“Boink!” een plotselinge doffe dreun in het holst van de nacht. Meteen ben ik wakker en heb een beeld van de situatie. “John, we zitten ergens tegen aan.” John schiet zijn bed uit. Ik werp een vlugge blik door het kooiraampje. Een houten vissersboot is wel heel dichtbij. Te dichtbij. Nog een dreun. Haastig zoeken we onze kledingstukken en trekken ze razendsnel aan. Motor gaat aan en hup we staan buiten. We hebben al een nacht rustig op het rivierwater van Soure gelegen. Nu gaat het mis. Een houten vissersbootje heeft ons geraakt of wij hen. “Instrumenten aan.” Meteen druk ik op de schakelaar op het paneel. “Wij liggen nog op dezelfde plek,” roept John nadat hij op de plotter gekeken heeft. Het is donker op die vissersboot. Rustig vaart John bij het vaartuig vandaan. John kan niet voorkomen dat onze zonnepaneel hun boeg raakt. “Geen Schade,” roep ik terwijl ik naar voren loop. Rhapsody is vrij en laat zich zachtjes met de stroming meevoeren. Inmiddels is het licht op het vissersbootje aangegaan. Twee mannen zitten op het voordek. Ik kijk naar hen en zij naar mij. Ons anker kunnen we niet ophalen. Het bootje van de vissers ligt in de weg. Ik roep wat over een anker en haal bedenkelijk mijn schouders op. Ze knikken bevestigend. Handmatig beginnen ze aan hun ketting te trekken. Ze hebben er moeite mee. Even denk ik dat ze ons ankerketting ook meenemen. Ik houd het nauwlettend in de gaten. Die ellende blijven we gelukkig bespaard. Rustig verdwijnt het bootje in het donker. We blijven nog even de wacht houden tot we er zeker van zijn dat we veilig en op onze plek blijven liggen. Motor en lichten gaan na een paar minuten uit. “De Kaap is weer Hollands.” We duiken vervolgens onze kooi nog maar even in.

Geluiden aan boord kunnen me gek maken. Soms vanwege de hoeveelheid van lawaai. Meestal klinken ze allemaal tegelijkertijd . Soms omdat ze plotseling uit het niets lijken te komen. Golven die tegen Rhapsody beuken. De wind die jakkert. De windmolen die alsmaar hoger zingt naarmate de wind toeneemt. Het geruis en gesis van het water. Een voorwerp dat ergens in de boot staat te tingelen of te bonken. Als ik dan naar het geluid op zoek ga, is het spontaan stil. Gekmakend want zodra ik ga liggen, hoor ik het opnieuw. Het gebrom van de motor. Tikkende vallen. Klapperende zeilen bij weinig wind. Geluid van een alarm bij ondieptes, andere vaartuigen en plotseling windveranderingen. Een piepende autoplot net wanneer ik op de wc zit omdat het uit koers geraakt is. Dat soort dingen houden me alert, uit mijn slaap en brengen me in opperste vorm van paraatheid.
Geluiden kunnen me ook in vervoering brengen zoals in Jacaré. Elke avond vanaf een bootje vlak voor zonsondergang speelt een saxofonist de Bolero. Het is echt een hype voor de Brazilianen. Al 30 jaar voert de man dit muziekstuk van Ravel uit. Vanaf de boot horen wij elke avond flarden van zijn muziekspel. Natuurlijk gaan wij ook naar hem kijken en staan we tussen rijen mensen. Ik weet niet wat er leuker was; de toegesnelde Brazilianen of de saxofonist in zijn bootje.


Geluiden kunnen daarnaast rustgevend zijn. Tijdens overtochten luister ik graag naar het kalmerende Ocean Sound om in slaap te vallen. Zachtjes kabbelend water is ook zo’n rustgever. De tocht van Jacaré naar Soure was wat geluid betreft een gemoedelijke overtocht. Mooie wind, vriendelijk golven en stralend weer. Dag en nacht rustig zoevend door het water.

Geluiden roepen vaak herinneringen op. Soms hoef je maar een paar tonen te horen om vergeten emoties weer te voelen alsof iets net gebeurd is. In luttele secondes ben je weer terug in de tijd met de beelden van de herinnering haarscherp voor ogen. Soms pijnlijk en verdrietig. Veel vaker geeft het plezier en een geluksgevoel. Soms zoek je die geluiden op. Soms overkomt het je op onverwachte momenten.

Na een tocht van 8 dagen zeilen Van Jacaré naar Soure zijn we moe. Het is drukkend warm. Snikheet. Deze verstikkende warmte zijn we niet meer gewend. Lui hangend lurken we aan fris koud water met een schijfje limoen. Onze ankerplek kijkt uit op een stukje mangrove bos. Felrode ibissen vallen extra op in het groen. Ik lig te dommelen. Mijn ogen vallen regelmatig dicht. Ik hoor geluiden op de achtergrond. Soure leer ik kennen door alle geluiden om ons heen. De bijbehorende beelden creëer ik zelf. Geluiden trekken voortdurend mijn aandacht. De vogel, Grietje Bie, is alom aanwezig. Gegil van varkens. Kortstondig. Ik probeer het te negeren. Dat lukt niet echt als het gegil blijft aanhouden. Ik kijk op. Op land liggen zwarte hopen. Die hopen zijn varkens. Twee mannen pakken een aan zijn poten vastgebonden varken middels een lange bamboe stok op. Gezamenlijk dragen ze het gillende dier op hun schouders de heuvel op. Daar staat een kar achter een brommer met andere hoopjes zwart. Het zijn er zo’n stuk of tien. Dan is het heerlijk stil totdat ik hoefgetrappel en enorme oerbrullen van koeien hoor. Onder luid protest worden buffels uitgeladen uit een vrachtboot. Een man port vanaf de buitenkant met een lange stok de dieren op. Het geloei gaat door merg en been. De beelden die ik visualiseer, vergeet ik liever. Boven ons klinken rauwe kreten van zwarte gieren. Een veerpont in de verte ploft en plopt van de ene oever naar de andere oever. Bootjes met knetterende knalpijpen scheren voorbij. Verkeersgeluiden vullen de verdere stille avond.
De volgende dag staan we vol goede moed op. Het is nog betrekkelijk koel. John kijkt onze automatische piloot na want deze heeft alweer kuren. Daarna we zijn te lui, te suf, te duf, te heet en te bezweet om maar iets te doen. Het is verzengend heet. De warmte ligt als een zwaar deken over ons heen. Vanaf de kant klinkt ’s middags een soort dj, gebrul van motoren en regelmatig knallen van vuurwerk. Normaal ben ik gek van nieuwsgierigheid en zou geen moment wachten om naar de kant te gaan. Het is zo gruwelijk heet dat we beiden te uitgeblust zijn om ook maar iets te verroeren. Ik creëer mijn eigen beelden bij het geluid. “Vast een motorwedstrijd.” ’s Avonds klinkt een ukelele gevolgd door trommels. Het deuntje klinkt leuk. Veel beter dan de dj-dreunen van afgelopen middag. Ik geniet vanaf de boot van de Braziliaanse klanken. Rond negenen is alles stil. Tot vijf uur in de morgen. Dan tuffen de eerste snelle lancha’s alweer voorbij.


Deze ochtend laten we ons niet beetnemen door de hitte van de zon. Nog voordat haar beklemmende warmte ons bereikt, hebben we ons bootje opgepompt. We denken dat we de geluiden van Soure wel een beetje kennen na anderhalve dag. Maar deze is nieuw. John ziet het geluid als eerste. Naast een peddelend bootje zwemt een paard. Proestend en briesend beweegt het dier zich door het water. We kijken elkaar aan: “Dit hebben we nog nooit gezien.” Nog even een koffie en theetje en we zijn er klaar voor.

“Een buffel.” roep John. “Waar,” zegt ik verschrikt. Even denk ik dat deze op de kant staat waar wij moeten uitstappen. Algauw zie ik dat het dier op een sokkel staat en nep is. Marajo, het eiland waar Soure op gebouwd is, staat bekend om zijn vele buffels. Nadat we aan land gekomen zijn, zien we we meteen de hoogtepunten van Soure. Op het naambord staan alle bezienswaardigheden afgebeeld. Rode en witte ibis, vele buffels, witte stranden en kunst van keramiek. De straten van Soure zijn rechttoe rechtaan. Verschillende vierkante stratenblokken vormen het plaatsje. Geluiden zijn overal. Uit uitlaten van brommers die crossen op de hoofdweg. Op elke straathoek klinkt een stem uit een megafoon. Fruitstalletjes met ananassen en bananen met roepende verkopers die graag iets verkopen. Kleine winkeltjes en vele kledingzaakjes met ieder hun eigen muziek. We schuifelen wat door de straten. We vinden een winkeltje, niet meer dan een toonbank en een koelkast, met echte buffelkaas. Voordat we het kopen krijgen we een flink stuk om te proeven. En om de smaak af te maken, dippen we het in een rode zoete puree. Heerlijk. We beloven op de terugweg een stuk te kopen. We lopen verder langs het water waar kleurige vissersboten wachten op hoog water om uit te kunnen varen. De plaatselijke markt is niet zo groot. Een halve ui en een rotte wortel liggen te wachten op een koper. Prullaria is uitgestald. Gieren vreten de restanten van vis op naast de vismarkt. We sjokken nog wat verder. Ik word aangetrokken door een bord; ceramica amazonia. We lopen de richting uit die de pijl op het bord aanwijst. In een klein pandje vinden we even later mooie vazen en potten van keramiek. De man legt mij uit waar elk voorwerp voor gebruikt wordt. De motieven zijn inheems en mystiek. De vlinder staat voor geluk en de pad voor moed. Gelukkig mag ik foto’s nemen. “Ada, kom vlug,” hoor ik John vanaf buiten roepen. Ik ben nog lang niet uitgekeken en twijfel over een aankoop maar ben nieuwsgierig wat John daar ziet. In de straat loopt een buffel die een bootje trekt. Hebben we uiteindelijk alles gezien in Soure. Behalve de politie die hier op buffels zouden rijden.





De derde nacht word ik wakker van een geluid. “Niet weer, hè.” Ik stap uit bed en loop aangekleed naar buiten. Twee aan elkaar geknoopte vissersboten drijven gevaarlijk dichtbij. “Bom dia,” roep ik om onze aanwezigheid kenbaar te maken. Er wordt gezwaaid. Ik zwaai terug. Een van de twee vaart weg. De ander is bezig met het anker en verdwijnt in het donker. Mijn ongerustheid is voor niets geweest. Luttele uren later word ik opnieuw gewekt door een geluid. De wekker. Tijd om op te staan. Bij het eerste licht varen we met het gebrom van de motor verder het Amazone gebied in.
Sound is more then just noise.
– Lou Reed –
Geluiden op je schip, soms gekmakend, soms geruststellend,. Het slaan van de zeilen tegen de mast bij windstilte, het tikken van iets wat je niet kunt vinden, maar ook het mooie zoeven door het water of gezellige omgevingsgeluiden. Zo herkenbaar dit. Leuk om te lezen. Fijne reis verder!!
Mooi beschreven thema ‘geluid’:
Ik vraag me af of ik niet constant wakker zou liggen met de alle geluiden en bootjes om me heen…