RHAPSODY

Back in Jamaica

Tegen vijven aan het eind van de middag halen we het anker op, hijsen we de zeilen en al gauw laten we Georgetown achter ons. Grand Cayman zelf blijft lang in zicht door alle lampen die de avondhemel vullen meteen oranje gloed. Tweehonderd mijl hebben we voor de boeg. Normaal gesproken zo’n anderhalve dag zeilen. Nu ziet het er naar uit dat we minstens twee keer zo lang over gaan doen. We hebben namelijk wind en stroming tegen. Het is een aan de windse koers en betekent kruisen en meer mijlen maken. Op de plotter zie ik regelmatig  de twee andere Cayman Islands verschijnen: Little Cayman en Cayman Brac.  Die liggen in een heel andere richting dan de onze. Na twee dagen zijn we ongeveer 120 mijl verder. En met deze snelheid lijkt het alsof we er vier dagen over gaan doen. De zee is vrij kalm met golven nauwelijks hoger dan een meter. De dagen zijn gevuld met zonneschijn en wollige wolken. De nachten zijn donker zo zonder maan maar maakt de sterrenpracht des te mooier. Als tegen de avond, na 48 uur, de wind vrijwel helemaal wegvalt en de voorspellingen aangeven dat dit de gehele nacht en de volgende dag aanhoudt, gaat de motor aan. Jammer want zeilen, geeft juist dat gevoel van vrijheid en een zijn met de wetten van de natuur. Aan de andere kant nu kunnen we in een rechte lijn naar ons doel varen en met de snelheid die we maken, komen we in ieder geval een dag eerder in Montego Bay aan. We passen onze snelheid zo aan dat we rustig de golven tegemoet gaan waardoor we niet aldoor klappers op het water maken. Montego Bay . Het vooruitzicht van Montego Bay stemt me niet meteen vrolijk. De vorige keer viel het wat tegen. “Zal onze ervaring weer hetzelfde zijn of kan ik mijn mening positief bijstellen.”  Nu we bijna bij Jamaica zijn zien we grote cumuluswolken verschijnen. Schitterend maar ook oppassen. We stellen onze koers iets bij om zo uit de regenzone te blijven. We hebben geluk. De wolken partij komt niet verder en blijft boven Cuba hangen.

We blijven niet zo lang in MoBay . Vanwege het weekend klaren we in en direct weer uit op de dag van aankomst op vrijdag.  De baai bij de marina is rustig en ’s avonds klinken muzikale klanken van het dierenrijk; het gefluit van de kikkers. Het is onbetwistbaar het geluid van de Carieb in de avonduren. Het is windstil. Zo anders dan ons vorige bezoek 2 maanden geleden.  Na het strakke programma van gister, inklaren en boodschappen, besluiten we een dagje extra te blijven. Er staat niet of nauwelijks wind.  Zoals elke dag gaat het pas om een uur of 10 wat waaien. Met vol tuig varen we de haven uit. Met de voorspelling van 10 tot 12 knopen wind lukt dat gemakkelijk. Als alles staat, neemt de wind in de baai al snel toe naar 14 knoop. We varen nu nog in de luwte. “Zullen we er maar een rif in zetten?” zeggen we tegen elkaar als de meter 17 knopen laat zien. Een goed half uur later op volle zee hebben we een tweede rif gezet en de genua gedeeltelijk ingerold. De wind is aangewakkerd tot zo’n 25 knopen. Gekkenwerk om tegen de golven en zo scherp mogelijk deze wind te trotseren. “Terug?” We verblijven dus een nachtje langer in Mobay. De weg terug was zo gepiept. “Morgen dan maar?” De volgende dag proberen we het opnieuw. Exact hetzelfde verhaal. De voorspellingen op gripfiles zijn totaal anders dan de werkelijkheid om ons heen. Dit keer zetten we door met twee riffen en de kotterfok. We liggen na een uur of 4 hakken en ploeteren in de baai bij Falmouth. We liggen net achter het rif wat ons beschermd tegen de zee. We kijken het even aan voordat we besluiten hier de nacht door te brengen. We rollen een beetje maar dat is alles beter dan nog uren doorgaan. Er is een cruiseschipterminal en een heel ondiepe baai met een prachtig resort. Falmouth  zelf is jammer genoeg met de dinghy niet te bereiken. Het moet namelijk een mooi plaatsje zijn. Als we de volgende ochtend vroeg weg willen om de harde wind voor te zijn, moeten we wachten op een cruiseschip. Dus daar gaan we weer. Golf op en neer. Het is machtig om te zien hoe Rhapsody  de hoge berg van golf beklimt en de daling inzet om daarna weer omhoog te gaan. Af en toe gaat het minder gracieus en klappen we op het water of duiken we midden in de golf waardoor het water om onze oren vliegt.  De afstanden zijn gelukkig niet zo groot en eindigen we een paar uur later in de baai van Columbus: Discovery Bay.

Hier zette hij zijn eerste voetstappen in het zand op Xaymaca. Wij ook. Het is een feestdag dus een drukke bedoening op het strand. Het is duidelijk een vrije dag waarvan genoten wordt. Bier stroomt rijkelijk en de rook is bedwelmend. De barman van het strandje doet goede zaken. Ook wij kopen een biertje bij omdat hij op ons bootje heeft gepast. Hij vertelt dat dit strand opgekocht gaat worden door een rijke zakenman en er voor betaald moet gaan worden. Die man heeft het totaal lege afgezette strand ernaast al in zijn bezit. “Let the poor people have there own beach.” Ik ben het volledig met hem eens.

Na drie dagen zijn we het bergbeklimmen zat en vertrekken vanaf nu heel vroeg in de ochtend zonder wind. Dan maar met de motor. Ik lees de pilot er ook nog eens op na: “If your heading east it is best to sail early in morning or at night to catch de katabatic winds before tradewinds take over.” Ai. We hadden het kunnen weten. Dus gaat om 5 uur de wekker en varen we half 6 de baai uit richting Ocho Rios.  Een grote baai met een cruiseschipterminal, een mooi zandstrand, een heus nagebouwd oorspronkelijk dorpje vol met souvenirwinkeltjes en toeristen. Het is nu vrij rustig omdat er geen cruiseschip afgemeerd ligt. Daarom worden wij belaagd door handelaartjes maar vrij snel laten ze ons met rust. We roken niet en ik drink ook geen bluemountain koffie.  Illegaal verblijven we hier een nacht langer. De waterpolitie berispt ons als we uit de stad terugkomen en vraagt wat de reden is. Als ik hen vertel dat we ons verslapen hebben, ligt een van de twee in een deuk. Ja, dat kan hij zich voorstellen. Maar morgenvroeg moeten we toch echt vertrekken van ze. Maar wij hebben ondertussen wel genoten van audities voor de Rising Stars of Jamaica en een digicel dancewedstrijd in de parken van Ocho Rios.

Rond half 9 in de morgen varen we in vrijwel rimpelloos water de baai van Oracabessa in. Het is een pittoresk baaitje en totaal afgeschermd  van de hoge golven en de wind uit het oosten. Een prachtige natuurlijke haven. Vanaf de grote steiger kijken mannen onze richting uit. Handen worden opgestoken. Het zijn vissers die terug zijn en hun vangst tonen aan aspirante kopers. Dames in nette jaren 50 jurken kijken naar de waar. Op het kleine strandje spelen kinderen en hun ouders. Honden rennen vrolijk achter hun baasjes aan. Vastgebonden honden blaffen hun keel schor in de hoop dat ze mee mogen spelen. Af en toe neemt men een verfrissende duik in het water. We zijn de enige zeilboot. Links van het tafereel wordt een prachtig aangelegd strand vol gezet met sups, kano’s, zeilbootjes en de eerste toerist verschijnt achter de palmen vandaan. Tegen tienen wordt het rustig. Het hondengeblaf is opgehouden. De dames zijn vertrokken. Een paar vissers zitten nog op de palen van de steiger. Even later klinkt er vrolijk gospelgezang over het water. En verder niets. Het is zondagochtend in Oracabessa.  Dit is zo’n plek waar de tijd is stil blijven staan.  Maar dat is niet helemaal waar want er is wifi beschikbaar. Golden Eye heet het. De plek is wereldberoemd. Ian Flemming de ontdekker van James Bond heeft hier zijn huis “Golden Eye” gehad en al de 007verhalen geschreven. Veel van de films zijn in Jamaica opgenomen. Wij willen dat huis weleens zien en gaan op zoek. De route van Mapsme brengt ons op de geweldigste plekken.  Het staat hier vol met miniwinkeltjes opgebouwd uit wat houten platen. De vrouw van een van die winkeltjes ligt voorovergebogen op de toonbank. Ze verkoopt niet veel.

Een paar potten snoep staan uitgestald. Hoopvol kijkt ze ons aan. Ik koop wat kauwgom bij haar en omdat ze geen wisselgeld heeft koop ik er een paar extra. De vrouw is nieuwsgierig en wil weten waar we vandaan komen Respectvol kijkt ze ons aan als ze hoort dat we met de boot helemaal uit Nederland komen. Naast de bekende gekleurde betonnen huizen staat het hier vol met houten huizen met veranda’s. Na het rustige landweggetje komen we in de hoofdstraat. Het is een drukte van belang. Die hoofdstraat is ook de doorgaande weg en gaat dwars door het langerekt dorpje heen. Vrachtwagens komen al toeterend en met vlammende pijp langs gescheurd. Taxi’s willen dat je bij hen instapt. Uit cafeetjes schreeuwt de reggaemuziek het uit. De geur van jerk chicken ruik ik overal boven uit. Scholieren klonteren samen en al lachend komen ze voorbij. Ze staan stil bij de vele snoep en speelgoedstalletjes.De groentemannen prijzen hun waar aan. We komen ogen en oren te kort om alles te aanschouwen.

Dit stadje Oracabessa is zo gaaf anders dan de rest van Jamaica. Maar Goldeneye hebben we niet gevonden.  Terug in onze dinghy zijn we nieuwsgierig. Aan de andere kant van onze baai ligt gescheiden door een watertje een ondiepere baai. We willen dat weleens zien. Niets vermoedend peddelen we onder een bruggetje door.  Mooie palmen, strand en huisjes wakkeren onze nieuwsgierigheid verder aan. Ons van geen kwaad bewust gaan we verder tot we hardhandig uit de droom geholpen worden. Op de brug staat een pittige dame: “You are not allowed.” Ik probeer nog of we een drankje in de beachbar mogen drinken maar zelfs dat mag niet. “We are very friendly”, probeer ik nog eens. De vrouw is echter onverbiddelijk. Een daadkrachtige  “no” komt uit haar mond. Stiekem ’s avonds nog eens proberen is er niet bij. Er hangt een camera en de gracht wordt afgesloten met een hek. Hoe zou 007 dat aanpakken? Met onze Golden eye wifi ontdek ik de verleidingen van dit resort. (FF googlen. Het is de moeite waard.) Het huis Goldeneye staat hier op het schiereilandje Oro Cabesa, Spaans voor gouden hoofd verbasterd naar Oracabessa. Gewoon vlak voor onze neus. Het blijft geheim tenzij we een nachtje voor extreem hoge prijzen boeken. Dan maar naar het James Bond beach aan de andere kant van de baai.

Port Antonio is onze laatste ankerplaats. Om de wind voor te zijn vertrekken de twee ’s nachts. De volle maan zorgt voor feeërieke verlichting op het water.  Het is onvoorstelbaar hoe de wind van een vrijwel vlakke zee een woeste golfpartij kan maken. We snorren in een rap tempo naar misschien wel de mooiste ankerplek van Jamaica. Met uitzicht op de Blue Mountains varen we richting de marina. We laten ons verleiden tot alle gemakken. Een heerlijke warme douche, wifi, zwembad, een dinghysteiger en direct in het centrum van het stadje. Onze vijfsterrenresort. Hier slijten we onze laatste dagen. Eten we nog een keer Jerk Chicken bij Piggy’s. Halen we de jerkkruiden, groente en fruit op de markt bij een alleraardigst Jamaicaanse dame. Zij geeft liever een ons teveel dan 1 te weinig. Ik heb getwijfeld of we weer naar Jamaica zouden moeten gaan na onze eerste mooie ervaringen.

Maar de noordkust is werkelijk prachtig en de mensen maken de ervaringen in het land compleet. Hun openheid, behulpzaamheid, directheid en humor  is puur en zorgt dat we ons welkom en thuis voelen.  Nou ja op die ene man na dan. Die vond dat ik eerst a nice brown tan moest krijgen at the beach voordat ik wat zou gaan eten bij hem. “ This is as brown as I can get.”  En natuurlijk  die lastige verkopers heb je overal.

Nog een keer genieten we van de zonsondergang in Jamaica.

“Beginnings are usually scary, and endings are usually sad,

but it’s everything in between that makes it all worth living”

 – Bob Marley-

4 gedachtes aan “Back in Jamaica

  1. Eline

    Je hebt 007 ook weer meegenomen aan boord haha!!!

    Bijna elk (ei)land dat jullie aandoen komt er bij mij op het lijstje haha!!!

    Xxx

  2. Jaap

    Behalve dat je verhalen zeer onderhoudend zijn, leer ik tegelijkertijd veel zeiltermen. Dat zorgt ervoor dat ik soms weleens terug moet lezen om het te begrijpen 🙂
    “Met vol tuig de haven uit varen” – Er wordt een extra rif en een kotterfok ingezet en om het af te maken rol je de genua ook nog eens in. Alle woorden zijn me redelijk bekend, maar ik ken ze in een andere betekenis. Leuk om te lezen!
    Ga zo door!

  3. Tante Nel

    Wat een prachtige foto’s
    en verhalen,
    Vertaal soms ook het Engels
    naar Nederlands ,
    Wat een spanning soms ,ik krijg vel
    Liefs van ons
    P & N

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *