RHAPSODY

zoutkoorts

De eerste stappen op Cubaans grondgebied zijn gezet. Cienfuegos, de parel van het zuiden. De geuren van eerder krijgen bijval van de beelden om me heen. We zijn absoluut in een andere wereld beland. Het duizelt me een beetje. Fietstaxi’s, Lada’s, oude Chevrolets en zelfs paard met wagens passeren ons. “In welke tijd zijn we beland?” “Taxi, Taxi,”horen we om ons heen. “No, gracias.” Wij willen lopen. Met beide benen op de Cubaanse grond. Voelen met onze beide voeten. Met beide ogen deze wereld aanschouwen. Langzaam en in ons tempo.

Onze zoektocht naar zout maakt ons van een toerist naar een bewoner die pas in de stad is komen wonen en onwennig zijn weg zoekt. Wij gedragen ons als beide. We genieten van alle mooie panden en gaan elke winkel in waarvan we denken dat ze zout verkopen. De planoloog heeft goed nagedacht bij de opzet van de stad. Alles rechttoe rechtaan en genummerd zoals veel steden van Spaanse koloniale oorsprong. Een bakker zit bijvoorbeeld op calle 31 tussen Avenue 54 en 56. Als je een straat weet hoef je daarna alleen maar te tellen. Wij lopen Avenue 54 in. De “Bulevar”. Het is een gezellige drukke winkelstraat. Ventilatoren zijn vast in de aanbieding want regelmatig komt er een voorbij met zijn blije eigenaar. Met verbazing kijken we welke producten er in de supermarkt te koop zijn. Mayonaise, ketchup, pasta, olie, augurken?!, wc-papier. Er is zelfs een winkel met alleen maar zeepgerelateerde producten; van schuurmiddel naar shampoo. Alles is twee keer geprijst. De bovenste kleine getallen zijn cucs, de onderste, enorme bedragen, in cups.De cucsprijzen zijn vergelijkbaar met die van Nederland. In cups is het onbetaalbaar.  Onbetaalbaar voor de gewone man. Men krijgt van de staat een maandloon van 20 tot 40 cuc per maand. 1 cuc is ongeveer 85eurocent en 25 pesos nacionales, ook wel cups. Een voorbeeld: Een pot mayo kost de 2 à 3 cuc dat is gemiddeld 3 dagen werken. Het aanbod is niet zo divers maar als ze iets hebben dan hebben ze er heel veel van. Ik vind echter geen sal. En iemand kan mij vertellen waar ik dan wel zout kan verkrijgen als ik er naar vraag.

In een andere winkel staan mensen in de rij voor een toonbank. Nieuwsgierig kijk ik rond. Op de toonbanken staan traytjes met 30 eieren. We zien alle 30 eieren na aankoop verdwijnen in 1 groot plastic tasje. In het straat beeld zien we verschillende mensen lopen met tassen vol met al dan niet gebroken eieren. Rijen komen we overal tegen. Bij de bank, bij de bakker die de tijd aangeeft wanneer hij weer vers brood heeft, bij de straathandelaar die plastic tasjes te verkoopt waar het gekocht brood in gaat, bij de bus, bij de ijskraam. Wachten is heel gewoon. Als je iets wil hebben dan moet je daarvoor in de rij staan. Ongemerkt komen we op het stadsplein uit. Grote gebouwen sieren het plein.De school op de hoek komt net uit. De leerlingen lopen in uniformen met okergele korte rokjes en gladgestreken witte bloesjes geheel in stijl van het gebouw. We zakken neer op de traptreden van de kathedraal waar velen op hun telefoontje turen. Wij proberen het ook. Geen contact natuurlijk.  Al gauw worden we aangesproken. We worden aangezien voor toeristen. Ik geef ze geen ongelijk. Of we geld willen wisselen. Of we internet kaartjes willen kopen. Geld wisselen doen we niet. Internet ondanks dat we weten dat het veel duurder is en vooral vanwege de rij wachtenden bij het telecombedrijf, willen we wel. Na ruim twee weken is contact met Nederland bijna een eerste levensbehoefte. Dus hebben we drie kraskaartjes internet tijd gekocht. (Even tussen ons: voor 3 cuc dat is dus 3 werkdagen!) Het gaat langzaam en de eerste whatsappjes komen binnen. We lunchen in een paladar op de eerste verdieping en zitten op een smal balkonnetje met uitzicht op de Bulevar, schaamteloos mensen te bekijken. De menukaart belooft heel wat. We verheugen ons op verse patatjes maar helaas die hebben ze vandaag niet. “Zullen we stiekem het zoutvaatje legen,” oppert John. Onze zoektocht gaat vervolgens verder. “We zullen toch wel zout voor het brood vinden vandaag? Ergens?” Na een flink aantal winkels van binnen gezien te hebben, komen we tot de conclusie dat zout geen luxe product is zoals wcpapier, wasmiddel en shampoo dus niet te verkrijgen in supermercados. En het is vooralsnog niet te koop.  “Zouden ze dit van de overheid krijgen?” zeg ik hardop al nadenkend over dit raadsel. We moeten op zoek naar een winkel voor de gewone Cubaan. In dezelfde winkelstraat stuit ik op een chique modezaak. Dure stoffen glijden door mijn handen. Geen enkel jurkje is hetzelfde. De winkel met zijn hoge plafond, sierlijke pilaren, grote spiegels en een heuse catwalk in het midden zou niet misstaan in de PC Hoofdstraat. Prijzen liggen rond de 25cuc. Goedkoop?! Nee, het zijn 10maandsalarissen in cups. Wie kan dit hier betalen? Maar terug naar het zout. Niet gevonden dus. Morgen nog maar eens en dan verder het centrum uit. Het moet te vinden zijn toch?

De dag erna hebben we een missie. We willen brood, groente, eieren, pesos nacionales, bustickets naar Havana reserveren en natuurlijk dat verdraaide zout. Goed gemutst gaan we eerst naar het station. We hebben geluk. Er staat geen rij maar ja het kantoortje is dan ook dicht. Onze trippel daarnaar toe heeft dan geen tickets opgeleverd maar wel een wasserette.  “14 pesos,”zegt de dame als ik naar de prijs vraag. Ik kan mijn oren niet geloven. “Pesos nacionalis?” “Si, si.” John en ik kijken elkaar aan. No way, dat we de was met de hand gaan doen. Deze dame heeft er een vaste klant bij. Precies op tijd staan we in de rij voor vers gebakken brood. “Ultimo,” roep ik enthousiast. Eentje steekt zijn hand op.  Aha, die moet ik de gaten houden in de chaotische rij. Even later steek ook ik mijn hand op. We zijn niet meer de laatst wachtenden.

De markt is klein maar verrassend goed voorzien van groente en fruit. We vullen onze meegebrachte plastic tasjes met allerlei verse producten. De prijzen op de markt zijn niet zo geheel duidelijk. Of ik kan de verkopers niet zo goed verstaan. Ik ga voor het gemak voor het laatste en bedenk de volgende keer pen en papier mee te nemen. “Huevos?” “Si,” antwoord ik. Trots laat ik mijn meegebrachte eierendoos voor 6 eitjes zien. Ze kijkt naar het doosje en dan naar mij. Even is de marktkoopvrouw stil en dan roept ze: “Dos cuc.” Voor even heeft ze mij stil gekregen maar bedenk snel dat dit wel heel erg duur is. Ergens in een winkel op de toonbank heb ik 1,10 gezien. Dat is vast de cupsprijs. “Mas caro,”roep ik terug. Zacht wordt John op zijn arm getikt. “Patatas?”wordt er gefluisterd. We hebben nog dus zegt hij nee. Later wordt er weer geheimzinnig achter de toonbank een tas met prachtige verse aardappelen getoond. Er is iets geks met die aardappelen. Het restaurant had ze niet, hier verkopen ze het stiekem en later als we terug zijn bij de Marina ligt de winkel vol zakken met aardappelen. “Zou die alleen voor de toeristen zijn? Net zoals de kreeften en garnalen?” De Marianawinkel heeft trouwens ook geen zout. Als we de markt uit zijn zie ik een winkel, nee het is meer een voorraadruimte zonder opsmuk met een toonbank. En op die toonbank staan eieren. Ik probeer het hier. Maar zes eieren lukt niet. Wel kan ik alle 30 kopen voor 33 pesos nacionales. Omgerekend 1,35cuc!. 30 kapotte eieren in een zak is niet wat we willen dus laten we waar ze zijn. Voor nu.

Na twee dagen zit ik vol met vragen, verwondering, verbazing en vooral nieuwsgierigheid. Waar verkopen ze zout, wie koopt er in de cucwinkel, wat krijgen ze via de overheid, wat kan en mag je erbij verdienen. Na twee dagen zit ik ook vol met indrukken. Zoveel verschillende mensen, zoveel blije gezichten, zoveel mobieltjes en zoveel nog niet ontdekt. We blijven hier wel een tijdje. Dat is zeker. Oja en na twee dagen zitten we nog steeds met een lege zoutpot.

Everything will be alright at the end and if it’s not alright than, trust me, it’s not yet the end.

– Sonny Kapoor (manager Best exotic Marigot Hotel)-

PS Gelukkig hebben we goede buren. Van de Askari kregen we een gevuld zoutvaatje met een reisdoel

6 gedachtes aan “zoutkoorts

  1. Jacqueline

    Gezellig geschreven: ik zie de winkeltjes maar vooral de tasjes met eierstruif. Ommelette zullen ze vaak eten vermoed ik. En dat zout is zelf van je boot afschrapen en koken misschien de oplossing hahaha.

  2. Livingstone's

    We zijn als het ware weer terug in Cuba. Mooi man. Soms zijn de rijen onoverzichtelijk. Roep dan Ultimo en de laatste voor je steekt de hand op (je hoeft dan maar 1 oersoon in de gaten te houden). Als er dan weer Ultimo wordt geroepen ben jij aan de beurt om je hand op te steken

  3. Marti

    Leuk om virtueel mee te varen naar jullie bijzondere bestemmingen,die tot leven komen door je prettige schrijfstijl.
    En scheutje zeewater is toch een goede vervanging voor de zoutpot?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *