De dag is geleidelijk overgegaan in de nacht. Sterren knippen een voor een aan en twinkelen uitbundig. De gekartelde zwarte bergkammen steken, aan weerszijden van de boot, haarscherp af tegen het intens donkerblauw van de hemel. Opgelucht en trots motoren we de baai in. We hebben zojuist de kaap gerond. Niet zomaar een kaap maar de Kaap. Met hoofdletter. Het is namelijk Kaap de Goede Hoop. Punt. Niets meer aan toe te voegen.
De weergoden zijn ons de afgelopen dagen goed gezind geweest. Pittige wind van achter heeft ons snel langs ‘die mees suidlike’ kaap geloosd. De Angulhasstroom is inmiddels afgebogen naar het zuiden en is in kracht afgenomen. Vanaf Angulhaskaap varen we officieel op de ons vertrouwde Atlantische Oceaan. Dat is te merken. De nachten zijn kouder. Onze kleding dikker.

Urenlang zien we de volgende kaap dichterbij komen. Deining rolt onder ons door. Windgolven komen sissend voorbij. De hemel verkleurt zachtjes aan van helder blauw naar zachte pastelkleuren Bij het naderen van de beroemdste kaap van Afrika is de wind uiterst vriendelijk. Eenmaal er voorbij is de wind verdwenen. De zon ook. Wij lopen de steeds maar donker wordende baai binnen. In de luwte brommen we verder naar ons einddoel. Gekleurde lichtjes aan de overkant geven aan waar de zee ophoudt. We blijven op onze hoede. In de baai van Houtbaai kan het spoken. We zijn door anderen gewaarschuwd voor plotselinge acceleraties van de wind tussen de bergen. Soms tot wel 50 knopen. Nu niet. Wispelturig is ze wel. Soms komt ze van opzij. Soms pal van voren. Soms helemaal niets. Een tweede rif in ons nieuwe grootzeil kan alles opvangen. De keiharde wind blijft uit. Ik ruim binnen alvast op. De slingerkooi wordt weer een bank. De tijdelijke bergruimte is weer ons bed. We laten de motor het werk doen. Kleine stukjes op zeil varen, is meer werk dan het zin heeft. De haveningang is gemakkelijk te vinden. Rood en groene lichtjes markeren de havenhoofden. Ik hoef dit keer niemand op te roepen om toestemming te vragen om binnen te lopen. In alle rust strijken wij het grootzeil.
Alles is stil op dit uur. Houtbaai slaapt. De wind ook. Vrijwel geruisloos snijden we door het blakke water naar onze, al eerder toegewezen, ligplaats. Geconcentreerd sta ik met de lijnen klaar. Altijd weer een verrassing of ik van boord moet springen of dat ik de lijnen vanaf de boot om de bolders kan leggen. “Goodnight,” hoor ik zachtjes. Ik schrik op vanuit mijn gedachte. De nachtwaker heeft onze aankomst scherp opgemerkt. Hij staat klaar om de lijnen aan te pakken. “Welkom, welkom. De douches zijn daar.” zegt hij vrolijk. Ik bedank hem voor zijn vriendelijkheid. Douchen doen we morgen. Nu is tijd om onze mijlpaal en welverdiende overwinning op de Kaap de Goede Hoop te vieren. Ik pak blikjes bier uit de koelkast. “Ajeto.” klinkt het. Het bed moet nog even wachten.

’s Ochtends word ik wakker van een vreemd geroep. “Hop. Hop.” Ik kijk uit ons raampje. Een man loopt in het wilde weg te roepen langs de kade. Hij heeft namelijk niets bij zich dat hij verkoopt of zo. “De dorpsgek.” zegt John en draait zich om. Nu ik toch wakker ben, ga ik er maar uit. De marina van de jachtclub ligt in een vissershaven. Kleine kotters met een grote hoeveelheid kreeftenfuiken liggen afgemeerd. Grotere vissersschepen ronken langs de pier. Drie toeristenboten maken zich klaar om hun vele gasten te ontvangen van die dag. Gerammel van buizen. Kraampjes worden opgezet. Restaurantjes hebben hun vet aangezet. Geur van gefrituurd eten verdringt de geur van het rottende water. Het wordt inmiddels drukker. Drommen mensen verzamelen zich op de kade. Ze gaan zeerobben bekijken. Verbaasd zie ik dat ze na 45 minuten alweer terug zijn. “Hé John, moet je nou kijken. We hebben een nieuwe buurman.” Naast ons op de steiger ligt zo’n zeerob heerlijk te zonnen. Ik haast me om de camera te pakken. Niet nodig. Regelmatig komt hij ons vergezellen.

