RHAPSODY

dagtochten zeilen in Xaymaca

‘s Morgens om 7 uur verlaten we de baai waar we bijna 6 weken hebben vertoefd. Er waait een zacht briesje.We willen de zuidelijke kust van Jamaica verkennen. Het grootzeil is gehesen en de wind komt schuin van achter. We hebben 50 mijl voor de boeg en willen Portland Cays rond vijven bereiken. dat is een klein eilandengroepje omsloten door rif en omgeven door kraakhelder water. Alles wijst op een heerlijke zeiltocht. Schijn bedriegt. Gaandeweg verandert ons briesje in een stijve bries. Voor de wind tikt tie al 30 knopen aan. We vragen ons of onze idyllische eilandengroepje voldoende bescherming biedt voor de nacht. We besluiten tegen onze zin naar Kingston te gaan. Tegelijkertijd met grote oceaanschuimers lopen we de aanloop van het havengebied binnen. We voelen ons als een kleine muis tussen grote olifanten. Net naast de betonning zien we een zeilboot gestrand op het het ondiepe water liggen. Navigatiefoutje? Uitgeweken voor een oplopende mammoet? Direct rechts ligt Port Royal de sin-city van weleer. Deze Sodom en Gomora stad is in 1692 vrijwel geheel vergaan tijdens een aardbeving. De enige sinners van Port Royal zijn wij. We mogen hier eigenlijk niet zijn. We hebben een transitbewijs gekregen om naar Montego Bay te gaan. Onderweg stoppen in Kingston is uitgesloten tenzij we een goede reden hebben. En die hebben we: harde wind. Het waait zo hard dat we het niet zien zitten om ons bijbootje op te pompen, naar de kant te gaan en Rhapsody alleen de vlagen van 30 knopen te doorstaan op zoek naar Customs. We wagen het erop dat niemand het ons kwalijk zal nemen. Net voor het donker wordt, krijgen we bezoek. De coast guard. Blijkbaar heeft customs gezien en ons opgeroepen op kanaal 16. Niet gehoord want de marifoon staat al lange tijd uit. De mannen komen aan boord en stellen ons weer de zelfde vragen. Wie is de eigenaar enz enz. Dus hup overschrijven maar weer. Een beetje heen en weer gebel en alles is okee. De volgende ochtend staat Customs alsnog voor onze neus. De man staat behoorlijk gepikeerd in een bootje van een visser tegen ons uit te varen. Uiteindelijk als hij een foto van gemaakt heeft van onze papieren wenst hij ons vriendelijk een goede dag.

Terwijl de golven genadeloos op het rif beuken liggen wij in rustig vaarwater van Portland Cays. Net voordat de wind goed aanwakkert, zijn we tussen de ondieptes door achter het kleine zandeilandje gezeild. We hebben inmiddels door dat na tienen de wind begint op te steken, tussen twee en vier op zijn hoogtepunt is en na zessen weer flink afneemt. Tegen de tijd dat het rustig genoeg is om te zwemmen is het donker. Bikini en snorkelspullen blijven droog. Sinds lange tijd maken we dagtochten van zo’n 25 nm om vervolgens het anker uit te gooien. Het onderweg zijn bevalt ons wel.

