik maken van het havengebied. We liggen helemaal niet in de haven maar in een baai ernaast. Ik stribbel tegen maar regels zijn regels. Een QR code moet ons naar de bank doorsluizen. Ik scan de code. Eerst is het beeld blanco. “Hij blijft leeg,” zeg ik. De havenmeester verblikt of verbloost niet. Betalen zullen we. “Contant dan?” Nee absoluut niet betalen met contant geld. Na een paar minuten word ik door gesluisd naar een ander scherm. Ik heb een naam en een code nodig om in te loggen. Dat heb ik natuurlijk niet. Het gaat namelijk om een Indonesische bankrekening. We vragen aan Yangi van de beachclub die ons de gehele dag al overal naar toe rijdt of hij kan helpen. Zijn betaling wordt, vreemd genoeg, niet vertrouwd. “Jullie kunnen bij een ATM een betaling doen,” oppert de havenmeester. Bij toeval is die nou net in de buurt. We ploppen in de auto en weg zijn we. Bij aankomst is de ATM verlichting uit. De deur van de geldmachine staat open. Drie mannen zijn druk in de weer. Stuk. Noodgedwongen moeten we terug rijden naar ons dorp.

De bank is nog open dus kunnen we aan de balie betalen. Yangi legt de situatie uit. De jonge bankier was net aan het opruimen om de bank te sluiten. Hij kijkt naar de papieren. “Maaf, tidak teller.” Sorry de bankmedewerker, de teller is al naar huis. Hij kan ons niet verder helpen. “Pin maar geld,” oppert Yangi. “Jullie moeten het maar contant betalen.” We hopen dat hij gelijk heeft en de het geld geaccepteerd wordt. De havenmeester is onverbiddelijk. “Geen contant geld hier op dit kantoor!” Onze laatstestrohalm is de andere medewerker. Hij heeft vast en zeker een Indonesische bankrekening. Als we hem wat extra betalen wil hij het geld wel overmaken. Tot overmaat van ramp heeft hij niet genoeg geld op zijn rekening staan. Het bedrag is amper 54 euro. Yangi heeft dat gelukkig wel en maakt het geld naar hem over. Daarna is het gauw geregeld. Blij komt hij met drie kopietjes van de bankafschriften als bewijs aanlopen. Hij wil dolgraag naar huis. Zijn werkdag is al lang voorbij. De uitklaringsformulieren worden eindelijk afgegeven. Rond 7 uur kunnen we naar huis.

Bij aankomst bij het beachcafé klotsen de golven woest over de kade heen. In de verte zie ik ons ankerlichtje verontrustend heen en weer zwaaien. De zee is wild en bijna onneembaar met een klein bootje terug naar de grote. John zit binnen in de buik van Rhapsody en is overgeleverd aan het spel van de golven. Hij heeft een geheel eigen avontuur meegemaakt tijdens mijn afwezigheid. Een onverwachte stormachtige bui van zee maakte van de baai een gevaarlijke lagerwal. Rhapsody ging aan de wandel richting het ondiepe water. Halsoverkop moest John het anker ophalen en een nieuwe plek vinden. De deining was zo erg dat John er zeeziek van werd. De schommelingen zo vreselijk dat de rijstkoker met inhoud al door de boot vloog. Alleen al het kijken naar het heen en weer zwiepen, verontrust me. Wat ben ik blij dat de auto vol was en John niet mee kon vandaag. Hij heeft de klus in zijn eentje geklaard en Rhapsody behoedt van stranden.

Op vrijdag worden in de Bungusbaai drie ankers gelicht. De baai met het gezellige beachrestaurant van Yangi. De baai met vissers die dagelijks op traditionele wijze hun vis vangen. De baai met de lieve gekookte pinda’s verkoper. De baai met rijstvelden om de hoek. De baai voor onze laatste blik op Indonesië. Uit die baai varen drie boten weg. Tien dagen later na onze eerste poging om uit te klaren. De een na de ander vaart richting open zee. Witte zeilen tegen een blauwe lucht. Klaar om de beduchte Indische Oceaan te bedwingen. De klus is geklaard. De bureaucratie overwonnen.

‘Bureaucracy is the art of making the possible impossible’

-Javier Pascual Salcedo-

6 gedachtes aan “bureaucratie ten top

  1. Ina

    Wat een bureaucratie weer.
    En wat een geluk dat John idd op de boot moest blijven.
    Prachtige foto’s.

  2. Tante Nel

    Wat een toestand
    en dan nog proberen om kalm te blijven
    Het is jullie weer gelukt
    Top

    Lgr tante Nel

  3. Jolande

    Pffff wat n toestand en om dan maar steeds je geduld te moeten bewaren. Het is een tijdrovende klus geweest en goed opgeschreven om te snappen wat jullie een engelen geduld moeten hebben gehad. Maar eind goed al goed. John zag groen van ellende maar voorkwam daardoor een hoop narigheid die jullie wel bespaard is gebleven.