“Hop. Hop,” klinkt het als we op de kade lopen. Het wordt me duidelijk. Het is een lokroep. De man probeert zeerobben uit het water lokken. Een zakcentje hoopt hij ermee te verdienen. “I’m the sealwhisperer,” verklaart hij als hij ons ziet. “Fluisteraar?” Eerder de schreeuwer,” lacht John. De man laat zich niet van zijn stuk brengen en pakt een vis. Hij geeft dit aan de wachtende rob in het water. “Hij is tam,” zegt de man. Als hij geluk heeft, springt het wilde dier op de kant om te veranderen in een winstgevende attractie. Geld voor de man en leuke kiekjes voor vakantiegangers.

Houtbaai is fabelachtig mooi. Een lang strand verbindt de haven met het dorpje. Leuke restaurantjes en winkels zijn overal te vinden. Zelfs met Nederlandse zoete producten zoals speculaas en ontbijtkoek. Overal om ons heen zijn bergen. Ze kleuren rood in het avondrood van de zon. Iedere avond word ik betoverd door de vele kleurschakeringen.

Overdag drijven wolken mysterieus over de toppen als mistige watervallen. Zo nu en dan is het onheilspellend in de baai door dikke mist. Zeerobben cirkelen rond de boot. Kleine luchtbelletjes in het water verraden waar ze zijn gebleven. Soms bemachtigen ze een kop van de een tonijn van de vissers. Het is fascinerend om naar zijn gevecht te kijken. Onverschrokken probeert het dier stukken vlees eraf te slaan. Slimme meeuwen pikken vervolgens restjes vis uit het water. Een groep zeerobben heeft zich gevestigd op een waterkering in de haven. Tegen de avond lopen we naar het eind van onze steiger want dan gaan ze op jacht naar vis. Gevangen exemplaren worden met veel geweld op het water stuk geslagen in kleinere behapbare stukjes. Opnieuw zijn de meeuwen de lachende derde. ’s Nachts maken ze ons wakker door hun luide gebrul. Er zijn vaker nachten dat van slapen weinig komt. De waarschuwingen voor windacceleraties zijn niet voor niets geweest. Af en toe giert de wind knetterhard tussen de bergwanden door. Vallen tingelen hinderlijk tegen masten. Geklots tegen de kont. Harde windvlagen slaan Rhapsody om haar oren. Verweren kan ze zich niet. Vastgebonden aan de steiger rukt ze aan de vele lijnen die we aangebracht hebben. Wij schokken in bed. John probeert wat aan de lijnen te veranderen zodat het rukken minder wordt. Hij kan de volgende nacht opnieuw beginnen wanneer de wind van de andere kant komt.
Houtbaai is een mooi uitgangspunt om de omgeving te verkennen. Ze hebben hier een hop-on-hop-off bus rondrijden. In eerste instantie lijkt dat een mooie oplossing en goedkoper dan steeds een ritje met een taxi. De busstop is slechts 5 minuten lopen bij ons vandaan. Als we bij de stop zijn, zien we de vertrektijden. Pas om half 11 gaat de eerste en al rond vijf uur in de middag vertrekt hier de laatste. Dat betekent dat we maar zo’n kleine 4 uur te besteden hebben in de stad. We gaan op zoek naar een alternatief. De bus. Aan de overkant van de hop on is namelijk een gewone bushalte. Hier in Kaapstad is een fijnmazig busnet met gekleurde overzichtelijk buslijnen. Een app maakt het leven van een busreiziger heel erg gemakkelijk. Met alle routes in een overzicht en de routeplanner kunnen we overal heen waar we willen. En voor een tiende van een taxi ritje. We besluiten dit maar eerst eens uit te proberen. Bij de plaatselijk supermarkt kopen we een buskaart en waarderen deze met een paar rand op. Zo staan we, net als de bewoners van Houtbaai, ’s ochtends vroeg te wachten op de bus naar Kaapstad.
Niet alleen de bus is onze vervoersmiddel. Met een auto maken we een tocht door het prachtige achterland van Kaapstad. We rijden een stuk van de wijnroute naar Stellenbosch. Een oud universiteitenstadje. Oude eikenbomen in elke laan maken de toch al sfeervolle huizen nog romantischer.





We vervolgen onze weg via een strandroute naar Muizenberg. Een oud badplaatsje waar erg fotogenieke gekleurde strandhuisjes staan.



De tweede dag rijden we naar de Kaap. Via een schilderachtige weg met hoge kliffen en lange stranden rijden we naar het Nationale Park.

“Wat doen we nu?” We staan geparkeerd bij de parkingang. “Echt te zot zoveel geld.” We zitten een beetje te sippen in de huurauto. We weten niet zo goed waar we dan heen moeten. “Zullen we maar?” Met tegenzin betalen we het hoge entreegeld. Ik wil te graag naar het einde van de kaap rijden. Ik wil opnieuw bij het bord staan. Het bord heeft zoveel meer waarde gekregen.


Ik tuur in de eindeloze verte. Grenzeloos blauw tot aan de horizon. Kleine witte koppen in de verte. Geen schip te zien. Ik ben hier niet alleen. Natuurlijk niet. Mensen drommen om me heen. Snel een foto maken en weer door. John en ik nemen de tijd. Ik staar over het water. Het water dat al eeuwenlang hier voorbij stroomt. Het water dat talloze schepen heeft gedragen, geteisterd en vervoerd in stormen en windstiltes. Het water dat schepen liet stranden op de ongenadige rotsen. Het water van het grootste scheepskerkhof ter wereld. Ook nu dansen wilde golven onderaan de steile kliffen. Woest stuiten ze wit uiteen op de rotsen. Stormkaap was de eerste naam van de Kaap gegeven door de eerste Portugees die het rondde. Niet zonder reden. De weersomstandigheden kunnen hier behoorlijk slecht en gevaarlijk zijn. De wind stormt sommige dagen hard uit het oosten om plotseling uit het westen te komen. Wij kunnen het weten met ons getuur op weerapps. Toentertijd wisten ze pas welke wind ze hadden door ondervinding. Een Portugese koning heeft de kaap hernoemd in de hoopvolle overtuiging dat de zeeweg naar India gevonden was. Het water waar de legende van de Vliegende Hollander is ontstaan. Hij zwoer tijdens een storm dat hij hoe dan ook de kaap zou ronden. Zelfs als dit tot in eind der tijden zou duren.

Het is water waar wij een paar dagen geleden zeilden. Twee Hollanders die nu, naar oud zeemansgebruik, een vol getuigde driemaster op hun arm mogen tatoeëren. Kaap de Goede Hoop ligt achter ons. Voor oude zeevaarders de belangrijkste mijlpaal van de reis. Ik kan bijna het niet geloven dat we zover met ons eigen zeilbootje gekomen zijn. Zo onwerkelijk voelt het. Pas als we het aan anderen hier vertellen, wordt het werkelijkheid. “Jullie hebben hier gevaren?” Met opgetrokken wenkbrauwen en grote vraagtekens boven hun hoofden stellen ze vragen. “De gevaarlijkste Kaap met al die stormen?” “Ja,” lach ik alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Van binnen gloei ik van trots. John loopt de fraaie route terug naar de Punt waar de auto staat. Ik loop door zodat hij me aan de andere kant kan oppikken. Het is dringen maar het lukt me om een foto te maken van het beroemde bord; Kaap die Goeie Hoop.


Remember to celebrate milestones as you prepare for the road ahead.
– Nelson Mandela –

Ik gloei met trots voor jullie! En straal van binnenuit. Het is zo gaaf dat jullie deze Kaap in al haar wispelturigheid hebben gezien en ervaren en dat ze jullie welkom heet! En ik voel dankbaarheid als je dan ook zo vanaf het land weer naar de Kaap kijkt ❤️
Alle lof hoor: de Kaap gerond.
Het grappige is dat ik op de Shanty veel over de Kaap zing. Het feit dat het zoveel bezongen wordt in meerdere liederen, geeft aan dat het een heroïsch gebeuren is!