Zonsopkomst bij Alligator Reef

Vandaag verheugen we ons op Alligator Reef. Een klein hoefijzerig rif wat ons genoeg bescherming biedt tegen de eindeloze toevoer van hoge Caribische golven. Een bijzonder mooi gebied om te snorkelen. Dit mag je niet missen schrijft de man van de Jamaican pilot. Het waait echter ook nu weer zo hard dat het bijbootje blijft liggen waar die ligt. Op dek. Snorkelen in kristalhelder water zit er hier niet in. De wind blijft staan dus besluiten we om door te gaan naar Black River Bay. Al weer een puist wind. Zoveel meer dan er steeds voorspeld wordt. We hebben een behoorlijk vaart als een rib naast onze boot gevuld met zes goed bewapende mannen verschijnt. Nee hè. Alweer de coast guard. Ze willen langzij komen en boarden. Onze giek steekt aan stuurboordzijde 180˚ uit en zit vastgesjord met een bulletalie. Aan bakboord staat de genua uitgeboomd. Rhapsody danst wild en onberekenbaar op de golven. Gek dat ik dat nu pas gaten heb. De mannen proberen aan stuur- en bakboordzijde. Beide boten gaan erg op en neer en helaas niet in hetzelfde ritme. Door de marifoon geef ik aan dat we al drie keer gecontroleerd zijn in de hoop dat ze ons met rust laten. Het mag niet baten. Ze willen aan boord. Ik kijk naar hun manoeuvres. Het ziet er gelikt uit. Toch een rendez-vous met de rib zal niet zachtjes zijn. “I’m a little worried,” roep ik ze toe. De man achter het stuur gebaart dat ik vooral kalm moet blijven. Ze naderen de boot op twee meter en als gestoken door een wesp schiet Rhapsody de andere kant op. Dit gaat niet lukken. “This won’t work. We have all the paperwork,” roep ik en zwaai met de 3 documenten. “Rhapsody, Rhapsody, here Jamaican coast guard,” klinkt er uit de speaker. Gelukkig. Ze blazen de boel af en treffen ons in Black River Bay. Opgelucht kijk ik ze na. “Watjes,” zegt John. Vlak na hun vertrek kom ik erachter waarom Rhapsody zo abrupt reageert. John heeft de boel misleid. Hij heeft de slingerbewegingen, veroorzaakt door de golven, overdreven gecorrigeerd en voor de show houdt ie dat nog even aan. “Watjes,”zegt hij nogmaals.

De ankerplek bij Blackriver Bay is een grote open vlakte. De wind stuwt het water behoorlijk op. We zoeken een plekje waar de golven minder worden maar dat is eigenlijk nergens. In de wetenschap dat de wind gaat liggen, gooien we het anker met een extra extra lange ketting uit om alle golven zonder geruk aan het anker op te vangen. Direct daarna probeert de plaatselijke coast guard langszij af te meren.  John heeft de lijn al aangepakt als ik een luide schreeuw geef. Vervolgens gooit hij de lijn terug. Deze actie zou niet zonder schade geëindigd zijn als ze doorgezet zouden hebben. Bedrukt druipen de mannen  af hopend op rustig weer de volgende dag. Want terug komen doen ze zeker! Australiërs die toevallig dezelfde kant op gaan, halen ons aan het eind van de middag op om Black River te bekijken.

Het is zaterdag en het is druk op straat. Men zit, men hangt, men praat, men drinkt, men rookt en men kijkt naar ons. We vallen direct op natuurlijk. Vier witte vogelvrijen zonder kooi van een toeristenbus. Want hier kom je voor een veel te dure riviertocht (vinden wij) om krokodillen te kijken. Voor het mooie zijn we te laat op het feestje. De gemoedstoestand is zodanig bezoedeld door drank en drugs dat een normaal gesprek niet meer mogelijk is. We hebben een kleine riviersafari gedaan. De krokodillen waren er niet maar wel mangrovebossen vol met vogels. Als ik wakker word en uit het raam kijk worden we omringd door kleine eilandjes waterhyacinten met elk een witte vogel er op en in de verte verschijnt een boot. Argh! De coast guard en hup daar gaan we weer. “Who is the owner? How do you spell it?” Maar leuk zijn die gasten wel.

Hoe meer we naar het westen varen hoe groter en luxer de huizen worden. Blue Fields Bay is prachtig. De swell is ver weg en alleen wat wind golfjes kabbelen in de baai. Na een aantal dagen te veel wind hebben we nu te weinig wind om lekker te zeilen. Dus wordt Blue Fields Bay voor een paar dagen ons thuis met uitzicht op heuvels en mooie landhuizen. Op een paar vissers na is hier verder niks.

Nou ja, de weg van Savannah naar Kingston met brullende vrachtwagen is het enige smetje. Je gelooft het of niet maar hier hebben wij onze Nederlandse gasfles kunnen vullen. De aanhouder wint en vooral niet opgeven. Dat is het motto van de Jamaicanen hier. Een beetje bedremmeld vertel aan een paar mannen als ze ernaar vragen dat het vullen niet gelukt is vanwege een adapter. “Take it away and try again, zeggen ze, never give up.” De man van het vulstation geeft ook niet op als ik voor een tweede keer voor hem sta. Hij past alle adapters die hij heeft, doet wat tape om de fles en vult de onze door een grote fles op zijn kop te houden. Na drie pogingen lukt het. De mannen kijken me zelfvoldaan aan als ik terugkom met een volle fles. “Jamaicans don’t have everything but they solve everything with the things they do have. Ze kijken ervan op dat we al zolang onderweg zijn en helemaal uit Nederland zijn komen varen. In Savannah haal ik verse boodschappen op de markt want de reis duurt langer dan we van te voren dachten.We houden het weer goed in de gaten voor een oversteek naar Cuba. Het ziet er naar uit dat we begin volgende week kunnen vertrekken dus gaan we op schieten. We willen op vrijdag in Montego Bay zijn zodat we alle formaliteiten voor het weekend kunnen regelen. De westkust is het domein van de toeristen. Hotel na hotel. Maar het kilometers lange strand is dan ook eenlust voor het oog. In Bloody Bay een bijna ronde baai kijken we naar de mooiste ondergaande zon van het eiland.

De laatste etappe zijn Rhapsody en haar crew in hun element. Er wordt weer eens echt gezeild. Volledige zeilvoering. Een aan de windse koers. Er staat precies genoeg wind om regelmatig de 7 knopen aan te tikken en te weinig om golven hoger dan een halve meter te maken. Okee, okee, de te bezeilen afstand is langer maar onder deze omstandigheden willen we niet anders. Voldaan liggen we te dobberen bij het beste restaurant van het eiland, Pier One. Snel togen we naar de kant om Customs te melden dat we er zijn. Dit keer willen we geen problemen. Na anderhalf uur wachten hebben we uiteindelijk iemand van immigration gesproken.Hij verbaast zich dat zijn collega van Customs er nog niet is.Na nog eens 30 min wachten is hij er nog steeds niet. Dan maar terug naar de boot want dat mocht van immigration.

De ankerplek blijkt een gruwel. We liggen in de stad met al zijn stadse geluiden en geuren. Sirenes klinken voortdurend. De eindeloze stroom van  verkeer weet van geen ophouden.  De stank van de open vuurtjes is niet te harden. De muziek uit One Pier is even leuk daarna is het tijd voor mijn oordoppen. ‘s Morgenvroeg worden we ruw uit ons slaap gewekt door de enorme schommelbewegingen. Ik vermoed dat er een groot schip langs gevaren is. De deining houdt echter aan. Ik kijk uit het raampje. Talloze golven komen met grote regelmaat op ons af. Ik check op de plotter of we nog op ons plek liggen. We houden vol, misschien stopt het zo, we liggen zo makkelijk dichtbij in de stad. Maar het houdt niet op. Dus boeltje opgepakt en naar de andere kant van de baai. Beter! Het duurt wel even voordat we een plekje vinden in de overvolle marina baai en uitkijkend voor de grote cruiseschepen maar het is gelukt! Hier blijven we de komende dagen om de was te doen, genoeg groenvoer en diesel in te slaan en ons voor te bereiden op Cuba! Als het nu uit klaren  maar lukt….

Don’t let your anchor hold you down forever.

Eventually you”ll have to sail to a new adventure.

-Pandaninja-

3 gedachtes aan “dagtochten zeilen in Xaymaca

  1. Carolien

    Wat een verhaal zeg! Weer mooi geschreven!!! En wat een foto’s, de jongens vinden het super gaaf dat juf Ada dit doet 🙂
    Groetjes Familie Wille

  2. Harry

    Waar zijn die douaniers op uit? Ze maken er nogal veel werk van.
    Slimme john, overigens, je moet wel lef hebben.
    Ben erg benieuwd naar Cuba!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *