RHAPSODY

It’s a jungle out there…

Plons! Aarzelend zet ik mijn voet in het ondiepe water. Ik zie niet precies waar. Het is half 8 en donker. Plons! Ook mijn tweede voet raakt een onbekende bodem. Dit is de plaatselijke wasplaats van Pikien Santi. Vanmiddag werd alles wat schoongemaakt kan worden hier schoongemaakt. “Zand. Ik voel alleen zand tussen mijn tenen,” zeg ik opgelucht  tegen mezelf. John zet ook zijn voeten in het water. Samen tillen we het bijbootje verder de kant op. Twee korjalen liggen verlaten aan de waterkant. Ze wachten op morgen om door hun eigenaar meegenomen te worden. We zijn uitgenodigd om bij het oefenen van het trommelen te komen kijken. Gisteravond klonk het zware donkere meeslepende geluid ver over het water heen naar Rhapsody. Het dorpje is leeg en stil, op het zachtjes zingen na. In de houten huisjes hoor ik af toe gedempte stemmen. John loopt met onze zaklamp langs de centrale ontmoetingsruimte over een zandpaadje richting het geluid. Ik loop gedwee achter hem aan. Me bewust van elk mogelijk kronkelend gevaar. In de verte zien we een klein lichtje branden. Daar hebben we de zanger ontmoet. Het is verdacht stil. Geen meeslepende drummers. Toch lopen we verder tegen beter weten in. “Nee man, vanavond niet. Morgen misschien.”

John en ik zijn into the wilderness. Na 4 weken aan een mooring in Domburg willen we wel weer eens wat anders. We liggen er zo lang dat zelfs een vleermuis zijn intrek heeft genomen in onze rolfokhoes. Zo’n twee uur voor laag water bij Paramaribo gooien we los, zwaaien de Zanzibar uit en profiteren van twee knopen stroom. Precies bij kentering van het tij willen we bij de Commewijnerivier zijn zodat we met de vloedstroom die rivier op zullen gaan.Twee jaar geleden droomden we weg bij het lezen van een artikel over de Cotticarivier.Het idee hebben we hoog op ons wensenlijstje gezet. Stel je voor wij varend door de jungle.

Met de waterkaart van de MAS, een plantagekaart die de situatie in 1840 weergeeft, klamboe en een dozijn aan anti-muggenwierook gaan we op ontdekkingsreis in de jungle.

“Wat is dat nou weer,”zegt John verontwaardigd. Opgeschrikt kijk ik om me heen. “De dieptemeter geeft niks aan.” Nee hè. Net nu we bij de kardinaal zijn die de splitsing van de Surinamerivier en de Commewijnerivier aangeeft, doet dat ding niks meer. Juist hier hebben we hem hard nodig omdat het aan weerszijden ondiep is. Gelukkig staan er groene boeien die we aan bakboord houden. Suriname is wat tegendraads met zijn kardinale betonningstelsel. Namelijk precies andersom dan in de rest van de wereld. John doet de plotter aan en uit. Wonderwel geeft het ding weer diepte aan om vervolgens er mee te stoppen. Beide rivierwateren mengen zich met elkaar. Vermoedelijk is het zo troebel dat de dieptemeter er niks van kan maken. De eerste groene ton zijn we voorbij. Op naar de tweede. Eenmaal voorbij de rode boeien is het water kilometers lang diep genoeg.

