RHAPSODY

Bon Bini Bonaire

“Be careful, for in the rare occasion that the wind reverses to the southwest, the mooring area can become quite rough.” Dit kleine zinnetje heb ik gelezen in de cruising guide van de ABC’s. Het is een zeldzame situatie dus de kans dat het ons overkomt is klein. Ik heb me er dus niet al te druk over gemaakt. Nu wel. Nadat we ingeklaard zijn en de overwinning van Max hebben gezien in een overvol café in Kralendijk, komen we terug bij ons bijbootje. De eens zo rustige en beschutte dinghysteiger is nu een ruw klotsende watermassa geworden. Van wind is totaal geen sprake maar de golven komen vanaf Venezuela gestaag op ons af rollen. Totaal van de andere kant waardoor de ankerplek nu een onaangename lagerwal is geworden. Het lukt ons om in onze kleine dinghy redelijk droog de golven te trotseren en bij de boot aan te komen. Eenmaal aan boord is het onrustig. “Quite rough,” noemt de schrijver dat. Nou inderdaad. Rhapsody rolt flink heen en weer. De golven ketsen hard en luid tegen de kademuur. We zijn te laat om alle spullen op tijd op te ruimen en vast te zetten. Met een hoop kabaal valt onze thermoskan op de grond. Stuk. Na dit voorval hebben we alles weer zeevast opgeborgen. John blijft buiten. Binnen zijn is geen pretje. We moeten ons pas echt zorgen gaan maken als de vissers met hun boten naar open zee gaan. Na een paar uur is het kleine haventje leeg. “John, wat doen wij?” Ik tuur in het donker. In de verte zie ik boten behoorlijk op en neer gaan. Om ons heen liggen alle zeilboten gewoon nog aan de mooring. We besluiten het nog even aan te zien. Als het rollen niet erger wordt, proberen we tegen twaalven te gaan slapen. Halverwege nacht is de rust wedergekeerd. Een fijn welkom in Bonaire.

We kijken vanaf het mooringveld uit op een geel geschilderd gebouw. Dutch Bikes staat er met grote letters op geschilderd. Dat klinkt aantrekkelijk. Per fiets het eiland ontdekken. Lekker bewegen. Wind in je haren en de schone lucht van Bonaire inademen. We wachten op een dag met minder wind. De man van het verhuurbedrijf heeft 3 fietsen staan. Hij lacht ons nog net niet uit als wij zeker weten twee fietsen willen huren. “Het is vandaag echt warm, weetje,” zegt hij smalend. “Nu gaat het nog maar straks.” Ik weet nou niet of hij echt met ons begaan is of liever de wat duurdere scootertjes wil verhuren. We laten ons dus niet uit het veld slaan en huren de fietsen. Wij komen uit Nederland en weten ten slotte wat fietsen is. In onze tas zitten broodjes, liters water en snorkel spullen. Het eiland wordt omringd door koraal en bijna overal kunnen we snorkelen. En een verkoelende duik is natuurlijk erg aangenaam. We fietsen naar het oosten. Het meest vlakke gedeelte. We rijden Kralendijk uit en volgen de kust. Tijdens het fietsen worden de geheimen van de pijnlijke geschiedenis van het eiland onthuld. Slavernij. Die zoutbergen die we bij aankomst zagen, worden hier al decennia aangevuld en afgegraven. Slaven werkten hier hard in de snoeihete zon. Het zout was zo wit dat men blind kon worden. De kleine huisjes zijn slavenhuisjes waar een matras van amper 2 bij 2 in zou passen. Ik probeer een voorstelling te maken hoeveel mensen hier hebben gelegen. De ingang is net zo hoog als John lang is als hij zit.

De 4 gekleurde obelisken zijn in de kleuren van de Nederlandse vlag geschilderd. Een handelsschip wist precies bij welke kleur obelisk hij moest zijn zodat hij veilig kon ankeren. Nu wordt er nog steeds zout gewonnen maar dan machinaal. Het zet je weer met beide benen in het zand. Dat doen wij letterlijk want we stoppen bij een strandje om te snorkelen. Het water is doorzichtig schoon. Het zand wit. Er is weinig koraal. Wel een ‘fishwash’. Een papegaaivis laat zich schoonmaken door kleine visjes. Het is net die scène carwash uit de film Nemo. Het is fantastisch om te zien. We wilden snorkelen bij de zoutwinning maar de installatie wordt schoongemaakt en zou te gevaarlijk zijn. De grootste verassing zijn de flamingo’s. Flamingo’s is het handelsmerk van Bonaire. Zelfs in onze paspoort staat er een. Ze leven in het ondiepe zoute water dat prachtig roze gekleurd is. Ze staan ver weg. Een aantal roze stipjes zijn te onderscheiden. Maar soms moet je even achterom kijken. Als ik een foto maak van pelikanen, hoor ik iets achter me. En daar staat er een. Weliswaar niet mooi roze maar wel fantastisch dichtbij om zijn gedrag te observeren. Welkom in Bonaire.

En daar zit ik dan. Dik ingepakt in een te grote wetsuit. Onderaan mijn voeten zie ik blauwe zwemvliezen. Op mijn rug hangt een zuurstoffles. Als ik op wil staan, gaat dat lomp en ongecontroleerd. Ik val weer terug. Een Blue Footed Boobie is er niks bij. Henk controleert ondertussen of het vest goed vast zit, stopt lood in het vest, draait de zuurstof kraan open. Ik krijg aanwijzingen hoe ik mijn masker en het mondstuk vast moet houden tijdens mijn sprong in het diepe. Ik zit nu nog achterop de spiegel van de Bluenose. “Waarvoor doe ik dit ook al weer,” verzucht ik. Ik ben in tweestrijd. Het is zo veel makkelijker om gewoon te gaan snorkelen. Mijn laatste duik is van 7 jaar geleden. John heeft eerder die week met Henk een prachtige duik gemaakt. En nu mag ik op herhaling. “Niet twijfelen. Dit is mijn kans,” spreek ik mezelf moed in. Duiken is echt anders dan snorkelen. En uit je comfortzone stappen betekent vooruitgang. Joke van de Bluenose is vandaag mijn instructrice. Zij ligt al in het water. Ik haal diep adem, houdt alles vast, doe een stap naar voren en spring. Als ik boven kom, blijf ik comfortabel drijven. Joke wacht geduldig totdat ik naast haar aan het bijbootje hang. De eerste stap is gezet. Ik probeer weer controle te krijgen over mijn veel te snelle ademhaling. Anders is die fles al leeg voordat ik ooit bij de bodem aangekomen ben. En dan wordt het echt tijd om het vest leeg te laten lopen en de wereld onder water te gaan bekijken. Ik laat wat lucht uit het vest. Mijn eerste poging gaat best goed maar te snel waardoor ik niet op tijd ben om mijn oren te klaren. Dus weer naar boven. Klaren en opnieuw. De tweede gaat het beter en kan ik rustig om mijn knieën op de bodem zitten. “Haal adem. Haal zuurstof uit de fles,” denk herhaaldelijk. Door een soort niet te onderdrukken reflex heb ik de neiging om zo snel mogelijk naar boven te gaan. Ik kijk naar Joke. “Adem door. Mijn zuurstof zit in de fles.” Ze maakt zwembewegingen met haar vingers en hup daar gaan we. Ik laat zuurstof in het vest en zuurstof uit het vest. Op en neer ga door het water maar ik zweef! Ik beweeg me af en toe als een olifant in een porseleinkast. Ik controleer stelselmatig of alle slangen die aan het vest horen te zitten er nog zijn. Mijn armen zwaaiend om mij heen. Tot ik de tip krijg van Joke om mijn handen over elkaar te leggen en dat reduceert de overbodige armzwaaiingen aanzienlijk. Af en toe trekt Joke aan mijn been om te zorgen dat ik niet als een ballonnetje omhoog ga en ik tijd krijg om mijn vest weer te ontdoen van wat lucht zodat ik weer zak. En tussen al die neurotische handelingen door zie ik de wereld onder mij. Zelfs op 10 meter diepte is het water helder en zijn alle kleuren zichtbaar. Het koraal heeft allerlei vormen en de gevarieerdheid van vissen is groot. Een unieke stille wereld waarin alles lijkt te kloppen. Bonaires welkom onder water.

Kralendijk is een klein plaatsjes waar de bevolkingsaantal behoorlijk groeit als er een Cruiseschip afmeert. Laat staan als het er twee zijn. Per schip worden er zo’n 3 duizend mensen op het eiland afgezet . En dan lijkt er een kwartje in de vertiermachines geworpen te zijn. Alles gaat dan draaien. Alle winkels zijn open. De duikboot, catamaran en allerlei zeilboten gaan varen.. Het is net zo’n automaat met aapjes die allemaal in beweging komen wanneer er een muntje in de gleuf geworpen is. Op het plein staan kraampjes met allerlei waar uit Bonaire. Zelfs het delfsblauw met Holland erop ontbreekt niet. Opgeleukt met een gouden Bonaire sticker.

Het water om ons heen is prachtig blauw gekleurd. Wij hebben geen zwembad. Nee, wij liggen er midden in. En om ons te vermaken zitten er tropische vissen in. Elke dag springen we overboord en zien steeds iets anders. Vissen die hun eieren met hand en tand bewaken. Een eagleray is wel het mooiste met zijn vliegbewegingen door het water. Hele grote vissen zwemmen voorbij maar meestal klein. Nieuwsgierig of zelfs brutaal genoeg om  brood uit Johns handen te pakken. De Albert Hein is een verademing. Tegen elke prijs is alles te koop. Zelfs boerenkool met unoxworst. En ja ook hier wordt het Sintfeest uitgebreid gevierd mat pepernoten, gevulde speculaas en ander lekkers.

Bij Karels leggen we ons bootje aan. Kroketten halen we op de hoek. En een hoekje verder de kibbeling. Voor even wanen we dat we terug in Nederland zijn.

Op een A4tje bij de AH worden ze aangekondigd. De Edwin Evers Band. Zij treden op in de Coco beach club. Een trendy beachbar. Met verschillende Nederlandse boten gaan we er naar toe. Het wordt een heerlijk Hollands zomerspektakel. Lekker dansen. Als we aan het eind van de avond terug bij de marina zijn is het hek dicht. En op slot. Onze dinghys liggen keurig netjes op ons te wachten. Over een lager gelegen muurtje klimmen Henk en John over het hek nadat eerst de route aan de andere kant geïnspecteerd is. Want eenmaal erover moeten zo over een loopplank en om een hekje heen lopen naar de steiger waar de bootjes liggen. Joke en ik besluiten te lopen en later opgepikt te worden van de kade. Als we net op weg zijn, worden we terug geroepen. Henk heeft namelijk het return-the-key-kastje gevonden. Hij heeft het kastje alleen ietsjes moeten helpen om de sleutel aan hem terug te geven. Niet lang daarna pruttelen drie motortjes de marina uit.

Geconcentreerd tuur ik naar het asfalt voor me. Ik zie gaten, scheuren en een wiel die ze netjes en snel ontwijkt. Ik zit bij John achter achterop de scooter. De snelheid waarbij de wereld langs mij heen trekt is veel hoger dan ik sinds lange tijd gewend ben. Het duurt dan ook even voordat ik relaxed om me heen kan kijken en keurig mee beweeg in de bochten. De route is naar het westen. Dat betekent heuvel op en heuvel af.

Wijs geworden door onze fietstocht die echt wel te doen was, nemen we nu een scooter. De kleding van de toeristen zijn eenzijdig. Zwarte strak zittende kleding met bijpassende flapschoenen en een te grote bril met een zware rugzak; duikers. We struikelen er bijna over. Om de paar honderd meter is er een duikplek te vinden. Gelukkig allemaal aangegeven met prachtige gele stenen en een uniek verkeersbord. Het verhuurbedrijf heeft ons nadrukkelijk gezegd om op de verharde wegen te blijven. Maar ja, het asfalt houdt plots op dus we kunnen niet anders dan doorrijden. En deze weg is behoorlijk verhard vinden wij. We stuiteren namelijk genoeg op en neer om de harde ondergrond te voelen. We rijden nu aan de ruige noordelijke kant van het eiland. Het is er droog en dor. Het is het land van de mini draakjes in een cactusbos. Telkens schieten gekko’s vlak voor ons weg het struikgewas in. En van ezels. Ze zijn ooit aan hun lot overgelaten omdat men ze niet meer nodig had. In de verte zien we de vormen van een cruiseschip. Het torent hoog boven de bestaande gebouwen uit. Nog even en we zijn uit het verboden rijgebied. Bij de benzinepomp doen we ons best om zoveel mogelijk bewijsmateriaal te verwijderen. Het zwart gepoetst exemplaar aan het begin van de ochtend krijgt daarmee een beetje glans terug.Net genoeg om hem met een gerust hart in te kunnen leveren.

Difficult roads often lead to beautiful destinations

2 gedachtes aan “Bon Bini Bonaire

  1. Lientje!

    Wat een andere kleuren weer.

    En superroof dat je elke dag de kans krijgt om je grens(zen) te verleggen.
    Dus YOUPIE; je hebt weer gedoken.
    Straks wordt jij ook een dolfijntje haha

    ” …als je op de gebaande paden blijft, loop je de kans op de mooiste ontmoetingen mis” (Eline van der Vis 10-12-2017)