De rivieroever wordt mijl na mijl meer overgenomen door mangrovebos. Na Frederiksdorp komen we vrijwel geen bebouwing meer tegen. Af en toe houten restanten van aanlegsteigers van voormalige plantages. Net voorbij de Matapikakreek bij Alliance willen we stoppen. We ankeren op de rivier. Beroepsscheepsvaart zullen we hier niet meer aantreffen doordat het winnen van bauxiet is stopgezet. Dankzij dat gegeven biedt de rivier veel opties in de keuze voor onze nachtelijke slaapplaatsen dan alleen de kreken. Zodra we stevig geankerd liggen, gaan we over op zelfverdediging: een anti-muggencordon. De klamboe wordt secuur bevestigd. Een gekleurde knijperreeks houdt het gaas potdicht en op zijn plek. En ter verfijning van onze aanpak gaat de wierook aan. Geen mug zal ons bereiken vanavond. Door geblokte ramen aanschouwen we de buitenwereld. De avondzon gaat overweldigend mooi onder. Als de zon achter de bomen verdwenen is, horen we een kakofonie aan geluiden. Sporadisch verstoord door een motortje van een bootje dat naar Alliance gaat.

De ochtend begint fris en vroeg. Tegen mijn gewoonte in sta ik direct op. Plots hoor ik een luide plons. Ik tuur naar de waterkant waar het geluid vandaan komt. Ik zie wild watergespartel. “Zou het een kaaiman zijn. Een otter misschien?”Mijn fantasie gaat met me aan de haal. Hoe lang ik ook kijk, ik zie verder niets meer. Later zie ik af en toe grote staartvinnen boven het wateroppervlak uitkomen. De stroom gaat vanmiddag pas weer meelopen. Dus we blijven hier om de Matapikakreek in te varen. We worden getrakteerd op een niet te stelpen zware regenbui. Die wachten we eerst af voordat we in ons bijbootje stappen. Het is laagwater in de kreek. Vanuit het glibberige slib maken moddervisjes mooie buikglijders over het water. Een rode ibis schrikt op van onze komst en fladdert omhoog om verborgen op een andere tak neer te dalen. De kreek loopt langs Bakki, een oude plantage. Het is verlaten op een paar mannen na. We vragen of we aan mogen leggen. En ja dat mag. Hij let wel op ons bootje. De school is verlaten en opgeheven. Het museum dicht. Er is niemand. Of toch wel? Het zijn stekelige bewoners: steekvliegen. Wegwezen!

Precies voor de volgende uitbarsting van hemelwater zijn we terug. Ik grijp ons zwemtrappetje en klauter omhoog aan dek, knoop het lijntje vast, maak de kajuit open, pak doucheschuim en een handdoek, trek mijn kleren uit en ga naar het voordek. De regendouche is precies goed afgesteld; niet te zacht, niet te koud. Verrukkelijk. Al het zilte zweet is in 1 keer van mijn warme lijf gespoeld.

Bij het krieken van de dag halen we het anker op om optimaal te profiteren van het tij. John is slim en heeft een lange broek aangedaan. Ik loop naïef met blote benen rond. Binnen mum van tijd  zwaai ik wild om mij heen. Pijnlijke steken op mijn onbedekte lichaamsdelen. Ai! Ik ben flink gestoken. Als een gebeten hond lik ik daarna mijn wonden met Azaron. We varen inmiddels op de Cotticarivier naar het eerste eiland. Het water wordt smaller. De jungle heeft in een paar 100jaar  na het verlaten van de plantages het weer volledig overgenomen van de mens. Zo nu en dan gaan we zigzaggend door het water om bomen te ontwijken die meedrijven met de stroom. Het eerste eiland hebben we gemist en door de coördinaten te checken weten we dat bij net voorbij het tweede eiland liggen.

We stappen in het bijbootje om het water om het eiland in te varen. Zo halverwege zetten we de motor uit en laten ons terug voeren naar Rhapsody. Heerlijk de rust als het geluid van de motor weg is. In de verte horen we brulapen. Vlinders fladderen en libellen vliegen voorbij. Papagaaien paartjes vliegen luid krassend over.

En verder niets…op de stortbui na. Water stort met grote hoeveelheden tegelijk naar beneden. Zodanig hard dat het door de dikke dichte regendruppels mistig wordt. Het is een welkome verkoeling na een zinderende zomerse dag. John heeft een vernuftig systeem aangebracht om het regenwater op te vangen. Aan de bimini heeft hij een gootje met een stuk tuinslang opgehangen. Hiermee geleidt hij het water naar een grote emmer. Zo vangen we minstens 20 liter per dag schoon water.

Geritsel. Brekende takken. Ik vermoed dat er apen in de bomen zitten. Het geluid houdt aan. Dit keer is het geen grote vallend palmblad. Ik pak de verrekijker. “John, ik denk dat ik apen zie.” Zachtjes loopt John achter mij aan naar het voordek. Ik wijs hem waar ik het geluid hoorde. Dan zie ik iets van de ene tak naar de andere zwiepen. “Een aap! Daar net boven die palmboom. Op die kale tak.” Het kleine aapje zit op de tak en plukt vruchten uit de boom. En zo snel hij verschenen is, verdwijnt hij tussen de bladeren. Geluiden verraden de aanwezigheid van meerderde aapjes maar ze blijven op veilige afstand. Onzichtbaar voor ons.

Onze ankerplek is idyllisch. Toch is Rhapsody hier een draaikont. Ongedurig zwalkt ze door het water. Ongerust of het anker wel houd, ga ik poolshoogte nemen. Het zal niet lang meer duren of het is donker. En dan wil ik met een gerust hart kunnen gaan slapen. Het water is flink in beroering. De Cotticarivier en een kreek komen hier samen en gaan blijkbaar het gevecht aan. Het water bulbt omhoog. Draaikolken draaien rondjes. Het water stroomt verschillende kanten op. We raken echter nooit in de bosjes verzeild dus moet het voor vannacht veilig zijn. We hebben door het gedraai achteroverleunend in de kuip een exclusieve 360˚ panoramadek. Wie heeft dat nou? We weten echter niet wat ons daardoor nog te wachten staat. En het wordt donker. Heel donker. Niks maar dan ook niets dimt het licht van de sterren. Aan de fluweelzwarte hemel schitteren in een innige samenstand een sikkel en de altijd heldere avondster Venus aan de westelijke horizon.

’s Morgens liggen we vrij ver van de kant af. Gek. Rhapsody verroert zich echter niet. John heeft grote vraagtekens boven zijn hoofd. “Ik heb werkelijk geen idee waar ons anker ligt,”zegt John. Hij is bezig het anker op te halen. Ik geef af en toe wat gas vooruit of achteruit. Ik zie dat John er moeite mee heeft. Het gaat zwaar, zo op de hand het anker omhoog halen. Een paar tellen later zien we wat er mis is. Een grote boomstam hangt aan onze ankerketting. De ketting heeft de stam in een houdgreep. En zit eromheen geslingerd als een wurgslang om zijn prooi. Muurvast. John laat de boom weer zakken zodat de het op het water drijft. Hij wil de ankerklauw bevestigen om zo ruimte te creëren. Dit lukt niet. Gauw stap ik in ons bijbootje en vaar naar voren. Op Johns aanwijzingen maak ik de klauw vast tussen het anker en de boom. John laat daarop de ankerketting weer terug in het water zakken. Door de ruimte die ontstaat glijdt de boom tussen de ketting uit en wordt vrijwel direct door de stroom meegenomen. Gelukkig. Wij zijn los..

We varen vandaag naar ons eindpunt Pikien Santi. Onderweg horen we aapjes maar ze blijven uit ons gezichtsveld. Na 3 uur varen komen we bij het dorpje. Een jonge man peddelt onverstoord in een korjaal ons tegemoet. Sierlijk haalt hij de peddel door het water. We leggen de boot stil en vast. Met ons bijbootje roeien we zachtjes naar de kant. Een oudere dame met geelgrijs in staartjes gevlochten haar geniet van haar schaduwplekje onder een boom voor haar huis. Haar blote bovenlijf bedekt ze met een doek. Haar tanden zijn oranje gekleurd door de vrucht die zij aan het verorberen is. John vraagt of ze weet waar de kapitein is. We begrijpen dat hij niet aanwezig is maar verstaan doen we haar niet. Ze wijst een richting uit. Vervolgens wijst ze ook naar onze boot en naar ons. Ik begrijp daar uit dat ze wil weten of die van ons is. Op het centrale pleintje komen we Jurgen tegen. Hij brengt ons bij een statige dame, een basha. Wij vragen haar goedkeuring om te mogen ankeren in het water voor haar dorp. Ik overhandig haar een tas met cadeautjes; Een djogo voor de kapitein, verder wat speelgoed en schrijfgerei voor de kinderen. Ook zij spreekt geen Nederlands maar we mogen blijven. Jurgen stelt ons voor aan Melanie. Zij zal ons morgen het dorp laten zien.

Vanaf Rhapsody hebben we een prima uitzicht op het dorpje. Rond een uur of twee komt de schoolboot. Lachende en schreeuwende kinderen stappen uit. Veel zijn het er niet. Misschien 5. Allemaal jongetjes. Even later is het druk aan de waterkant. Het zijn diezelfde jongens maar nu zonder uniform.  Springen  luidkeels het koele bruine heldere rivier water in. De oude vrouw zit nu voor haar huisjes en naait met de hand aan een lap. Twee jongetjes spelen slagbal met een stuk hout als slagplank en een steentje als balletje. Drie jongens staren vanaf de kant naar onze Rhapsody. Af en toe zien we ze wat praten en wijzen. Bespreken ze hun dromen voor later? Korjalen komen geruisloos terug vanaf de overkant waar de kostgrondjes zijn. Aan de waterkant verschijnen vrouwen met gekleurde teiltjes op hun hoofd.  Ook een man. Hij man smijt huisgerij op de grond. Is het zijn beurt voor de afwas? Ruzie met zijn vrouw? Potten, pannen, gekleurde bakjes alles wordt grondig gewassen. Moeders wassen hun kinderen. Als een film speelt het voor onze ogen af. Tegen de tijd dat het donker is, is de rust weder gekeerd alleen kleine lichtjes van lantaarnpalen vertellen ons waar het dorpje is. In verte klinkt een zwaar donker en meeslepend drumgeluid. Wij zijn in de jungle.

Na twee dagen verlaten we Pikien Santi. Onze aftocht gaat ook nu niet vanzelf. Grrr. Het gevaar van ronddrijvende boomstammen is lang niet zo aanwezig als een opgepikte boomstam door de ankerketting.Wat een plek om even te mogen zijn. Pikien Santi. Geen weg die er naar toe leidt. Dit dorpje is vrij. De mensen beheersen de kennis en het leven van en met de natuur. Melanie heeft ons haar kleine dorp laten zien. De kostgrondjes, het door haar beschilderde huis van de kapitein, exotisch fruit, de stroommachine zonder diesel van de overheid, een waterpomp op zonne-energie, de gsmmast en een andere basha van het dorp. De man heeft al vernomen dat het dorp bezoekers heeft. Hij is net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hem. Hij vraagt naar ons en ons leven op de boot. Hij moet er niet aan denken om daar mee zo’n reis te maken. Wat een prachtige ontmoetingen. Dit is waarvoor ik, nu precies een jaar geleden, ontslag heb genomen. Onbekende werelden ontdekken. De hectiek van de westerse wereld achter mij latend. Ervaren hoe anderen hun leven leiden op deze wereld.

We varen langs begroeiing dik en divers. Ik geniet met volle teugen van de terugreis. Hoe prent ik dit voor altijd in mijn geheugen. Het is tropisch regenwoud in volle glorie. Onaangetast door plantages van weleer. Grote boomreuzen rijzen boven de andere bomen uit. Palmen buigen over de rivier. Kleurige vlekken springen uit het groen naar voren. Trossen gele, rode en paarse bloemen  draperen zich een weg over groene kruinen.

Vanuit mijn ooghoek zie ik iets bewegen. Gekraak. Takken zwiepen heen en weer. En ja daar zie ik een aapje. “John, aapjes. Daar. Zie je ze?” “Jaah!Keren?”We varen een stukje terug, keren en langzaam drijvend volgen we de aapjes. Behendig lopen ze over dunne takken en slingeren van de ene boom naar de andere. Nieuwsgierig komen een aantal naar de waterkant, blijven zitten en staren ons aan. En wij? Wij staren zo lang mogelijk terug.

“Ada, we zijn er. De mooiste plek op de Cottica voor Rhapsody, onze Koopmans. De koopmanskreek” Ik loop naar de kuip en neem het roer over. Al die tijd heb ik naar de kant getuurd op zoek naar dieren. John heeft gelijk. De koopmanskreek is een buitengewoon mooie plek. We wanen ons in een levensgrote volière in een nagemaakte tropische tuin.

Maar deze is echt. Omgevallen bomen in het verderop steeds smaller wordende kreekwater. Van top tot teen omringd door tropische planten. Minstens 50 tinten groen. Onbekende vogelgeluiden klinken de oevers in onze ongeoefende oren om elk afzonderlijk geluid te kunnen determineren. Papegaaienpaartjes vliegen synchroon over onze mast heen. Aan hun silhouet herken ik ook ara’s.

En er is verder niemand. Alleen wij tweetjes en alle anderen junglebewoners die we horen maar niet kunnen zien. ’s Avonds dartelen vuurvliegjes vrolijk om Rhapsody heen. Vleermuizen helpen ons in de strijd tegen de muggen. De Dietz laat speels zijn lichtje schijnen in onze gazen kuip.

Het zachte getik van regen maakt het gevoel van tropisch regenwoud compleet. ’s Nachts word ik wakker van luid angstaanjagend gebrul. Al snel herken ik het. Het zijn brulapen. “Hoe dicht zouden zij bij ons vandaan zijn?”vraag ik me af en val weer in slaap.

Om het gevoel zo lang mogelijk vast te houden, blijven we twee nachten in de koopmanskreek. Uiteindelijk aanvaarden we  onze onvermijdelijke terugtocht. John rolt de genua een stukje uit. Langzaam zeilen we met oostenwind de jungle uit.

“When you find out you can live without it, go along not thinking about it”

-Baloo-

10 gedachtes aan “It’s a jungle out there…

  1. Jacqueline

    Heerlijk Ada en John eerst jullie verhalen, dan het lezen en de foto’s erbij. Ik heb weer even om een hoekje mogen kijken in jullie wereld. Xxx

  2. Esther

    Wat heerlijk jullie belevenissen te kunnen volgen
    Wat een mooie plekken , foto’s, ervaringen die jullie met ieder delen
    Dank je wel

  3. Eline

    Kippenvel!

    Ik zou hier heeeeeeel graag geweest zijn. Wat is het prachtig en bijzonder. 100% authentiek … ik vlieg in gedachten met en naar jullie. Liefs

  4. Leon van der Meer

    Mooi om te lezen, hoe de natuur je meeneemt in alle schoonheid maar ook de ontspanning in jezelf. Goed dat je ontslag hebt kunnen nemen, geen beslommeringen, maar oog voor de natuur, nieuwe dingen, ontdekkingen en elkaar, zonder afleiding in deze digitale wereld…een wereld, die ik wel gebruik om op jullie reis en verhalen te reageren.

  5. Harry boersma

    Leuk om jullie belevenissen zo te volgen.
    Ik heb nog niet alles gelezen maar wat ik gelezen heb is al zeer indrukwekkend.
    Veel plezier toegewenst.

    Groetjes
    Harry boersma

  6. Tom

    Wat een geweldige ervaring. Ik ben zeker jaloers. Ik hoop niet dat je al het moois al hebt gehad of kan het nog beter? In ieder geval veel plezier en geniet volop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *